Kapwerkzaamheden zonder vergunning zijn verboden, tenzij het normaal onderhoud betreft volgens planregels.
Op 27 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oirschot de werkzaamheden bestaande uit het vellen en verwijderen van houtopstanden stilgelegd op percelen aan de [locatie A] in Middelbeers. Bij besluit van 29 november 2019 heeft het college zijn beslissing om op 27 november 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen op schrift gesteld. Bij dat besluit is [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast om de werkzaamheden te staken. [appellant] was eigenaar van de percelen kadastraal bekend als E 2242, E 2470 en E 2571, gelegen aan de [locatie A] in Middelbeers. [appellant] heeft kapwerkzaamheden verricht op zijn percelen. De Werkgroep heeft deze activiteiten opgemerkt en het college verzocht handhavend op te treden. Dat heeft geleid tot de last onder dwangsom.
Rechtsvraag
Was een omgevingsvergunning vereist voor de kapwerkzaamheden uitgevoerd door [appellant] op de percelen in Middelbeers?
Regel
- art. 2.1, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) (verbod zonder vergunning bepaalde projecten uit te voeren)
- art. 14.4.1, planregels (verbod op verwijderen van houtgewas zonder vergunning)
- art. 14.4.2, planregels (uitzondering op vergunningsplicht voor normaal onderhoud in kader van bos- en natuurbeheer)
- art. 1, lid 110, planregels (definitie van normaal onderhoud)
Toepassing
- art. 2.1, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) (verbod zonder vergunning bepaalde projecten uit te voeren) De kapwerkzaamheden uitgevoerd door [appellant] vallen onder het verbod van artikel 2.1 van de Wabo, omdat ze zonder omgevingsvergunning zijn uitgevoerd. Het verwijderen van houtgewas valt onder de werkzaamheden die een vergunning vereisen volgens het bestemmingsplan. De werkzaamheden waren gericht op de omvorming van het bos, wat niet als normaal onderhoud wordt beschouwd.
- art. 14.4.1, planregels (verbod op verwijderen van houtgewas zonder vergunning) Het is verboden om houtgewas te verwijderen zonder omgevingsvergunning. [appellant] heeft zonder vergunning kapwerkzaamheden uitgevoerd. De rechtbank heeft vastgesteld dat het doel van de werkzaamheden gericht was op bosomvorming, wat niet als normaal onderhoud wordt beschouwd.
- art. 14.4.2, planregels (uitzondering op vergunningsplicht voor normaal onderhoud in kader van bos- en natuurbeheer) De uitzondering op de vergunningsplicht is niet van toepassing omdat de werkzaamheden niet als normaal onderhoud in het kader van bos- en natuurbeheer kunnen worden beschouwd. De werkzaamheden waren gericht op bosomvorming, wat verder gaat dan normaal onderhoud. Bovendien was het bosbeheerplan op het moment van de werkzaamheden niet goedgekeurd.
- art. 1, lid 110, planregels (definitie van normaal onderhoud) De werkzaamheden vallen niet onder normaal onderhoud zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 110 van de planregels, omdat ze gericht waren op de omvorming van het bos en niet op regulier onderhoud zoals bedoeld in het artikel. Het bosbeheerplan was bovendien niet goedgekeurd op het moment van de uitvoering van de werkzaamheden.
Conclusie
De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat voor de uitgevoerde kapwerkzaamheden een omgevingsvergunning vereist was. De werkzaamheden waren gericht op de omvorming van het bos en gingen verder dan normaal onderhoud of beheer. Daarom was een omgevingsvergunning nodig volgens de regels van de Wabo en de planregels.
Wetsartikelen
- art. 6 EVRM
Tijdlijn
- 27-11-2019 Het college heeft de kapwerkzaamheden op percelen aan de [locatie A] in Middelbeers stilgelegd.
- 29-11-2019 Het college heeft schriftelijk de beslissing om op 27 november 2019 spoedeisende bestuursdwang toe te passen vastgelegd en [appellant] onder dwangsom gelast de werkzaamheden te staken.
- 16-12-2019 [appellant] heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 29 november 2019.
- 25-09-2019 Een bosbeheerplan is opgesteld, maar op dit moment nog niet goedgekeurd.
- 03-03-2020 Advies van Staro waarin staat dat de dunning op de percelen E 2470 en E 2571 het reguliere beheer niet te boven ging.
- 26-05-2020 Het college verklaart het bezwaar deels gegrond, heft de stillegging van de kap op, maar handhaaft de dwangsom voor het afvoeren van gevelde bomen.
- 14-09-2021 De rechtbank verklaart het beroep van [appellant] tegen het besluit van 26 mei 2020 ongegrond.
- 03-03-2021 Het college verleent een omgevingsvergunning voor het verleggen van een inrit op perceel E 2242.
- 22-05-2024 De zaak is op zitting behandeld door de Afdeling, waarbij de erven van [appellant], het college en De Werkgroep zijn verschenen.
- 24-07-2024 De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De Staat der Nederlanden wordt veroordeeld tot schadevergoeding aan De Werkgroep wegens overschrijding van de redelijke termijn.