Leerstuk · verbintenissenrecht

Schadebegroting

De rechter begroot schade op de wijze die het meest met haar aard strookt en schat haar zo nodig (art. 6:97 BW), langs de hoofdlijn van de vermogensvergelijking tussen de werkelijke en de hypothetische situatie zonder normschending.

Schadebegroting draait om één vergelijking: de toestand waarin de benadeelde werkelijk verkeert tegenover de hypothetische toestand zonder de tekortkoming of onrechtmatige daad. Vergoedbaar zijn vermogensschade, waaronder geleden verlies en gederfde winst, en in de wettelijke gevallen ander nadeel (art. 6:95, 6:96 en 6:106 BW). De rechter heeft bij de begroting grote vrijheid: hij kiest de methode die bij de aard van de schade past, mag abstract begroten waar een objectieve maatstaf passender is en schat waar exact rekenen niet kan, maar hij mag onderbouwde schadeposten niet ongemotiveerd passeren. Correcties verlopen via toerekening (art. 6:98 BW), voordeelstoerekening (art. 6:100 BW) en eigen schuld (art. 6:101 BW). Kan de omvang in de hoofdzaak nog niet worden vastgesteld, dan biedt de schadestaatprocedure een tweede etappe met eigen spelregels.

Wettelijk kader

  • art. 6:95 BW vergoedbare schade: vermogensschade en, waar de wet dat bepaalt, ander nadeel

    De schade die op grond van een wettelijke verplichting tot schadevergoeding moet worden vergoed, bestaat in vermogensschade en ander nadeel, dit laatste voor zover de wet op vergoeding hiervan recht geeft. Het recht op een vergoeding voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat, is niet vatbaar voor beslag. Voor overgang onder algemene titel is voldoende dat de gerechtigde aan de wederpartij heeft medegedeeld op de vergoeding aanspraak te maken.

  • art. 6:96 BW vermogensschade: geleden verlies, gederfde winst en de redelijke kostenposten

    Vermogensschade omvat zowel geleden verlies als gederfde winst. Als vermogensschade komen mede voor vergoeding in aanmerking: redelijke kosten ter voorkoming of beperking van schade die als gevolg van de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust, mocht worden verwacht; redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid; redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte. Lid 2 onder b en c is niet van toepassing voor zover in het gegeven geval krachtens artikel 241 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de regels betreffende de proceskosten van toepassing zijn. In geval van een handelsovereenkomst als bedoeld in artikel 119a lid 1 of artikel 119b lid 1 bestaat de vergoeding van kosten bedoeld in lid 2 onder c uit ten minste een bedrag van 40 euro. Dit bedrag is zonder aanmaning verschuldigd vanaf de dag volgende op de dag waarop de wettelijke of overeengekomen uiterste dag van betaling is verstreken. Hiervan kan niet ten nadele van de schuldeiser worden afgeweken. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld voor de vergoeding van kosten als bedoeld in lid 2 onder c. Van deze regels kan niet ten nadele van de schuldenaar worden afgeweken indien de schuldenaar een natuurlijk persoon is, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. In dit geval mist artikel 241, eerste volzin, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering toepassing . De vergoeding volgens de nadere regels kan indien de schuldenaar een natuurlijk persoon is, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, eerst verschuldigd worden nadat de schuldenaar na het intreden van het verzuim, bedoeld in artikel 81 , onder vermelding van de gevolgen van het uitblijven van betaling, waaronder de vergoeding die in overeenstemming met de nadere regels wordt gevorderd, vruchteloos is aangemaand tot betaling binnen een termijn van veertien dagen, aanvangende de dag na aanmaning. Indien een schuldenaar voor meer dan een vordering door een schuldeiser kan worden aangemaand als bedoeld in lid 6, dan dient dit in één aanmaning te geschieden. Voor de berekening van de vergoeding worden de hoofdsommen van deze vorderingen bij elkaar opgeteld. Zijn op grond van eenzelfde rechtsverhouding termijnbetalingen verschuldigd en wordt aangemaand als bedoeld in lid 6 voor een termijnbetaling waarvoor op grond van de in lid 5 bedoelde algemene maatregel van bestuur de laagste vergoeding geldt, dan wordt voor de berekening van de vergoeding vanaf de dag dat wordt aangemaand, rekening gehouden met een of meerdere aanmaningen voor termijnbetalingen die geheel of gedeeltelijk onbetaald zijn gebleven in een periode van zes maanden voorafgaand aan de dag van de aanmaning. De in de eerste zin genoemde algemene maatregel van bestuur bevat nadere regels voor de vergoeding. Hierin wordt, in afwijking van lid 7, tevens de vergoeding bepaald in het geval één aanmaning meerdere termijnbetalingen betreft. Van dit lid kan niet ten nadele van de in lid 5 bedoelde schuldenaar worden afgeweken.

