Een noodbevel moet zorgvuldig gemotiveerd worden; onvoldoende onderzoek naar alternatieven maakt het onrechtmatig.

Raad van State · 21 augustus 2019 · Hoger beroep · Bestuursrecht

Bij besluit van 13 april 2017 heeft de burgemeester van Veldhoven op grond van artikel 175, eerste lid, van de Gemeentewet bevolen de meerdaagse conferentie van Young Peoples Front for Democracy and Justice (YPFDJ) in het conferentiecentrum Koningshof te Veldhoven geen doorgang te laten vinden. Deze procedure betreft het verbieden van de door de stichting georganiseerde jaarlijkse conferentie van YPFDJ die van vrijdag 14 april 2017 tot en met 16 april 2017 zou plaatsvinden in het conferentiecentrum Koningshof te Veldhoven. YPFDJ is een aan de Eritrese regering gelieerde jongerenorganisatie. De stichting verwachtte tijdens de conferentie ruim 600 bezoekers, waaronder ambassadeurs van Eritrea en andere diplomaten.

Rechtsvraag

Was de burgemeester van Veldhoven bevoegd om een noodbevel uit te vaardigen om de conferentie van de Young Peoples Front for Democracy and Justice (YPFDJ) te verbieden op grond van ernstige wanordelijkheden of de vrees daarvoor?

Regel

  • art. 175, lid 1, Gemeentewet (bevoegdheid burgemeester bij ernstige wanordelijkheden of vrees daarvoor)
  • art. 9, Grondwet (recht tot vergadering en betoging)
  • art. 11, EVRM (recht op vrijheid van vreedzame vergadering)

Toepassing

  • art. 175, lid 1, Gemeentewet (bevoegdheid burgemeester bij ernstige wanordelijkheden of vrees daarvoor) De burgemeester baseerde zijn noodbevel op de incidenten van 13 april 2017, waarbij demonstranten hekken doorbraken en er geweld tegen de politie en conferentiebezoekers werd gebruikt. Daarnaast waren er meldingen van grote groepen demonstranten die in het weekend verwacht werden, wat de burgemeester deed concluderen dat er sprake was van ernstige vrees voor wanordelijkheden. De rechtbank oordeelde dat de burgemeester op basis van de beschikbare informatie in redelijkheid kon oordelen dat er sprake was van ernstige vrees voor wanordelijkheden. (Rechtsoverweging 4.2)
  • art. 9, Grondwet (recht tot vergadering en betoging) De rechtbank oordeelde dat de burgemeester het recht op vergadering als uitgangspunt had moeten nemen en dat hij slechts in uitzonderlijke gevallen, waarin sprake is van bestuurlijke overmacht, een vergadering mag verbieden. De burgemeester had zich onvoldoende geïnformeerd over de mogelijkheden om de conferentie doorgang te laten vinden en had niet voldoende alternatieven onderzocht. (Rechtsoverweging 6.3)
  • art. 11, EVRM (recht op vrijheid van vreedzame vergadering) De burgemeester had het recht op vrijheid van vergadering moeten beschermen en slechts in uitzonderlijke gevallen, bij bestuurlijke overmacht, mogen beperken. De rechtbank concludeerde dat de burgemeester niet voldoende had onderzocht of de situatie met de beschikbare middelen beheerst kon worden, waardoor de beperking van het recht op vergadering niet gerechtvaardigd was. (Rechtsoverweging 6.3)

Conclusie

De burgemeester van Veldhoven was niet bevoegd om een noodbevel uit te vaardigen om de conferentie te verbieden, omdat hij zich onvoldoende had geïnformeerd over de mogelijkheden om de conferentie doorgang te laten vinden en niet voldoende alternatieven had onderzocht. De rechtbank bevestigde dat er geen sprake was van een bestuurlijke noodsituatie die een dergelijke beperking van het recht op vergadering rechtvaardigde.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 13-04-2017 De burgemeester van Veldhoven verbood de meerdaagse conferentie van Young Peoples Front for Democracy and Justice (YPFDJ) in het conferentiecentrum Koningshof te Veldhoven op grond van artikel 175, eerste lid, van de Gemeentewet.
  2. 13-04-2017 Conferentiebezoekers en demonstranten arriveerden bij de Koningshof. Er ontstonden incidenten tussen demonstranten en politie en tussen demonstranten en congresgangers. De politie trad op met wapenstok en honden.
  3. 13-04-2017 Om 19:51 uur gaf de burgemeester een noodbevel uit, waarmee hij de conferentie verbood, gebaseerd op informatie over verwachte grote groepen demonstranten.
  4. 21-09-2017 De burgemeester verklaarde het bezwaar van de stichting en anderen tegen het conferentieverbod ongegrond.
  5. 14-06-2018 De rechtbank verklaarde het beroep van de stichting en anderen gegrond, vernietigde het besluit van 21 september 2017 en herroepen het besluit van 13 april 2017.
  6. 21-08-2019 De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde de hoger beroepen van de burgemeester en de stichting en anderen, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de burgemeester tot proceskostenvergoeding.