Belangenafweging kan voorlopige voorziening rechtvaardigen bij onomkeerbare gevolgen voor verzoeker.

Raad van State · 28 mei 2025 · Voorlopige voorziening · Bestuursrecht

Bij twee afzonderlijke besluiten van 9 mei 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellante] een boete opgelegd wegens een overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet en een waarschuwing voor preventieve stillegging van werkzaamheden gegeven. [verzoekster]verzoekt de voorzieningenrechter van de Afdeling om het waarschuwingsbesluit te schorsen, omdat de minister bij besluit van 6 maart 2024, dat in deze procedure overigens niet voorligt, preventieve stillegging van de werkzaamheden heeft bevolen. Volgens [verzoekster] heeft stillegging van de werkzaamheden voor haar onomkeerbare financiële gevolgen, zodat een faillissement onafwendbaar is. Bovendien kleven aan het waarschuwingsbesluit zo ernstige procedurele en inhoudelijke gebreken, dat dit geen stand kan houden, aldus [verzoekster].

Rechtsvraag

De centrale juridische vraag is of de voorlopige voorziening die door [verzoekster] is aangevraagd, moet worden toegekend om de besluiten van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met betrekking tot de waarschuwing en de preventieve stillegging van de werkzaamheden te schorsen, in afwachting van de beslissing in de bodemprocedure.

Regel

  • Artikel 8:81, Algemene wet bestuursrecht (Awb) (voorlopige voorziening)
  • Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) (regels omtrent arbeidsomstandigheden en veiligheid op de werkvloer)

Toepassing

  • Artikel 8:81, Algemene wet bestuursrecht (Awb) (voorlopige voorziening) [verzoekster] heeft een spoedeisend belang bij schorsing van de waarschuwing en de daarop volgende preventieve stillegging, omdat de stillegging onomkeerbare financiële gevolgen kan hebben, mogelijk leidende tot faillissement. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat het belang van [verzoekster] om het hoger beroep over het waarschuwingsbesluit af te wachten zwaarder weegt dan het belang van de minister bij onmiddellijke effectuering van de besluiten. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening toe. Dit komt naar voren in rechtsoverwegingen 3 tot en met 4.
  • Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) (regels omtrent arbeidsomstandigheden en veiligheid op de werkvloer) De minister heeft op basis van de Arbowet een waarschuwing en een besluit tot preventieve stillegging van de werkzaamheden gegeven vanwege een vermeende overtreding. De rechtmatigheid van deze maatregelen wordt betwist, maar vanwege de ernstige financiële implicaties voor [verzoekster], heeft de voorzieningenrechter besloten de werking van deze besluiten voorlopig te schorsen totdat het hoger beroep is beoordeeld. Deze toepassing is impliciet in de beoordeling van de spoedeisendheid en de belangenafweging uitgevoerd door de voorzieningenrechter.

Conclusie

De voorzieningenrechter heeft het verzoek van [verzoekster] om een voorlopige voorziening toegewezen. De besluiten van de minister van 9 mei 2022 en 17 november 2022 worden geschorst totdat er een uitspraak is gedaan in de bodemprocedure. Dit besluit is gebaseerd op de belangenafweging waarin het financiële belang en de mogelijke gevolgen voor [verzoekster] zwaarder wegen dan het belang van de minister bij onmiddellijke uitvoering van de besluiten.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 09-05-2022 De minister legt [verzoekster] een boete op wegens overtreding van de Arbowet en geeft een waarschuwing voor preventieve stillegging van de werkzaamheden.
  2. 17-11-2022 De minister verklaart het door [verzoekster] tegen de besluiten van 9 mei 2022 gemaakte bezwaar ongegrond.
  3. 04-10-2024 De rechtbank verklaart het beroep van [verzoekster] tegen de besluiten van 9 mei 2022 en 17 november 2022 ongegrond.
  4. 06-03-2024 De minister besluit tot preventieve stillegging van de werkzaamheden van [verzoekster].
  5. 24-04-2025 De voorzieningenrechter draagt de minister op niet over te gaan tot stillegging van de werkzaamheden bij [verzoekster] totdat op het verzoek om voorlopige voorziening is beslist.
  6. 15-05-2025 De voorzieningenrechter behandelt het verzoek van [verzoekster] ter zitting, waarbij de partijen en hun vertegenwoordigers aanwezig zijn.
  7. 22-05-2025 De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en schorst de besluiten van 9 mei 2022 en 17 november 2022 totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. De minister moet de proceskosten en het griffierecht vergoeden.