Bestemmingsplanbesluiten kunnen niet zonder meer worden herzien zonder voldoende ruimtelijke onderbouwing.

Raad van State · 29 april 2015 · Eerste aanleg - meervoudig · Bestuursrecht

Bij besluit van 23 april 2013 heeft de raad de aanvraag van [appellant sub 8] om een bestemmingsplan vast te stellen waarin de recreatiewoning op haar perceel [locatie 1] te Garderen als zodanig wordt bestemd, afgewezen.

Rechtsvraag

De centrale juridische vraag is of de raad van de gemeente Barneveld bij de vaststelling van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2012' terecht heeft gehandeld door bepaalde percelen niet te bestemmen zoals door de appellanten gewenst, en of daarbij de juiste procedures en beleidslijnen zijn gevolgd.

Regel

  • art. 3:2, Algemene wet bestuursrecht (Awb) (zorgvuldige voorbereiding van besluiten)
  • art. 3:46, Algemene wet bestuursrecht (Awb) (motiveringsbeginsel)
  • art. 6:19, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) (beroep mede betrekking op nieuw besluit)
  • art. 37, eerste lid, Kadasterwet (inschrijving notariële verklaring)
  • art. 8:69a, Algemene wet bestuursrecht (Awb) (objectieve cumulatie van beroepsgronden)
  • Bestemmingsplan 'Buitengebied 2000' (voorafgaande bestemmingsplan)
  • Nota van uitgangspunten 'Buitengebied 2012' (beleidskader voor nieuwe bestemmingsplan)
  • Regionale beleidsinvulling voor functieverandering en nevenactiviteiten (beleidskader voor hergebruik agrarische gebouwen)
  • Structuurvisie Buitengebied Barneveld 2011 (ruimtelijk beleidskader)
  • Beleidsnotitie 'Archeologische monumentenzorg in de gemeente Barneveld' (archeologisch beleidskader)

Toepassing

  • art. 3:2, Algemene wet bestuursrecht (Awb) (zorgvuldige voorbereiding van besluiten) De raad heeft bij de voorbereiding van het bestemmingsplan gebruik gemaakt van de Nota van uitgangspunten en de archeologische beleidsnotitie. Echter, in enkele gevallen, zoals bij het perceel van [appellant sub 20], heeft de raad onvoldoende gegevens verzameld om een zorgvuldige afweging te maken over de vormverandering van het bouwvlak.
  • art. 3:46, Algemene wet bestuursrecht (Awb) (motiveringsbeginsel) De raad heeft in diverse gevallen, zoals bij de bestemmingsregeling voor [appellant sub 6] en [appellant sub 7], onvoldoende gemotiveerd waarom het gebruik van de bestaande bebouwing opnieuw onder het overgangsrecht wordt gebracht zonder aannemelijk te maken dat deze binnen de planperiode zal worden verwijderd.
  • art. 6:19, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) (beroep mede betrekking op nieuw besluit) Bij het besluit van 28 mei 2013 tot vaststelling van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2012' is het beroep van [appellant sub 8] mede gericht tegen dit besluit, aangezien dit besluit niet tegemoet komt aan haar beroep tegen het eerdere besluit van 23 april 2013.
  • art. 37, eerste lid, Kadasterwet (inschrijving notariële verklaring) De inschrijving van een notariële verklaring van verjaring in het kadaster ten behoeve van [appellant sub 15] bleek onjuist, wat betekent dat hij niet als eigenaar kon worden beschouwd bij de vaststelling van het bestemmingsplan.
  • art. 8:69a, Algemene wet bestuursrecht (Awb) (objectieve cumulatie van beroepsgronden) De beroepen van [appellanten sub 14] tegen het plandeel met de bestemming 'Bedrijf - Landelijk' worden niet inhoudelijk beoordeeld op grond van de VNG-brochure, omdat het concurrentiebelang van appellanten niet wordt beschermd door deze norm.
  • Bestemmingsplan 'Buitengebied 2000' (voorafgaande bestemmingsplan) In meerdere gevallen, zoals bij de percelen van [appellant sub 3] en [appellant sub 4], heeft de raad terecht geweigerd om illegale bebouwing en gebruik te legaliseren, aangezien deze niet onder het overgangsrecht van het eerdere bestemmingsplan vielen.

Conclusie

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geconcludeerd dat de beroepen van [appellant sub 6], [appellant sub 7], en [appellant sub 20] gegrond zijn en heeft het besluit van de raad van de gemeente Barneveld vernietigd voor zover het betreft de plandelen met de bestemmingen en functieaanduidingen ter plaatse van hun percelen. Voor de overige appellanten zijn de beroepen ongegrond verklaard of niet-ontvankelijk verklaard.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 23-04-2013 De raad van de gemeente Barneveld heeft de aanvraag van [appellant sub 8] om een bestemmingsplan vast te stellen waarin de recreatiewoning op haar perceel [locatie 1] te Garderen als zodanig wordt bestemd, afgewezen.
  2. 02-05-2013 De raad heeft het bezwaar van [appellante sub 10] tegen het besluit van 28 juni 2011, waarbij de raad heeft besloten geen medewerking te verlenen aan het verzoek om op het perceel [locatie 2] te Kootwijkerbroek een bedrijfswoning te bouwen, ongegrond verklaard.
  3. 28-05-2013 De raad heeft het bestemmingsplan 'Buitengebied 2012' vastgesteld.
  4. 17-12-2013 De raad heeft het bezwaar van [belanghebbende A] tegen het besluit van 18 december 2012, waarbij de raad de aanvraag om een bestemmingsplan vast te stellen voor de vestiging van een manege annex paardenfokkerij op het perceel [locatie 3] te Kootwijkerbroek heeft afgewezen, ongegrond verklaard.
  5. 25-02-2014 De raad heeft de partiële herziening van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2012' vastgesteld.
  6. 08-07-2014 De raad heeft de tweede partiële herziening van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2012' vastgesteld.
  7. 30-09-2014 De raad heeft het bestemmingsplan 'Parapluherziening De Puurveense Molen' vastgesteld.
  8. 01-10-2014 De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak ter zitting behandeld, waar een aantal partijen in persoon, een aantal bijgestaan door een raadsman, is verschenen of zich heeft laten vertegenwoordigen. Tevens is de raad vertegenwoordigd door diverse personen en bijgestaan door een advocaat.
  9. 29-04-2015 De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft uitspraak gedaan in de gedingen tussen diverse appellanten en de raad van de gemeente Barneveld.