College mag locatie voor ondergrondse afvalcontainers aanwijzen ondanks geringe afwijkingen van inrichtingscriteria.
Bij besluit van 25 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg de locatie LV-DC-002, ter hoogte van [locatie], aangewezen ten behoeve van het plaatsen van ondergrondse afvalcontainers voor huishoudelijk afval ten behoeve van de inzameling van huishoudelijk afval. [appellant] woont aan de [locatie] in Voorburg. Op de aangewezen locatie nabij zijn woning zullen vier ondergrondse containers worden geplaatst. Het gaat om een afvalcontainer voor restafval, een voor groente-, fruit- en tuinafval (gft), een voor oud papier- en kartonafval en een voor plastic-, metaal- en drankkartonafval. De aangewezen locatie ligt op ongeveer 8 meter van de gevel van zijn woning met daarin zijn slaapkamerraam en 2,5 meter van zijn tuin.
Rechtsvraag
Of de aanwijzing van de locatie LV-DC-002 voor ondergrondse afvalcontainers door het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg rechtmatig is, gelet op de bezwaren van [appellant] die stelt dat de locatie niet voldoet aan de inrichtingscriteria en alternatieve locaties geschikter zijn.
Regel
- Art. 3:2 Algemene wet bestuursrecht (Awb) (zorgvuldigheidsbeginsel)
- Art. 3:4 lid 2 Awb (evenredigheidsbeginsel)
- Inrichtingscriteria voor inzamelvoorzieningen in het kader van Omgekeerd Inzamelen voor de gemeente Leidschendam-Voorburg (Inrichtingscriteria) (vastgesteld door de raad van de gemeente Leidschendam-Voorburg op 26 april 2016)
Toepassing
- Art. 3:2 Algemene wet bestuursrecht (Awb) (zorgvuldigheidsbeginsel) Het college heeft de locatie aangewezen op basis van een zorgvuldige afweging van alle betrokken belangen, zoals het doelmatig inrichten van de openbare ruimte, het beperken van overlast voor de omgeving en de financiële en inzamellogistieke aspecten. De Afdeling overweegt dat het college deugdelijk heeft gemotiveerd waarom de locatie geschikt is, ondanks dat niet volledig aan alle inrichtingscriteria wordt voldaan. (Rechtsoverwegingen 5.1, 5.2, 6.1)
- Art. 3:4 lid 2 Awb (evenredigheidsbeginsel) De Afdeling heeft beoordeeld of de nadelige gevolgen van de aanwijzing van de locatie onevenredig zijn in verhouding tot de met de aanwijzing te dienen doelen. De Afdeling concludeert dat hoewel de locatie nabij de woning van [appellant] is gelegen, de gevolgen zoals geluid- en geurhinder onder normale omstandigheden niet onaanvaardbaar zijn. De locatie is daarom niet onevenredig belastend voor [appellant]. (Rechtsoverweging 6.1)
- Inrichtingscriteria voor inzamelvoorzieningen in het kader van Omgekeerd Inzamelen voor de gemeente Leidschendam-Voorburg (Inrichtingscriteria) (vastgesteld door de raad van de gemeente Leidschendam-Voorburg op 26 april 2016) Het college heeft gemotiveerd dat de locatie grotendeels voldoet aan de Inrichtingscriteria, ondanks enkele afwijkingen zoals de afstand tot een parkeerplaats en het plaatsen in parkeervakken. Het college heeft aangegeven dat deze criteria richtlijnen zijn en dat er in dit geval aanleiding bestaat hiervan af te wijken. De Afdeling acht deze motivering deugdelijk. (Rechtsoverweging 5.2)
Conclusie
Het beroep van [appellant] tegen de aanwijzing van de locatie LV-DC-002 voor ondergrondse afvalcontainers is ongegrond. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg de locatie zorgvuldig heeft aangewezen en dat de nadelige gevolgen voor [appellant] niet onevenredig zijn. Tevens zijn de aangedragen alternatieve locaties niet zodanig geschikter dat het college een van deze locaties had moeten verkiezen boven de aangewezen locatie.
Tijdlijn
- 26-04-2016 De raad van de gemeente Leidschendam-Voorburg heeft de Inrichtingscriteria voor inzamelvoorzieningen in het kader van Omgekeerd Inzamelen vastgesteld.
- 25-11-2021 Het college heeft de locatie LV-DC-002 nabij [locatie] aangewezen voor het plaatsen van ondergrondse afvalcontainers voor huishoudelijk afval.
- 02-12-2021 De bekendmaking van het aanwijzingsbesluit is gepubliceerd in het Gemeenteblad, nummer 436841.
- Onbekend [appellant] heeft gesprekken gehad waarin de indruk werd gewekt dat er nog geen definitief besluit was genomen en dat alternatieven nog besproken konden worden.
- Onbekend [appellant] heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 25 november 2021.
- Onbekend Het college heeft een verweerschrift ingediend in reactie op het beroep van [appellant].
- Onbekend [appellant] heeft nadere stukken ingediend ter onderbouwing van zijn beroep.
- 06-05-2022 De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld, waarbij [appellant] vertegenwoordigd door mr. E.R. Weegenaar en vergezeld door [persoon] en het college vertegenwoordigd door mr. A. Bor en M. Lenferink aanwezig waren.
- 06-07-2022 De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft uitspraak gedaan en het beroep van [appellant] ongegrond verklaard.