Een stichting moet feitelijke werkzaamheden verrichten v贸贸r bezwaar om als belanghebbende te gelden.

Raad van State 路 23 april 2025 路 Hoger beroep 路 Bestuursrecht; Omgevingsrecht

Bij besluit van 6 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen aan Parkhotel Bergen B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het wijzigen en vergroten van het zogenoemde Parkhotel gelegen aan de Stationsstraat 2B, Breelaan 19, 21 en 23S en het aanleggen van een inrit op Stationsstraat 2B in Bergen (NH). In het centrum van Bergen bevindt zich een hotel met restaurant, ook wel het Parkhotel genoemd. Het Parkhotel beschikt over 26 kamers met restaurant, brasserie, serre, terras en diverse ruimtes voor bijeenkomsten. De bebouwing bestaat uit een aantal gebouwen die in de periode tussen 1979 en 2009 aan het voormalige Pension Erica zijn gebouwd. Om het verouderde hotel te kunnen vernieuwen, heeft de raad van de gemeente Bergen op 29 september 2016 het bestemmingsplan "Parkhotel te Bergen" vastgesteld. In 2017 heeft het college in afwijking van dat bestemmingsplan een omgevingsvergunning verleend om het hotelgebouw anders te mogen uitvoeren. Die vergunning is inmiddels onherroepelijk.

Rechtsvraag

Is het college van burgemeester en wethouders van Bergen (NH) terecht in het verlenen van een omgevingsvergunning voor het Parkhotel, gezien de gestelde strijdigheden met bestemmingsplannen en de belangen van Stichting LOSB en SBBB?

Regel

  • Art. 4.3, Invoeringswet Omgevingswet (toepassing oud recht bij aanvraag voor inwerkingtreding Omgevingswet)
  • Art. 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2藲, Wabo (afwijking bestemmingsplan)
  • Art. 1:2, derde lid, Awb (belanghebbendencriterium voor rechtspersonen)
  • Art. 8:69a, Awb (relativiteitsvereiste)
  • Art. 2.12, tweede lid, APV (weigeringsgronden uitweg)

Toepassing

  • Art. 4.3, Invoeringswet Omgevingswet (toepassing oud recht bij aanvraag voor inwerkingtreding Omgevingswet) De aanvraag voor de omgevingsvergunning werd gedaan voordat de Omgevingswet in werking trad, waardoor het recht zoals dat gold v贸贸r 1 januari 2024 van toepassing blijft. Dit betekent dat de Wabo van toepassing blijft op de vergunningaanvraag. Het bouwplan wijkt op verschillende punten af van de voor het perceel geldende bestemmingsplannen 'Parkhotel te Bergen' en 'Bergen Centrum'.
  • Art. 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2藲, Wabo (afwijking bestemmingsplan) Het college heeft de omgevingsvergunning verleend in afwijking van de bestemmingsplannen, omdat het gebruik van de grond en bouwwerken niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt bestaan er geen bezwaren tegen het bouwplan, ondanks de afwijkingen zoals overschrijding van bouwhoogten.
  • Art. 1:2, derde lid, Awb (belanghebbendencriterium voor rechtspersonen) Stichting LOSB werd niet als belanghebbende aangemerkt omdat ze ten tijde van het einde van de bezwaartermijn geen feitelijke werkzaamheden verrichtte. Bovendien is het louter in rechte opkomen tegen besluiten als regel niet voldoende om als belanghebbende te worden aangemerkt.
  • Art. 8:69a, Awb (relativiteitsvereiste) Het relativiteitsvereiste verhindert dat SBBB zich succesvol kan beroepen op normen over parkeercapaciteit, omdat deze niet strekken tot bescherming van het belang dat zij volgens haar statuten behartigt, namelijk het behoud van cultuurgoed.
  • Art. 2.12, tweede lid, APV (weigeringsgronden uitweg) De weigeringsgronden met betrekking tot de bruikbaarheid en veiligheid van de weg strekken niet tot bescherming van het door SBBB behartigde belang, namelijk het behoud van cultuurgoed. De weigeringsgrond over het uiterlijk aanzien van de omgeving werd door het college niet in strijd geacht vanwege positieve stedenbouwkundige advisering.

Conclusie

Het hoger beroep van zowel Stichting LOSB als SBBB is gegrond. Het beroep van Stichting LOSB wordt alsnog niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van belanghebbendheid. Het beroep van SBBB slaagt deels vanwege procedurele fouten in de uitspraak van de rechtbank, maar inhoudelijk kunnen de bezwaren van SBBB tegen de omgevingsvergunning niet leiden tot vernietiging van het besluit, omdat de geschonden normen niet strekken tot bescherming van de door SBBB behartigde belangen.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 29-09-2016 De raad van de gemeente Bergen heeft het bestemmingsplan 'Parkhotel te Bergen' vastgesteld.
  2. 2017 Het college heeft in afwijking van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning verleend om het hotelgebouw anders uit te voeren.
  3. 12-05-2020 Vergunninghoudster heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het wijzigen en vergroten van het Parkhotel en het aanleggen van een inrit.
  4. 06-11-2020 Het college heeft een omgevingsvergunning verleend voor het wijzigen en vergroten van het Parkhotel in afwijking van de bestemmingsplannen.
  5. 16-12-2020 Stichting LOSB is opgericht en heeft bezwaar gemaakt tegen de verleende omgevingsvergunning.
  6. 30-09-2021 Het college heeft de bezwaren van Stichting LOSB en SBBB gegrond verklaard, het besluit van 6 november 2020 gedeeltelijk herroepen en de vergunning gedeeltelijk geweigerd.
  7. 05-07-2023 De rechtbank heeft het beroep van Stichting LOSB niet-ontvankelijk en dat van SBBB gegrond verklaard, en het besluit van 30 september 2021 vernietigd.
  8. 18-07-2024 Het college heeft opnieuw op de bezwaren beslist en aan SBBB een dwangsom toegekend voor het niet tijdig nemen van een nieuw besluit op bezwaar.
  9. 17-02-2025 De Afdeling heeft de zaak op zitting behandeld met vertegenwoordigers van Stichting LOSB, SBBB, het college en de vergunninghoudster.
  10. 23-04-2025 De Afdeling heeft de hoger beroepen van Stichting LOSB en SBBB gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, en nieuwe beslissingen genomen.