Paspoort kan worden geweigerd bij betalingsachterstand studieschuld zonder gegronde reden tot twijfel aan signalering.

Raad van State ยท 10 april 2024 ยท Hoger beroep ยท Bestuursrecht

Bij besluit van 20 oktober 2020 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van [appellant] voor een Nederlands paspoort afgewezen. Bij besluit van 8 maart 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] heeft de Nederlandse nationaliteit en woont in [woonplaats], Bulgarije. Zijn Bulgaarse verblijfsvergunning is geldig tot 27 februari 2030. [appellant] heeft een aanvraag gedaan om zijn Nederlandse paspoort te vernieuwen. De minister heeft de aanvraag afgewezen omdat [appellant] staat vermeld in het Register Paspoortsignaleringen van de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Hij is in het Register opgenomen op verzoek van de Dienst Uitvoering Onderwijs (hierna: DUO) omdat hij een betalingsachterstand van zijn studieschuld zou hebben. Volgens [appellant] klopt dat niet, omdat zijn studieschuld inmiddels verjaard is en de DUO dus geen vordering meer heeft.

Rechtsvraag

Mocht de minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag van [appellant] voor een nieuw Nederlands paspoort weigeren op basis van een vermelding in het Register Paspoortsignaleringen vanwege een betalingsachterstand van zijn studieschuld?

Regel

  • art. 22, Paspoortwet (Weigering of vervallenverklaring van paspoort bij gegrond vermoeden van onttrekken aan invordering)
  • art. 44 lid 2, Paspoortwet (Vergewisplicht van autoriteit bij een aanvraag van een persoon met een signalering in het register)
  • art. 45 lid 2, Paspoortwet (Weigering van paspoort mag niet leiden tot onevenredige benadeling)

Toepassing

  • art. 22, Paspoortwet (Weigering of vervallenverklaring van paspoort bij gegrond vermoeden van onttrekken aan invordering) De minister heeft de aanvraag van [appellant] afgewezen omdat hij vermeld staat in het Register Paspoortsignaleringen wegens een betalingsachterstand van zijn studieschuld. De minister heeft inlichtingen ingewonnen bij DUO, die bevestigde dat [appellant] nog steeds een schuld heeft en geen overeenstemming heeft bereikt over de terugbetaling. Omdat [appellant] geen verzoek heeft gedaan om verlaging van de termijnbetalingen, zijn deze opeisbaar geworden. De Afdeling oordeelde dat er geen gegronde reden was om aan de rechtmatigheid van de signalering te twijfelen.
  • art. 44 lid 2, Paspoortwet (Vergewisplicht van autoriteit bij een aanvraag van een persoon met een signalering in het register) De minister heeft voldaan aan zijn vergewisplicht door bij DUO na te gaan of de gronden voor de vermelding in het Register nog steeds bestaan. DUO heeft bevestigd dat de studieschuld nog bestaat en dat er geen overeenstemming is bereikt over de terugbetaling.
  • art. 45 lid 2, Paspoortwet (Weigering van paspoort mag niet leiden tot onevenredige benadeling) [appellant] kan met een Nederlandse identiteitskaart binnen de Europese Unie reizen, inclusief naar Nederland om zijn ouders te bezoeken. [appellant] heeft niet voldoende onderbouwd dat hij een paspoort nodig heeft voor werk buiten de Europese Unie. De Afdeling oordeelde dat het belang van de minister om te verhinderen dat [appellant] zich aan zijn betalingsverplichtingen onttrekt, zwaarder weegt dan het belang van [appellant] om naar landen buiten de Europese Unie te reizen.

Conclusie

De minister mocht de aanvraag voor een nieuw paspoort van [appellant] weigeren omdat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat er gegronde reden was om te twijfelen aan de rechtmatigheid van de signalering in het Register Paspoortsignaleringen. De weigering leidt niet tot onevenredige benadeling van [appellant]. Het hoger beroep van [appellant] is ongegrond verklaard.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 20-10-2020 De minister van Buitenlandse Zaken wijst de aanvraag van [appellant] voor een Nederlands paspoort af omdat [appellant] staat vermeld in het Register Paspoortsignaleringen vanwege een betalingsachterstand van zijn studieschuld bij DUO.
  2. 08-03-2021 De minister verklaart het bezwaar van [appellant] tegen de afwijzing van de paspoortaanvraag ongegrond.
  3. 03-06-2022 De rechtbank Den Haag verklaart het beroep van [appellant] tegen de beslissing op bezwaar ongegrond. De rechtbank oordeelt dat de minister aan zijn vergewisplicht heeft voldaan en dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen studieschuld heeft.
  4. Onbekend [appellant] stelt hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag.
  5. 24-11-2023 De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelt de zaak ter zitting. [appellant] wordt vertegenwoordigd door advocaten mr. F.J.M. Kobossen en mr. V.W.J.H. Kobossen. De minister wordt vertegenwoordigd door mr. L.H.T. Geuzendam.
  6. 10-04-2024 De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag en verklaart het hoger beroep van [appellant] ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.