Belanghebbendencriterium vereist directe feitelijke gevolgen bij besluit.
Bij besluit van 27 november 2015 heeft het college omgevingsvergunning verleend aan het Rooms Katholiek Kerkgenootschap Nederland voor het verbouwen en vergroten van de voormalige drukkerij te Kanunnik Faberstraat 7A te Nijmegen (hierna: het perceel).
Rechtsvraag
De centrale juridische vraag is of [appellant] als belanghebbende kan worden beschouwd bij het besluit van het college om een omgevingsvergunning te verlenen voor het verbouwen en vergroten van een voormalige drukkerij, gezien zijn zorgen over parkeeroverlast en zijn afstand en zicht op het bouwplan.
Regel
- art. 1:2, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) (Definitie van belanghebbende)
- Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2271 (Uitgangspunt en correctiecriterium voor belanghebbende)
Toepassing
- art. 1:2, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) (Definitie van belanghebbende) De rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hebben beoordeeld of [appellant] rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van het besluit. De Afdeling heeft vastgesteld dat de afstand tussen het perceel van [appellant] en het bouwplan ongeveer 117 meter bedraagt en dat [appellant] geen of zeer beperkt zicht heeft op het bouwplan vanwege een hoog gebouw tussen zijn woning en de voormalige drukkerij. Hierdoor voldoet [appellant] niet aan het afstands- en zichtcriterium. (Rechtsoverweging 2.2)
- Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2271 (Uitgangspunt en correctiecriterium voor belanghebbende) De Afdeling heeft deze uitspraak toegepast om te bepalen of [appellant] gevolgen van enige betekenis ondervindt. Gezien de afstand van meer dan 100 meter en het beperkte zicht, alsmede de beperkte ruimtelijke uitstraling van het bouwplan, heeft de Afdeling geconcludeerd dat [appellant] geen rechtstreeks persoonlijk belang heeft bij het besluit. (Rechtsoverweging 2.2)
Conclusie
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geconcludeerd dat [appellant] geen belanghebbende is bij het besluit van het college om een omgevingsvergunning te verlenen voor het verbouwen en vergroten van de voormalige drukkerij. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank is bevestigd.
Partijen en standpunten
- Eiser: [appellant]
- Gedaagde: het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen
[appellant] betoogt dat hij belanghebbende is bij de omgevingsvergunning voor de verbouwing van de voormalige drukkerij, omdat hij vreest voor parkeeroverlast en stelt dat hij op minder dan 100 meter afstand woont en zicht heeft op het bouwplan.
Het college stelt dat [appellant] geen belanghebbende is volgens artikel 1:2 van de Awb, omdat hij op meer dan 100 meter afstand woont en geen of zeer beperkt zicht heeft op het bouwplan.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 27-11-2015 Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen verleent een omgevingsvergunning aan het Rooms Katholiek Kerkgenootschap Nederland voor het verbouwen en vergroten van de voormalige drukkerij te Kanunnik Faberstraat 7A te Nijmegen.
- 29-04-2016 Het college verklaart het door [appellant] tegen de omgevingsvergunning gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk.
- 28-04-2017 De rechtbank Gelderland verklaart het door [appellant] ingestelde beroep tegen het besluit van het college van 29 april 2016 ongegrond.
- Onbekend [Appellant] stelt hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 28 april 2017.
- Onbekend Het college en de Nederlandse Provincie der Paters Jezuïeten geven een schriftelijke uiteenzetting als reactie op het hoger beroep van [appellant].
- 19-06-2018 De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelt de zaak ter zitting, waarbij [appellant] en vertegenwoordigers van het college en de Nederlandse Provincie der Paters Jezuïeten aanwezig zijn.
- 18-07-2018 De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het hoger beroep van [appellant] ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank Gelderland.