Bord bij woning sluiting onrechtmatig; sluiting zelf rechtmatig volgens artikel 13b Opiumwet.

Raad van State · 16 juli 2025 · Hoger beroep · Bestuursrecht

Bij besluit van 14 augustus 2020 heeft de burgemeester van Uithoorn de woning aan de [locatie] in De Kwakel voor drie maanden gesloten. [appellant A] en [appellant B] woonden met hun minderjarige dochter in de vrijstaande woning aan de [locatie] in De Kwakel. Op 16 juli 2020 is de politie de woning binnengevallen. Aanleiding daarvoor was dat de auto die op naam van [appellant B] stond, werd gesignaleerd bij een tuinbouwwinkel waarvan ambtshalve bekend is dat deze goederen levert die gebruikt kunnen worden voor hennepteelt en dat [appellant A] antecedenten heeft, onder andere voor het vervaardigen van softdrugs. Bij de doorzoeking van de woning is in een ondergrondse ruimte een kweekruimte aangetroffen. Die ondergrondse ruimte was met een losse ladder bereikbaar via een met een houten plank afgedekt gat in de grond. In het daarover op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal van 16 juli 2020 staat dat in die ruimte een kweektent met 76 hennepplanten, een droogtent met een lamp, een sealbag met 227 gr gedroogde henneptoppen en vier assimilatielampen, twee koolstoffilters en een aan- of afzuiginstallatie zijn aangetroffen.

Rechtsvraag

Was de burgemeester bevoegd om de woning van [appellant A] en [appellant B] te sluiten op basis van artikel 13b van de Opiumwet, en waren de sluiting en de plaatsing van een bord aan de weg evenredig en noodzakelijk?

Regel

  • art. 13b, Opiumwet (bevoegdheid om panden te sluiten als er drugs worden aangetroffen)
  • art. 2:41, APV Uithoorn 2020 (kenbaarheid van sluiting door aanbrengen van een bord)

Toepassing

  • art. 13b, Opiumwet (bevoegdheid om panden te sluiten als er drugs worden aangetroffen) De rechtbank oordeelde dat de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet bevoegd was om de woning te sluiten. De aangetroffen hennepplanten en henneptoppen duiden op handel. Ondanks dat de henneptoppen volgens [appellant A] en [appellant B] om plantenafval ging, was aannemelijk dat ze waren gekweekt voor handel. Dit wordt ondersteund door [appellant A]'s eigen verklaringen over eerdere oogsten en verkoop. De rechtbank oordeelde dat de burgemeester bevoegd was om op te treden. De Afdeling bevestigde dat de burgemeester bevoegd was, gezien de omstandigheden en de bedrijfsmatige opzet van de kwekerij. De rechtbank had correct geoordeeld dat de sluiting noodzakelijk was om de woning aan het drugscircuit te onttrekken en herhaling te voorkomen.
  • art. 2:41, APV Uithoorn 2020 (kenbaarheid van sluiting door aanbrengen van een bord) De Afdeling oordeelde dat de burgemeester een bord aan de openbare weg had geplaatst dat buitensporig groot was en onnodig, gezien de doelen van artikel 2:41 van de APV. De bepaling strekt niet zover dat een groot bord aan de openbare weg moet worden geplaatst bij een woning op behoorlijke afstand van de weg. Een minder ingrijpend middel, zoals het aanbrengen van een kleiner bord op of nabij de woning, zou voldoende zijn geweest.

Conclusie

De burgemeester was bevoegd om de woning te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet, maar de plaatsing van een groot bord aan de openbare weg was niet gerechtvaardigd en disproportioneel. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover de plaatsing van het bord betrof, en de Afdeling herstelde dit door te bepalen dat het besluit tot plaatsing van het bord werd herroepen.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 30-06-2020 Een brigadier van de politie zag een auto wegrijden bij een tuinbouwwinkel die bekendstaat om leveringen voor hennepteelt. De auto stond op naam van [appellant B], maar werd bestuurd door een man. Uit het politiesysteem bleek dat [appellant A] op hetzelfde adres woonde en antecedenten had voor het vervaardigen van softdrugs.
  2. 16-07-2020 De politie viel de woning van [appellant A] en [appellant B] binnen en vond in een ondergrondse ruimte een kweektent met 76 hennepplanten, een droogtent met een lamp, en andere apparatuur die duidde op hennepteelt.
  3. 14-08-2020 De burgemeester besloot de woning van [appellant A] en [appellant B] voor drie maanden te sluiten vanwege de vondst van de hennepkwekerij.
  4. 20-08-2020 De woning werd feitelijk gesloten en voorzien van een kennisgevingsbord aan de openbare weg.
  5. 16-11-2020 De burgemeester verklaarde het bezwaar van [appellant A] en [appellant B] tegen de sluiting van hun woning ongegrond.
  6. 18-08-2022 De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van [appellant A] en [appellant B] tegen de sluiting van hun woning ongegrond.
  7. 28-05-2024 De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het hoger beroep van [appellant A] en [appellant B] tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam.
  8. 16-07-2025 De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover het bord aan de weg betreft en bepaalde dat de Staat der Nederlanden een vergoeding van € 1.000,00 moet betalen voor immateriële schade vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

bestuursrecht · opiumwet · handhaving · woningsluiting · redelijke-termijn