  • art. 6:97 BW begroting op de wijze die het meest met de aard van de schade strookt; schatting waar nauwkeurige vaststelling niet kan

    De rechter begroot de schade op de wijze die het meest met de aard ervan in overeenstemming is. Kan de omvang van de schade niet nauwkeurig worden vastgesteld, dan wordt zij geschat.

  • art. 6:98 BW toerekening naar redelijkheid van schade aan de aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis

    Voor vergoeding komt slechts in aanmerking schade die in zodanig verband staat met de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid van de schuldenaar berust, dat zij hem, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, als een gevolg van deze gebeurtenis kan worden toegerekend.

  • art. 6:100 BW voordeelstoerekening voor voordelen uit dezelfde gebeurtenis, voor zover redelijk

    Heeft een zelfde gebeurtenis voor de benadeelde naast schade tevens voordeel opgeleverd, dan moet, voor zover dit redelijk is, dit voordeel bij de vaststelling van de te vergoeden schade in rekening worden gebracht.

  • art. 6:101 BW vermindering wegens eigen schuld met billijkheidscorrectie

    Wanneer de schade mede een gevolg is van een omstandigheid die aan de benadeelde kan worden toegerekend, wordt de vergoedingsplicht verminderd door de schade over de benadeelde en de vergoedingsplichtige te verdelen in evenredigheid met de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen, met dien verstande dat een andere verdeling plaatsvindt of de vergoedingsplicht geheel vervalt of in stand blijft, indien de billijkheid dit wegens de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten of andere omstandigheden van het geval eist. Betreft de vergoedingsplicht schade, toegebracht aan een zaak die een derde voor de benadeelde in zijn macht had, dan worden bij toepassing van het vorige lid omstandigheden die aan de derde toegerekend kunnen worden, toegerekend aan de benadeelde.

  • art. 6:106 BW immateriële schadevergoeding naar billijkheid in de wettelijke gevallen

    Voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat, heeft de benadeelde recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding: indien de aansprakelijke persoon het oogmerk had zodanig nadeel toe te brengen; indien de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast; indien het nadeel gelegen is in aantasting van de nagedachtenis van een overledene en toegebracht is aan de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot, de geregistreerde partner of een bloedverwant tot in de tweede graad van de overledene, mits de aantasting plaatsvond op een wijze die de overledene, ware hij nog in leven geweest, recht zou hebben gegeven op schadevergoeding wegens het schaden van zijn eer of goede naam.

  • art. 6:87 BW omzetting van de verbintenis in een verplichting tot vervangende schadevergoeding

    Voor zover nakoming niet reeds blijvend onmogelijk is, wordt de verbintenis omgezet in een tot vervangende schadevergoeding, wanneer de schuldenaar in verzuim is en de schuldeiser hem schriftelijk mededeelt dat hij schadevergoeding in plaats van nakoming vordert. Geen omzetting vindt plaats, die door de tekortkoming, gezien haar ondergeschikte betekenis, niet wordt gerechtvaardigd.

