Concurrentiebelang kan belanghebbendheid opleveren bij handhavingsverzoeken.

Raad van State 路 3 juli 2024 路 Hoger beroep 路 Bestuursrecht

Bij brief van 1 maart 2022, abusievelijk gedateerd 14 februari 2022, heeft het college van burgemeester en wethouders van Brielle (nu: Voorne aan Zee) het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden afgewezen. [appellant] is 茅茅n van de eigenaren van het perceel aan de [locatie 1] te Zwartewaal, waar hij de paardenhouderij "[naam]" exploiteert. Op dit perceel staan achttien stallen, waarvan er dertien worden verhuurd, een paardrijbak met mestopslag, vier paddocks en een schuur. Daarnaast huurt hij een perceel aan de Meeldijk te Zwartewaal. In 2021 is door het college van de toenmalige gemeente Brielle handhavend opgetreden tegen de paardenhouderij van [appellant], vanwege de aanwezigheid van illegale paardrijbakken en lichtmasten en een overschrijding van het in het bestemmingsplan toegestane aantal vierkante meters aan buitenruimte. In een brief van 12 januari 2022 heeft [appellant] het college verzocht om ook handhavend op te treden tegen paardenhouderijen op 26 andere percelen wegens strijd met het geldende bestemmingsplan.

Rechtsvraag

De centrale juridische vraag is of [appellant] als belanghebbende kan worden aangemerkt in de zin van artikel 1:2 van de Awb bij zijn verzoek om handhavend optreden tegen paardenhouderijen op 26 percelen, zodat zijn verzoek als een aanvraag moet worden beschouwd waarop het college een besluit moet nemen.

Regel

  • art. 1:2, eerste lid, Awb (definitie belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken)
  • art. 8:1 Awb (belanghebbende kan beroep instellen bij de bestuursrechter)
  • art. 1:3, derde lid, Awb (definitie aanvraag: een verzoek van een belanghebbende om een besluit te nemen)
  • art. 4.3, aanhef en onder a, Iw Ow (oud recht blijft van toepassing op verzoek om handhavend optreden ingediend voor 1 januari 2024)

Toepassing

  • art. 1:2, eerste lid, Awb (definitie belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken) De Afdeling oordeelt dat [appellant] in hetzelfde marktsegment werkzaam is als de paardenhouderijen op de percelen aan de [locatie 3] en [locatie 4] in Zwartewaal en de paardenhouderij op het perceel aan de [locatie 5] in Vierpolders. Hierdoor kan hij als concurrent worden aangemerkt en heeft hij een rechtstreeks belang bij handhaving. Voor de overige paardenhouderijen geldt dit niet omdat ze in een ander marktsegment vallen of er geen sprake is van verhuur van stalruimte aan particulieren.
  • art. 8:1 Awb (belanghebbende kan beroep instellen bij de bestuursrechter) Aangezien [appellant] als concurrent kan worden aangemerkt voor de paardenhouderijen op de percelen aan de [locatie 3], [locatie 4] en [locatie 5], is hij belanghebbende en kan hij beroep instellen tegen besluiten die betrekking hebben op deze percelen.
  • art. 1:3, derde lid, Awb (definitie aanvraag: een verzoek van een belanghebbende om een besluit te nemen) Omdat [appellant] als belanghebbende wordt aangemerkt, moet zijn verzoek om handhaving worden gezien als een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb. Dit betekent dat het college een besluit moet nemen op dit verzoek.
  • art. 4.3, aanhef en onder a, Iw Ow (oud recht blijft van toepassing op verzoek om handhavend optreden ingediend voor 1 januari 2024) Het verzoek om handhaving is ingediend op 12 januari 2022, dus v贸贸r de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Daarom blijft het oude recht van toepassing op dit verzoek totdat het besluit onherroepelijk is.

Conclusie

De Afdeling oordeelt dat [appellant] als belanghebbende moet worden aangemerkt met betrekking tot zijn verzoek om handhaving tegen de paardenhouderijen op de percelen aan de [locatie 3] en [locatie 4] in Zwartewaal en de [locatie 5] in Vierpolders. Het college moet daarom een nieuw besluit nemen op het bezwaar van [appellant], waarbij inhoudelijk wordt gereageerd op zijn verzoek om handhaving. Het hoger beroep van [appellant] wordt gegrond verklaard en het incidenteel hoger beroep van het college ongegrond.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 2021 Het college van de gemeente Brielle treedt handhavend op tegen de paardenhouderij van appellant wegens illegale paardrijbakken, lichtmasten en overschrijding van buitenruimte.
  2. 12-01-2022 Appellant verzoekt het college om handhavend op te treden tegen paardenhouderijen op 26 percelen wegens strijd met het bestemmingsplan.
  3. 01-03-2022 Het college wijst het verzoek van appellant om handhavend op te treden af, omdat appellant geen belanghebbende zou zijn.
  4. 22-06-2022 Het college verklaart het bezwaar van appellant tegen de afwijzing van zijn verzoek om handhaving niet-ontvankelijk.
  5. 23-12-2022 De rechtbank verklaart het beroep van appellant tegen de niet-ontvankelijk verklaring van zijn bezwaar ongegrond.
  6. Onbekend Appellant en het college van burgemeester en wethouders van Voorne aan Zee stellen hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam.
  7. 27-05-2024 De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelt de zaak op zitting, waar appellant en het college vertegenwoordigd door mr. O.E. de Vries verschijnen.
  8. 01-01-2024 De Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet treden in werking. Voor verzoeken om handhaving die voor deze datum zijn ingediend, blijft het oude recht van toepassing.
  9. 03-07-2024 De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het incidenteel hoger beroep van het college ongegrond en het hoger beroep van appellant gegrond. De uitspraak van de rechtbank Rotterdam wordt vernietigd en het besluit van 22 juni 2022 wordt vernietigd.
  10. Onbekend Het college moet een nieuw besluit op het bezwaar van appellant nemen, waarbij appellant als belanghebbende moet worden aangemerkt met betrekking tot zijn verzoek om handhaving ten aanzien van de paardenhouderijen op de percelen aan de [locatie 3] en [locatie 4] in Zwartewaal en de [locatie 5] in Vierpolders.