Voorzienbaarheid van planologische wijziging sluit vergoedbaarheid planschade uit zonder concrete schadebeperkingspogingen.

Raad van State ยท 28 september 2016 ยท Hoger beroep ยท Bestuursrecht

Bij besluit van 28 juli 2015 heeft het college een aanvraag van [appellante] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen.

Rechtsvraag

Heeft [appellante] het risico aanvaard dat de gebruiksmogelijkheid van haar onroerende zaak als woning zou komen te vervallen, waardoor de planschade voor haar rekening moet blijven?

Regel

  • art. 6.1, eerste lid, Wet ruimtelijke ordening (Wro) (vergoeding van planschade)
  • art. 6.3, Wet ruimtelijke ordening (Wro) (voorzienbaarheid en beperking van schade)

Toepassing

  • art. 6.1, eerste lid, Wet ruimtelijke ordening (Wro) (vergoeding van planschade) De schade die [appellante] claimt, betreft het vervallen van de gebruiksmogelijkheid van haar onroerende zaak als woning onder het nieuwe bestemmingsplan. Volgens het advies van Hoogstate Taxateurs was deze verandering voorzienbaar, en had [appellante] de mogelijkheid om de schade te beperken door voor de terinzagelegging van het nieuwe plan een poging te doen om de bovenverdieping als woning te gebruiken. Omdat [appellante] dit niet heeft gedaan, heeft zij het risico van de bestemmingswijziging aanvaard.
  • art. 6.3, Wet ruimtelijke ordening (Wro) (voorzienbaarheid en beperking van schade) De brief van 5 januari 2004 van de gemeente informeerde [appellante] over de geplande bestemmingswijziging naar horeca. Dit maakte de planologische verandering voorzienbaar. Omdat [appellante] geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om de bovenverdieping als woning te benutten voordat het nieuwe bestemmingsplan ter inzage werd gelegd, heeft zij het risico van de nadelige verandering aanvaard.

Conclusie

Het hoger beroep van [appellante] is ongegrond. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat [appellante] door niet te handelen om de schade te voorkomen, het risico van de nadelige planologische verandering heeft aanvaard. De schade blijft terecht voor haar rekening.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 31-12-2003 [appellante] heeft het perceel met opstal aan de Rijksstraatweg 49 te Warnsveld gekocht.
  2. 05-01-2004 De rechtsvoorganger van het college informeert [appellante] dat de bestemming van het pand bij de komende herziening van de bestemmingsplannen voor het dorp in horeca zal worden gewijzigd.
  3. 28-06-2010 Het nieuwe bestemmingsplan Warnsveld Kom Noord 2008 treedt in werking, waardoor de gebruiksmogelijkheid voor woondoeleinden van [appellante]'s pand komt te vervallen.
  4. 24-06-2015 [appellante] vraagt het college om een tegemoetkoming in planschade die zij stelt te hebben geleden als gevolg van de inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan.
  5. 22-06-2015 Er wordt een advies uitgebracht waarin wordt geconcludeerd dat [appellante] het risico van de bestemmingswijziging heeft aanvaard door geen concrete poging te doen om de gebruiksmogelijkheid voor woondoeleinden te benutten.
  6. 28-07-2015 Het college wijst de aanvraag van [appellante] om een tegemoetkoming in planschade af.
  7. 10-11-2015 Het college verklaart het bezwaar van [appellante] tegen de afwijzing van de planschade aanvraag ongegrond.
  8. 12-05-2016 De rechtbank verklaart het beroep van [appellante] tegen het besluit op bezwaar ongegrond.
  9. 28-09-2016 De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van [appellante] ongegrond.

bestuursrecht ยท bestemmingsplan ยท erfdienstbaarheid ยท aansprakelijkheid ยท ruimtelijke-ordening