  • art. 612 Rv veroordeling tot schadevergoeding op te maken bij staat wanneer begroting in de hoofdzaak niet mogelijk is

    De rechter die een veroordeling tot schadevergoeding uitspreekt, begroot, voor zover hem dit mogelijk is, de schade in het vonnis. Indien begroting in het vonnis hem niet mogelijk is, spreekt hij een veroordeling uit tot schadevergoeding op te maken bij staat.

  • art. 615 Rv nieuwe schadeposten in de schadestaat, mits veroorzaakt door de vastgestelde grondslag

    De schuldeiser kan, onverschillig of in de hoofdzaak reeds schadeposten waren gesteld, nieuwe posten in de schadestaat opnemen. Indien de wederpartij zich door de opneming in haar verdediging onredelijk bemoeilijkt acht, kan zij zich daartegen verzetten met overeenkomstige toepassing van artikel 130, eerste en tweede lid . Het verzet wordt in elk geval afgewezen, voor zover de schuldeiser ten tijde van de hoofdzaak niet met de schade bekend was. De datum van inwerkingtreding is ontleend aan de bron van aankondiging van de tekstplaatsing.

Wettelijk kader

Vergoed wordt de schade die in de wettelijke verplichting tot schadevergoeding besloten ligt: vermogensschade en, voor zover de wet daarop aanspraak geeft, ander nadeel (art. 6:95 BW). Vermogensschade omvat zowel geleden verlies als gederfde winst, plus de redelijke kosten ter voorkoming of beperking van schade en ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid (art. 6:96 BW). Immateriële schade is naar billijkheid toewijsbaar bij lichamelijk letsel, aantasting van eer en goede naam en andere persoonsaantastingen (art. 6:106 BW).

De begroting zelf is het domein van de feitenrechter: hij begroot de schade op de wijze die het meest met de aard ervan in overeenstemming is en schat haar wanneer de omvang niet nauwkeurig kan worden vastgesteld (art. 6:97 BW). Die vrijheid is in cassatie slechts beperkt toetsbaar, maar kent een motiveringsgrens: essentiële, met stukken onderbouwde schadeposten mogen niet zonder kenbare motivering worden weggelaten of aangepast (ECLI:NL:HR:2018:603). De toerekening bewaakt de buitengrens: alleen schade die in zodanig verband met de gebeurtenis staat dat zij de aansprakelijke als gevolg daarvan kan worden toegerekend, komt voor vergoeding in aanmerking (art. 6:98 BW).

De kostenposten van art. 6:96 lid 2 BW hebben een eigen plaats in de begroting: redelijke kosten ter voorkoming of beperking van schade en ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid zijn zelfstandige vermogensschade, onderworpen aan de dubbele redelijkheidstoets. Zij verdienen in de begroting een aparte post, met dien verstande dat kosten die uitsluitend de voorbereiding van de procedure dienen onder de proceskostenregeling vallen.

Concreet of abstract begroten

Uitgangspunt is concrete begroting: wat heeft deze benadeelde in dit geval werkelijk verloren. Maar de rechter mag abstraheren waar een objectieve maatstaf beter bij de aard van de schade past. Bij het verlies van een zaak, zoals een total loss verklaarde auto, heeft de benadeelde aanspraak op de marktwaarde ten tijde van het verlies, zodat hij een vergelijkbare zaak kan aanschaffen; een afschrijvingsmethode die de werkelijke marktwaarde onderschat, mag niet doorslaggevend zijn (ECLI:NL:HR:2017:208). Bij ontbinding van een koopovereenkomst kan de schade abstract worden begroot met analoge toepassing van de meerwaardevergelijking van art. 7:36 BW, ook buiten het directe toepassingsgebied van die bepaling (ECLI:NL:HR:2017:484, Hanzevast/G4).

