Adviezen Octrooicentrum zijn geen besluiten in de zin van artikel 1:3 Awb.
Op 28 februari 2020 en 6 maart 2020 heeft het Octrooicentrum adviezen uitgebracht. De Dienst Wegverkeer heeft op 18 juli 2019 op grond van artikel 84 van de Rijksoctrooiwet 1995 een verzoek ingediend bij het Octrooicentrum om advies uit te brengen over twee octrooien, NL1042756 en NL1042286. [appellant] was octrooihouder van deze octrooien. Het Octrooicentrum heeft vervolgens twee adviezen uitgebracht en [appellant] heeft hiertegen bezwaar ingesteld. Het Octrooicentrum heeft dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat de adviezen volgens hem niet op rechtsgevolg zijn gericht en daarom geen besluiten zijn als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank heeft het beroep tegen het besluit op bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] betoogt dat de adviezen van het Octrooicentrum wel besluiten in de zin van artikel 1:3 van de Awb zijn. Het Octrooicentrum heeft zich in een nader stuk van 16 september 2022 op het standpunt gesteld dat [appellant] geen procesbelang heeft, omdat hij een schikking heeft getroffen waarin hij afstand heeft gedaan van zijn octrooien en heeft toegezegd zijn hoger beroep bij de Afdeling te zullen intrekken.
Rechtsvraag
Of de adviezen van het Octrooicentrum Nederland besluiten zijn in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en of [appellant] procesbelang heeft bij het hoger beroep.
Regel
- art. 1:3, Awb (Begrip besluit): Een besluit is een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
- art. 84, Rijksoctrooiwet 1995 (Advies over octrooien): Dit artikel regelt de mogelijkheid voor de RDW om advies te vragen aan het Octrooicentrum over octrooien.
- Artikel 8:63, tweede lid, Awb (Horen van getuigen): De rechter kan afzien van het horen van getuigen indien dit redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak.
Toepassing
- art. 1:3, Awb (Begrip besluit): Een besluit is een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. De rechtbank en de Afdeling oordeelden dat de adviezen van het Octrooicentrum geen besluiten zijn in de zin van artikel 1:3 van de Awb, omdat de adviezen geen rechtsgevolg hebben. De octrooien blijven van kracht na het advies, en een verandering in de rechtspositie van de octrooihouder treedt pas op na een rechterlijke uitspraak op een ingediende vordering. De Afdeling verwijst naar de overweging van de rechtbank dat het feit dat een verzoeker ontvankelijk wordt in een vordering tot vernietiging van de octrooien door het advies, op zichzelf geen verandering in de rechtspositie van de octrooihouder meebrengt (Rechtsoverweging 7).
- art. 84, Rijksoctrooiwet 1995 (Advies over octrooien): Dit artikel regelt de mogelijkheid voor de RDW om advies te vragen aan het Octrooicentrum over octrooien. De RDW heeft op grond van artikel 84 van de Rijksoctrooiwet 1995 een verzoek ingediend bij het Octrooicentrum om advies uit te brengen over twee octrooien van [appellant]. Het Octrooicentrum heeft hierop adviezen uitgebracht, waarop [appellant] bezwaar heeft gemaakt. De rechtbank en de Afdeling hebben geoordeeld dat deze adviezen geen besluiten zijn in de zin van artikel 1:3 van de Awb, en dus niet vatbaar zijn voor bezwaar (Rechtsoverweging 1, 3, 4).
- Artikel 8:63, tweede lid, Awb (Horen van getuigen): De rechter kan afzien van het horen van getuigen indien dit redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. [appellant] heeft aangevoerd dat hij de schikking onder dwang heeft ondertekend, maar heeft dit niet met stukken onderbouwd. De Afdeling heeft daarom geen aanleiding gezien om de voormalige advocaat van [appellant] te horen, omdat dit redelijkerwijs niet zou bijdragen aan de beoordeling van de zaak (Rechtsoverweging 6).
Conclusie
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. De adviezen van het Octrooicentrum zijn geen besluiten in de zin van artikel 1:3 van de Awb, en [appellant] heeft geen actueel en reΓ«el belang bij een inhoudelijke behandeling van zijn betoog, aangezien hij afstand heeft gedaan van de octrooien waarop de adviezen betrekking hebben.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 18-07-2019 De Dienst Wegverkeer (RDW) heeft een verzoek ingediend bij het Octrooicentrum Nederland om advies uit te brengen over twee octrooien, NL1042756 en NL1042286, waarvan [appellant] de octrooihouder is.
- 28-02-2020 Het Octrooicentrum Nederland heeft het eerste advies uitgebracht over de octrooien NL1042756 en NL1042286.
- 06-03-2020 Het Octrooicentrum Nederland heeft het tweede advies uitgebracht over de octrooien NL1042756 en NL1042286.
- 20-05-2020 Het Octrooicentrum Nederland heeft het door [appellant] tegen de adviezen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat de adviezen volgens hen geen besluiten zijn in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
- 22-07-2021 De rechtbank Den Haag heeft het beroep van [appellant] tegen het besluit van het Octrooicentrum Nederland ongegrond verklaard.
- 17-11-2021 Bij vonnis van de rechtbank Den Haag zijn de octrooien NL1042756 en NL1042286 vernietigd.
- 27-06-2022 Tijdens de mondelinge behandeling bij het Gerechtshof Den Haag is een schikking getroffen tussen [appellant] en de RDW.
- 03-05-2022 In het proces-verbaal van de mondelinge behandeling is opgenomen dat [appellant] afstand doet van de octrooien en het hoger beroep bij de Raad van State intrekt.
- 16-09-2022 Het Octrooicentrum Nederland heeft in een nader stuk het standpunt ingenomen dat [appellant] geen procesbelang meer heeft omdat hij een schikking heeft getroffen en afstand heeft gedaan van zijn octrooien.
- 20-03-2024 De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de zaak ter zitting behandeld, waar [appellant] en het Octrooicentrum Nederland, vertegenwoordigd door mr. J.W. Meewisse, zijn verschenen.
- 24-04-2024 De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.