Intern salderen met algemene regels bemesten kan niet in voortoets natuurvergunning worden betrokken.
Bij besluit van 14 oktober 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland een vergunning verleend op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming aan BPD voor de realisatie en het gebruik van 163 woningen in Egmond aan den Hoef. BPD heeft op 9 april 2020 een aanvraag gedaan voor een natuurvergunning voor het project Delversduin. De natuurvergunning is verleend, omdat na extern salderen met stikstofdepositieruimte uit het stikstofregistratiesysteem, volgens het college, de natuurlijke kenmerken van de betreffende Natura 2000-gebieden met zekerheid niet werden aangetast. De rechtbank heeft het besluit vernietigd en het college opgedragen om een nieuw besluit op de aanvraag te nemen. Dit heeft het college gedaan op 22 mei 2024. De natuurvergunning is geweigerd, omdat het project leidt tot een gelijkblijvende of lagere stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie (intern salderen), zodat een natuurvergunning niet was vereist. De referentiesituatie is ontleend aan algemene regels over bemesten. [wederpartij] en anderen betogen dat niet is uitgesloten dat het project Overduin leidt tot stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied Noordhollands Duinreservaat en dat daarom wel een natuurvergunning nodig is.
Rechtsvraag
Is de weigering van de natuurvergunning door het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland op 22 mei 2024, op basis van intern salderen met een referentiesituatie ontleend aan algemene regels over bemesten, rechtmatig?
Regel
- art. 2.7, tweede lid, Wnb (natuurvergunningsplicht)
- art. 6, eerste en tweede lid, Hrl (Habitatrichtlijn over instandhoudings- en passende maatregelen)
Toepassing
- art. 2.7, tweede lid, Wnb (natuurvergunningsplicht) De Afdeling oordeelde dat het gebruik van intern salderen met een referentiesituatie ontleend aan algemene regels over bemesten niet mag worden betrokken in de voortoets om significante gevolgen uit te sluiten. Dit betekent dat zonder een passende beoordeling op basis van objectieve gegevens niet kan worden uitgesloten dat het project significante gevolgen heeft. Hierdoor is voor het project een natuurvergunning vereist. De referentiesituatie mag pas in een passende beoordeling als mitigerende maatregel worden betrokken, waarvoor bepaalde voorwaarden gelden. Het college heeft ten onrechte de referentiesituatie in de voortoets betrokken en geconcludeerd dat het project niet vergunningplichtig is. (Rechtsoverwegingen 10-12)
- art. 6, eerste en tweede lid, Hrl (Habitatrichtlijn over instandhoudings- en passende maatregelen) De Afdeling benadrukt dat een mitigerende maatregel alleen in een passende beoordeling mag worden betrokken als voldaan is aan het additionaliteitsvereiste; wat betekent dat de maatregel niet al nodig is als instandhoudings- of passende maatregel. Het college heeft niet voldoende gemotiveerd of voldaan is aan het additionaliteitsvereiste. Dit moet project-overstijgend worden beoordeeld en niet op het niveau van het individuele project. (Rechtsoverwegingen 19-19.5)
Conclusie
Het besluit van 22 mei 2024 is onrechtmatig genomen in strijd met artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb, omdat ten onrechte een mitigerende maatregel is betrokken in de voortoets. Het beroep van [wederpartij] en anderen is gegrond. Het college moet een nieuw besluit op de aanvraag van BPD nemen, rekening houdend met de voorwaarden voor intern salderen als mitigerende maatregel en het additionaliteitsvereiste.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 09-04-2020 BPD heeft een aanvraag gedaan voor een natuurvergunning voor het project Delversduin (nu: het project Overduin) in Egmond aan den Hoef.
- 14-10-2020 Het college verleent een natuurvergunning aan BPD voor de realisatie en het gebruik van 163 woningen na extern salderen met stikstofdepositieruimte.
- 22-04-2022 De rechtbank vernietigt het besluit van 14 oktober 2020 en draagt het college op een nieuw besluit te nemen.
- 14-08-2023 BPD dient een gewijzigde aanvraag in voor de natuurvergunning, nu voor 162 woningen.
- 01-01-2024 De Omgevingswet en de Aanvullingswet natuur Omgevingswet treden in werking.
- 22-05-2024 Het college neemt een nieuw besluit en weigert de natuurvergunning omdat het project leidt tot een gelijkblijvende of lagere stikstofdepositie (intern salderen).
- 12-12-2023 Sweco voert een AERIUS-berekening uit die aantoont dat de beoogde situatie niet leidt tot een toename van stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie.
- 25-02-2025 De Afdeling behandelt de zaak waarin BPD, [wederpartij] en anderen, en het college hun standpunten toelichten.
- 28-05-2025 De Afdeling verklaart het beroep van [wederpartij] en anderen gegrond en vernietigt het besluit van 22 mei 2024. Het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.