Waar het rekenen specialistisch wordt, schakelt de rechter een deskundige in. Bij de begroting van gederfde winst na een onterechte onmiddellijke opzegging van een distributierelatie formuleerde het hof gerichte vragen aan de deskundige, met als maatstaf de vergelijking tussen de abrupte beëindiging en de situatie met een redelijke opzegtermijn (ECLI:NL:GHAMS:2024:1380). En wie zijn schade in een beslagrekest of dagvaarding op onrealistische aannames bouwt, zoals honderd procent winstderving waar hooguit indirect voordeel bestond, ziet de begroting als ondeugdelijk terzijde geschoven (ECLI:NL:RBGEL:2025:1126).

De vermogensvergelijking in de praktijk

De feitenrechtspraak werkt de vergelijkingsmaatstaf stapsgewijs uit. Bij een beroepsfout van een notaris: eerst de werkelijke situatie met de fout, dan de hypothetische situatie zonder de fout, inclusief de vraag of de benadeelde het object dan wel had verkregen en of hij zijn investering anders had kunnen laten renderen, en ten slotte eigen schuld en toerekening (ECLI:NL:GHARL:2024:3593). Bij overkreditering door een bank: vergelijking van de werkelijke lening met de maximaal toelaatbare, waarbij als schade resteert het verschil in restschuld plus de rente over het te veel geleende; wie stelt dat hij zonder de fout helemaal niet had gekocht, moet dat motiveren (ECLI:NL:GHARL:2024:2235).

Gederfde winst vergt bewijs van het causale scenario: wie stelt dat hij zonder de fout van zijn adviseur lucratieve contracten had gesloten, moet aannemelijk maken dat die kans reëel was; ontbreekt die aannemelijkheid, dan strandt ook een beroep op kansschade (ECLI:NL:GHSHE:2021:1197). In het IE-recht bestaan gestandaardiseerde varianten, zoals de gederfde licentievergoeding als passende vergoeding met daarbovenop de overige schade bij verwijtbaar handelen (ECLI:NL:GHDHA:2015:253), of aansluiting bij overeengekomen tarieven wanneer een contractuele verhouding aan het gebruik ten grondslag lag (ECLI:NL:RBAMS:2026:6).

Correcties: voordeel en eigen schuld

Op de begrote schade volgen twee correcties. Voordelen die door dezelfde gebeurtenis zijn veroorzaakt, worden in mindering gebracht voor zover dat redelijk is (art. 6:100 BW). Het begrip dezelfde gebeurtenis wordt ruim uitgelegd: ook winsten uit eerdere transacties met dezelfde wederpartij kunnen worden verrekend met de schade uit een latere, ongunstige transactie in dezelfde reeks (ECLI:NL:HR:2011:BP4012, Dexia). De redelijkheidstoets voorkomt dat elke samenhang automatisch tot verrekening leidt.

Eigen schuld verdeelt de schade naar de mate waarin ieders gedragingen aan het ontstaan hebben bijgedragen, met een billijkheidscorrectie voor de ernst van de fouten en de overige omstandigheden (art. 6:101 BW). Procedureel verdient het onderscheid aandacht: verweren die de grondslag van de vergoedingsplicht raken horen in de hoofdzaak thuis, terwijl verweren over de omvang ook in de schadestaatprocedure kunnen worden gevoerd.

Beide correcties zijn verweren waarop de eiser kan voorsorteren. Wie in de dagvaarding zelf al uiteenzet waarom een genoten voordeel niet uit dezelfde gebeurtenis voortvloeit, of waarom de eigen bijdrage aan de schade verwaarloosbaar is tegenover de ernst van de fout van de wederpartij, dwingt de verweerder tot een concreter verhaal en houdt de regie over het debat.

De schadestaatprocedure

Kan de schade in de hoofdzaak nog niet worden begroot, dan spreekt de rechter een veroordeling uit tot schadevergoeding op te maken bij staat (art. 612 Rv). Die verwijzing staat in beginsel alleen open voor wettelijke verplichtingen tot schadevergoeding; zuiver contractuele vergoedingsplichten vallen erbuiten, met een nuance voor figuren als borgtocht die inhoudelijk met een wettelijke verplichting verbonden zijn (ECLI:NL:HR:2021:38). De vervolgprocedure is strikt begrensd: de schadestaatrechter is gebonden aan de in de hoofdzaak vastgestelde grondslag en aansprakelijkheid (ECLI:NL:HR:2018:1975), oordelen uit de hoofdzaak kunnen niet opnieuw worden bestreden en het causale verband moet per afzonderlijke schadepost concreet worden gesteld en onderbouwd (ECLI:NL:HR:2016:1309, Vitesse).

