Plaatsing ORAC toegestaan indien locatie voldoet aan gemeentelijke richtlijnen en nadelen binnen aanvaardbare grenzen blijven.
Bij besluit van 29 maart 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht locaties voor de plaatsing van ondergrondse restafvalcontainers in De Meern aangewezen. Het besluit voorziet onder meer in de aanwijzing van een locatie voor een ORAC nabij het perceel [locatie] te Utrecht. Deze locatie wordt in het besluit aangeduid als locatie 5. [appellante] woont aan de [locatie] en kan zich niet met de aanwijzing van deze locatie verenigen.
Rechtsvraag
Is het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht om een locatie voor een ondergrondse restafvalcontainer (ORAC) nabij het perceel van [appellante] aan te wijzen, in redelijkheid genomen, gezien de bezwaren van [appellante]?
Regel
- art. 4, tweede lid, Afvalstoffenverordening Utrecht 2010 (Het college kan inzamelmiddelen of -voorzieningen aanwijzen voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen)
- Algemeen beginsel van behoorlijk bestuur (Het college moet een redelijke afweging maken van alle betrokken belangen bij de aanwijzing van locaties voor ORAC's)
Toepassing
- art. 4, tweede lid, Afvalstoffenverordening Utrecht 2010 (Het college kan inzamelmiddelen of -voorzieningen aanwijzen voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen) Het college heeft op basis van art. 4, tweede lid, van de Afvalstoffenverordening Utrecht 2010 de locatie voor een ORAC nabij het perceel van [appellante] aangewezen. Het college heeft hierbij gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid om inzamelvoorzieningen aan te wijzen. De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat het college in strijd met deze bepaling heeft gehandeld.
- Algemeen beginsel van behoorlijk bestuur (Het college moet een redelijke afweging maken van alle betrokken belangen bij de aanwijzing van locaties voor ORAC's) Het college heeft bij de aanwijzing van de locatie voor de ORAC verschillende belangen afgewogen, waaronder de bereikbaarheid van de ORAC voor het inzamelvoertuig, de logische inpassing in het inrichtingsplan, de afstand tot woningen en erfgrenzen, en de gevolgen voor verkeer en voetgangers. Het college heeft erkend dat de ORAC aan de zuidwestkant van de tuin van [appellante] wordt geplaatst, maar heeft de locatie aan de overzijde van de straat aangewezen om de afstand tot het terras van [appellante] te vergroten tot meer dan 10 meter. De Afdeling oordeelt dat het college in redelijkheid deze afweging heeft kunnen maken.
Conclusie
Het beroep van [appellante] is ongegrond. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft in redelijkheid kunnen besluiten om de locatie voor de ORAC aan te wijzen, gezien de afweging van de betrokken belangen en de naleving van de relevante richtlijnen. De rechter heeft geoordeeld dat de bezwaren van [appellante] onvoldoende grond bieden om het besluit van het college te vernietigen.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 29-03-2019 Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft besluit genomen om locaties voor ondergrondse restafvalcontainers (ORAC's) in De Meern aan te wijzen, waaronder locatie 5 nabij het perceel [locatie].
- 02-07-2019 Het college heeft het bezwaar van [appellante] tegen het besluit van 29 maart 2019 ongegrond verklaard.
- [02-07-2019] [appellante] heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van het college.
- [02-07-2019] Het college heeft een verweerschrift ingediend in reactie op het beroep van [appellante].
- [02-07-2019] [appellante] en het college hebben nadere stukken ingediend ter ondersteuning van hun standpunten.
- 17-03-2020 De geplande zitting van 17 maart 2020 is geannuleerd vanwege de uitzonderlijke situatie door het uitbreken van het coronavirus en de maatregelen van de Nederlandse regering om verspreiding te voorkomen.
- [17-03-2020] De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft met toestemming van beide partijen besloten de zaak zonder zitting af te doen, met toepassing van artikel 8:57, eerste lid Awb.
- 24-06-2020 De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het beroep van [appellante] ongegrond verklaard en vastgesteld dat het college in redelijkheid tot de aanwijzing van locatie 5 voor een ORAC heeft kunnen komen.