Beoordeling vervolgingsrisico vreemdeling is taak van staatssecretaris, niet van de rechtbank.

Raad van State · 1 oktober 2019 · Hoger beroep · Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 7 mei 2018 heeft de staatssecretaris, voor zover nu van belang, een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Rechtsvraag

Of de vreemdeling, een transgender persoon uit Cuba, bij terugkeer naar Cuba een gegronde vrees heeft voor vervolging of een reëel risico loopt op ernstige schade, en of de rechtbank Den Haag ten onrechte zelf deze beoordeling heeft gemaakt in plaats van de staatssecretaris.

Regel

  • art. 15, Kwalificatierichtlijn (EU): Bepalingen over de voorwaarden waaronder een persoon in aanmerking komt voor internationale bescherming.
  • art. 8:54, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb): Bepalingen over de vereenvoudigde afdoening van zaken in hoger beroep.

Toepassing

  • art. 15, Kwalificatierichtlijn (EU): Bepalingen over de voorwaarden waaronder een persoon in aanmerking komt voor internationale bescherming. De staatssecretaris heeft beoordeeld dat de vreemdeling, ondanks het feit dat ze transgender is en enkele incidenten heeft meegemaakt zoals een hardhandige aanhouding en boetes, niet voldoende heeft aangetoond dat ze bij terugkeer naar Cuba een gegronde vrees heeft voor vervolging of een reëel risico loopt op ernstige schade. Dit is gebaseerd op de feiten dat de vreemdeling slechts één keer gewond is geraakt bij een aanhouding, dat homoseksualiteit en travestie in Cuba niet strafbaar zijn, en dat ze na haar ontslag als kapster kon werken. De rechtbank had dit niet zelf moeten beoordelen maar de staatssecretaris had hier het eerste oordeel over moeten vellen.
  • art. 8:54, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb): Bepalingen over de vereenvoudigde afdoening van zaken in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat de rechtbank Den Haag ten onrechte zelf heeft beoordeeld of de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging of een reëel risico loopt op ernstige schade. Deze beoordeling behoort in eerste instantie aan de staatssecretaris toe. Door zelf een oordeel te geven heeft de rechtbank haar eigen oordeel in de plaats gesteld van dat van de staatssecretaris, wat onjuist is.

Conclusie

Het hoger beroep van de staatssecretaris is gegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank Den Haag is vernietigd en het door de vreemdeling bij de rechtbank ingestelde beroep is ongegrond verklaard. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [de vreemdeling]
  • Gedaagde: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

De vreemdeling, een transgender persoon uit Cuba, stelt dat zij vanwege haar genderidentiteit vervolgd wordt in Cuba. Ze heeft aangevoerd dat ze herhaaldelijk is gearresteerd, mishandeld, beboet, een meldplicht opgelegd heeft gekregen en haar beroep niet langer kon uitoefenen. Ze betoogt dat deze gebeurtenissen samen moeten worden gezien als daden van vervolging en dat ze bij terugkeer naar Cuba opnieuw een reëel risico loopt op ernstige schade.

De staatssecretaris betoogt dat de rechtbank ten onrechte zelf heeft beoordeeld of de vreemdeling te vrezen heeft voor vervolging of ernstige schade. Dit is een taak van de staatssecretaris. De staatssecretaris stelt dat de incidenten die de vreemdeling heeft meegemaakt onvoldoende ernstig zijn om als vervolging te gelden, mede omdat ze steeds weer vrijgelaten werd en de incidenten sporadisch waren. Verder is homoseksualiteit en travestie in Cuba niet strafbaar en de vreemdeling heeft niet aannemelijk gemaakt dat ze niet in haar levensonderhoud kan voorzien.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 07-05-2018 De staatssecretaris heeft de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen.
  2. 11-12-2018 De rechtbank heeft het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard, het besluit van de staatssecretaris vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak.
  3. Onbekend De staatssecretaris heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank.
  4. Onbekend De vreemdeling, vertegenwoordigd door haar advocaat mr. C.E. Stassen-Buijs, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
  5. 01-10-2019 De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het door de vreemdeling bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond verklaard.