Binnen die grenzen is de schadestaat flexibel: nieuwe schadeposten zijn toelaatbaar ook als zij in de hoofdzaak niet waren gesteld, mits veroorzaakt door de vastgestelde grondslag (art. 615 Rv). Maar wat in een eerste schadestaatprocedure is afgewezen, heeft gezag van gewijsde in een volgende (ECLI:NL:HR:2020:1412, NS/Sleutelstad). Een exoneratieclausule die de vergoedingsplicht zelf raakt, moet in de hoofdzaak worden beoordeeld en kan niet naar de schadestaat worden doorgeschoven (ECLI:NL:HR:2025:756). De omzetting van de nakomingsverbintenis in vervangende schadevergoeding (art. 6:87 BW) hoeft ten slotte niet in een afzonderlijke verklaring te zijn vervat: zij kan besloten liggen in de dagvaarding of gedingstukken, en een vordering tot schadevergoeding op te maken bij staat impliceert haar veelal (ECLI:NL:HR:2024:1028). Een samenhangende vrijwaringsprocedure mag niet worden afgedaan voordat de hoofdzaak, inclusief de nog volgende schadestaat, is beslist (ECLI:NL:HR:2017:2388).

Toepassing in de praktijk

Een overtuigende schadeonderbouwing volgt de vaste architectuur: grondslag, causaal verband, schadeposten per post met berekeningsmethode en stukken, aftrekposten, en het totaal of de schadestaatverwijzing, met wettelijke rente vanaf het moment van de schade. Benoem geleden verlies, gederfde winst, de kostenposten van art. 6:96 lid 2 BW en eventuele immateriële schade afzonderlijk, en verklaar de keuze voor concrete of abstracte begroting. De rechter mag schatten, maar bestraft ontbrekende onderbouwing in de motivering van zijn begroting; omgekeerd geeft een goed onderbouwde post de wederpartij en de rechter iets om zich toe te verhouden.

Anticipeer op de correcties: ontkracht een te verwachten beroep op voordeelstoerekening door het verband tussen schade en voordeel te nuanceren, en op eigen schuld door de eigen causale bijdrage klein en de billijkheidscorrectie groot te maken. Vorder de schadestaatverwijzing alleen wanneer de schade werkelijk nog niet te begroten valt, en besef dat het dictum van de hoofdzaak de reikwijdte van de schadestaat bepaalt: wat daar niet in besloten ligt, komt later niet meer binnen.

Let bij vervangende schadevergoeding ten slotte op de omzetting: hoewel de omzettingsverklaring van art. 6:87 BW in de gedingstukken besloten kan liggen, voorkomt een uitdrukkelijke verklaring in de dagvaarding elke discussie over de vraag of de nakomingsverbintenis wel is omgezet.

