Besluiten op herhaalde aanvragen moeten zorgvuldig en inhoudelijk worden heroverwogen, zelfs bij eerdere afwijzingen.
Bij besluit van 18 december 2012 heeft het college een verzoek van [appellante] om wijziging van de van haar in de gemeentelijke basisadministratie (hierna: GBA; thans: basisregistratie personen (BRP)) geregistreerde persoonsgegevens afgewezen.
Rechtsvraag
De rechtsvraag in deze zaak is of het college van burgemeester en wethouders van Vaals terecht het verzoek van [appellante] heeft afgewezen om haar persoonsgegevens in de gemeentelijke basisadministratie te wijzigen op basis van artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, en of de rechtbank deze afwijzing terecht heeft beoordeeld.
Regel
- art. 4:6, tweede lid, Awb (Regels omtrent herhaalde aanvragen en verzoeken om terug te komen van besluiten)
- art. 3:2, Awb (Zorgvuldigheidsbeginsel in besluitvorming)
- art. 6, EVRM (Recht op een eerlijk proces)
Toepassing
- art. 4:6, tweede lid, Awb (Regels omtrent herhaalde aanvragen en verzoeken om terug te komen van besluiten) Het college heeft het verzoek van [appellante] afgewezen op basis van artikel 4:6, tweede lid, van de Awb omdat zij volgens het college geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden heeft aangevoerd. De rechtbank heeft het college hierin gevolgd. Echter, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat een nieuwe Mongolische identiteitskaart, afgegeven na het vorige afwijzende besluit, wel degelijk een nieuw feit kan zijn. Het college heeft nagelaten hier nader onderzoek naar te doen, waardoor het besluit niet zorgvuldig was voorbereid.
- art. 3:2, Awb (Zorgvuldigheidsbeginsel in besluitvorming) De Afdeling oordeelt dat het college het besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid heeft voorbereid, doordat het geen nader onderzoek heeft gedaan naar de mogelijkheid voor [appellante] om de nieuwe identiteitskaart eerder te overleggen.
- art. 6, EVRM (Recht op een eerlijk proces) Het betoog van [appellante] dat de rechter in eerste aanleg niet onafhankelijk en onpartijdig was, omdat dezelfde rechter eerder een voorlopige voorziening had behandeld, werd verworpen. De Afdeling oordeelt dat de enkele omstandigheid dat dezelfde rechter in een eerdere procedure een uitspraak heeft gedaan, niet betekent dat de rechter in de huidige procedure niet onafhankelijk en onpartijdig is.
Conclusie
Het hoger beroep van [appellante] is gegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college van 25 juni 2013 zijn vernietigd omdat het college het verzoek van [appellante] ten onrechte heeft afgewezen zonder de nieuwe identiteitskaart als nieuw feit mee te nemen. Het college moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de overwegingen van de Afdeling. Tegen het nieuwe besluit kan alleen bij de Afdeling beroep worden ingesteld.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 15-09-1999 [appellante] is op basis van een onder ede afgelegde verklaring ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) als [persoon], geboren te [plaats], MongoliΓ«.
- 25-11-2009 [appellante] verzocht het college van burgemeester en wethouders van Vaals om wijziging van haar geregistreerde persoonsgegevens in de GBA.
- 27-04-2010 Het college handhaafde de afwijzing van het verzoek van [appellante] om wijziging van haar persoonsgegevens bij besluit op bezwaar.
- 16-04-2010 [appellante] diende opnieuw een verzoek in tot wijziging van haar persoonsgegevens in de GBA.
- 03-05-2010 Het college wees het tweede verzoek van [appellante] om wijziging van haar persoonsgegevens af.
- 21-01-2011 Het college handhaafde de afwijzing van het tweede verzoek van [appellante] bij besluit op bezwaar.
- 14-10-2010 De minister van Justitie trok het aan [appellante] verleende Nederlanderschap in.
- 30-11-2012 [appellante] diende wederom een verzoek in tot wijziging van haar persoonsgegevens in de GBA.
- 18-12-2012 Het college wees het derde verzoek van [appellante] af, verwijzend naar eerdere besluiten en het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
- 25-06-2013 Het college verklaarde het bezwaar van [appellante] tegen de afwijzing van haar derde verzoek ongegrond.
- 11-02-2015 De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van [appellante] tegen het besluit van 25 juni 2013 ongegrond.
- 01-12-2015 De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het hoger beroep van [appellante] ter zitting.