Opname in treiteraanpak gelijkgesteld aan besluit; opschaling naar TTT onterecht.
Bij brief van 15 september 2015 heeft de stadsdeelvoorzitter aan [appellante] meegedeeld dat zij is opgenomen in de treiteraanpak van de gemeente Amsterdam. Bij besluit van 19 augustus 2019 heeft de burgemeester van Amsterdam het verzoek van [appellante] om beëindiging van de uitwisseling van haar persoonsgegevens in het kader van de treiteraanpak en om verwijdering van haar persoonsgegevens afgewezen. [appellante] is opgenomen in de zogenaamde treiteraanpak. Met deze aanpak heeft de gemeente Amsterdam in samenwerking met onder meer de politie, het Openbaar Ministerie, woningbouwcorporaties en Jeugdbescherming Amsterdam, een werkwijze ontwikkeld om bijzondere gevallen van ernstige overlast en intimidatie in de woonomgeving tegen te gaan. [appellante] vindt dat zij onterecht in de treiteraanpak is opgenomen. Zij heeft een klacht ingediend en de burgemeester gevraagd te erkennen dat zij te laat op de hoogte is gesteld van haar opname in de treiteraanpak en dat het besluit om haar in de treiteraanpak op te nemen ten onrechte genomen is. Daarnaast heeft zij de burgemeester gevraagd om haar opname in de treiteraanpak en de dossieropbouw daaromtrent te beëindigen.
Rechtsvraag
Is de opname van [appellante] in de treiteraanpak van de gemeente Amsterdam rechtmatig en voldoet deze aan de gestelde criteria?
Regel
- art. 1:3, Awb (definitie besluit)
- art. 17, AVG (recht op gegevenswissing)
- art. 5, AVG (beginselen inzake verwerking van persoonsgegevens)
- art. 35, AVG (gegevensbeschermingseffectbeoordeling)
- art. 8, EVRM (recht op eerbiediging van privé- en gezinsleven)
Toepassing
- art. 1:3, Awb (definitie besluit) De Afdeling heeft geoordeeld dat de mededeling dat iemand is opgenomen in de treiteraanpak geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Awb, omdat het geen rechtsgevolg heeft. Echter, de Afdeling ziet aanleiding deze rechtspraak te nuanceren. De opname in de treiteraanpak wordt nu gelijkgesteld aan een besluit omdat het leidt tot verwerking van persoonsgegevens door verschillende instanties, wat een rechtsgevolg is. Dit betekent dat er bestuursrechtelijke rechtsmiddelen openstaan tegen de beslissing om iemand op te nemen in de treiteraanpak.
- art. 17, AVG (recht op gegevenswissing) De burgemeester heeft het verzoek om verwijdering van persoonsgegevens afgewezen omdat de verwerking noodzakelijk is voor de doelen van de treiteraanpak. De rechtbank heeft geoordeeld dat de verwerking van de persoonsgegevens van [appellante] rechtmatig was, aangezien deze voldeed aan de vijf criteria van het Convenant treiteraanpak.
- art. 5, AVG (beginselen inzake verwerking van persoonsgegevens) De rechtbank heeft overwogen dat de verwerking van de persoonsgegevens van [appellante] rechtmatig was en dat het belang van bescherming van het slachtoffer zwaarder weegt dan de nadelige gevolgen van opname in de treiteraanpak voor [appellante].
- art. 35, AVG (gegevensbeschermingseffectbeoordeling) De rechtbank oordeelde dat er geen verplichting was om een DPIA uit te voeren ten tijde van de opname van [appellante] in de treiteraanpak, omdat deze verplichting pas gold vanaf 25 mei 2018. Bovendien is inmiddels wel een DPIA uitgevoerd.
- art. 8, EVRM (recht op eerbiediging van privé- en gezinsleven) De rechtbank heeft overwogen dat de opname van [appellante] in de treiteraanpak geen onaanvaardbare inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer oplevert, omdat de verwerking van gegevens noodzakelijk was en de burgemeester geen meer gegevens heeft verwerkt dan nodig was.
Conclusie
Het hoger beroep van [appellante] is gegrond verklaard voor zover het bezwaar tegen de opname in de treiteraanpak niet-ontvankelijk was verklaard. De beslissing om [appellante] in de treiteraanpak op te nemen wordt gelijkgesteld aan een besluit in de zin van de Awb. De opname van [appellante] in de treiteraanpak was rechtmatig, maar de opschaling naar de Top Tien Treiteraanpak was onterecht. De burgemeester moet de proceskosten vergoeden.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 15-09-2015 De stadsdeelvoorzitter van Amsterdam heeft [appellante] meegedeeld dat zij is opgenomen in de treiteraanpak van de gemeente Amsterdam.
- 19-08-2019 De burgemeester van Amsterdam heeft het verzoek van [appellante] om beëindiging van de uitwisseling van haar persoonsgegevens en om verwijdering van haar persoonsgegevens afgewezen.
- 17-04-2020 De burgemeester van Amsterdam heeft het door [appellante] tegen de brief van 15 september 2015 en het besluit van 19 augustus 2019 gemaakte bezwaar gedeeltelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk ongegrond verklaard.
- 15-11-2021 De rechtbank Amsterdam heeft het door [appellante] ingestelde beroep ongegrond verklaard.
- 20-09-2023 De geheimhoudingskamer van de Afdeling heeft het verzoek van de burgemeester om toepassing van artikel 8:29 van de Awb ten aanzien van geheime stukken toegewezen.
- 08-05-2023 De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld waar [appellante], bijgestaan door mr. J. Hemelaar, en de burgemeester, vertegenwoordigd door C. Claessens, H. van Heuningen, L.M. ten Berge en mr. A. Alkema, zijn verschenen.
- 30-10-2023 De Afdeling heeft de zaak verder behandeld in een tweede zitting met dezelfde partijen aanwezig.
- 01-02-2024 [appellante] heeft verzocht om opheffing van de geheimhouding van de stukken waarop artikel 8:29 van de Awb van toepassing is.
- 11-04-2024 De geheimhoudingskamer van de Afdeling heeft het verzoek van [appellante] om opheffing van de geheimhouding afgewezen.
- 03-07-2024 De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep van [appellante] gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank Amsterdam vernietigd, het beroep van [appellante] gegrond verklaard en het besluit van 17 april 2020 vernietigd voor zover daarbij het bezwaar van [appellante] tegen opname in de treiteraanpak niet-ontvankelijk is verklaard.