Rechtspraaklijn

  1. 29 april 2011 Dexia (ECLI:NL:HR:2011:BP4012) Voordeelstoerekening kan zich uitstrekken tot winsten uit eerdere transacties met dezelfde wederpartij wanneer schade en voordeel uit dezelfde gebeurtenis voortvloeien.
  2. 17 februari 2015 Breeders Trust/Ebben (ECLI:NL:GHDHA:2015:253) Naast de gederfde licentievergoeding als passende vergoeding is bij verwijtbaar inbreukmakend handelen ook de overige schade, zoals gederfde winst, verschuldigd.
  3. 24 juni 2016 Vitesse (ECLI:NL:HR:2016:1309) In de schadestaatprocedure kunnen oordelen uit de hoofdzaak niet opnieuw worden bestreden en moet het causale verband per schadepost concreet worden gesteld en onderbouwd.
  4. 10 februari 2017 total loss (ECLI:NL:HR:2017:208) Bij verlies van een zaak heeft de benadeelde aanspraak op de marktwaarde ten tijde van het verlies; een afschrijvingsmethode die de werkelijke marktwaarde onderschat mag niet doorslaggevend zijn. Conclusie A-G ECLI:NL:PHR:2016:1123
  5. 24 maart 2017, Hoge Raad Hanzevast Beleggingen B.V. en Gorecht 3 B.V./Ontwikkelingsmaatschappij G4 Beheer B.V. en Ontwikkelingsmaatschappij G4 C.V. (ECLI:NL:HR:2017:484) De rechter mag schade bij ontbinding van een koopovereenkomst abstract begroten met analoge toepassing van art. 7:36 BW; de keuze van de begrotingsmethode is aan de feitenrechter. Conclusie A-G ECLI:NL:PHR:2016:1237
  6. 15 september 2017 vrijwaring wacht op de hoofdzaak (ECLI:NL:HR:2017:2388) Een vrijwaringsprocedure mag niet worden afgedaan voordat de hoofdzaak is beslist wanneer daarin nog een schadestaatprocedure volgt.
  7. 13 april 2018 motiveringsgrens bij begroting (ECLI:NL:HR:2018:603) De vrijheid van de rechter bij schadebegroting ontslaat hem niet van de plicht om aanpassingen van essentiële, onderbouwde schadeposten kenbaar te motiveren. Conclusie A-G ECLI:NL:PHR:2018:11
  8. 19 oktober 2018 gebondenheid schadestaatrechter (ECLI:NL:HR:2018:1975) De rechter in de schadestaatprocedure is gebonden aan de grondslag van de aansprakelijkheid zoals in de hoofdzaak vastgesteld. Conclusie A-G ECLI:NL:PHR:2018:706
  9. 10 september 2020 NS/Sleutelstad (ECLI:NL:HR:2020:1412) Een beslissing in een eerste schadestaatprocedure heeft gezag van gewijsde in een opvolgende schadestaatprocedure tussen dezelfde partijen.
  10. 8 januari 2021 bereik van de schadestaatverwijzing (ECLI:NL:HR:2021:38) Verwijzing naar de schadestaatprocedure staat in beginsel alleen open voor wettelijke verplichtingen tot schadevergoeding, met een nuance voor daarmee inhoudelijk verbonden figuren zoals borgtocht.
  11. 2 april 2024 overkreditering (ECLI:NL:GHARL:2024:2235) Bij overkreditering wordt de schade begroot door vergelijking met de hypothetische situatie waarin het maximaal toelaatbare bedrag was geleend; het verschil in restschuld en de rente over het meerdere zijn de schade.
  12. 28 mei 2024 beroepsfout notaris (ECLI:NL:GHARL:2024:3593) Schade door een beroepsfout wordt begroot door de werkelijke situatie te vergelijken met de hypothetische situatie zonder de fout, inclusief de vraag wat de benadeelde dan met zijn investering had gedaan.
  13. 5 juli 2024, Hoge Raad omzetting besloten in de dagvaarding (ECLI:NL:HR:2024:1028) De omzettingsverklaring van art. 6:87 BW kan besloten liggen in de dagvaarding of gedingstukken; een vordering tot schadevergoeding op te maken bij staat impliceert haar veelal. Conclusie A-G ECLI:NL:PHR:2024:115
  14. 16 mei 2025, Hoge Raad ABN AMRO Clearing Bank N.V./KIC S.A.R.L. en SFF Trading Switzerland AG (ECLI:NL:HR:2025:756) Een exoneratieclausule die de grondslag van de vergoedingsplicht raakt, moet in de hoofdzaak worden beoordeeld en kan niet naar de schadestaatprocedure worden doorgeschoven. Conclusie A-G ECLI:NL:PHR:2024:1394

Verwante leerstukken

Bijgewerkt 1 september 2026