Een persoon is geen belanghebbende bij een besluit zonder objectief bepaalbaar belang.

Raad van State Β· 22 oktober 2014 Β· Hoger beroep Β· Bestuursrecht

Bij besluit van 25 maart 2013 heeft de burgemeester aan Stichting Paaspop een vergunning verleend voor het houden van een popfestival op vrijdag 29, zaterdag 30 en zondag 31 maart 2013 op het terrein van manege de Molenheide aan de Heikampen 5 te Schijndel.

Rechtsvraag

Is [appellante] aan te merken als een belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), en kan zij daardoor beroep instellen tegen het besluit van de burgemeester om een vergunning te verlenen voor het popfestival?

Regel

  • Art. 8:1, eerste lid, Awb (Beroep kan uitsluitend door een belanghebbende worden ingesteld)
  • Art. 1:2, eerste lid, Awb (Een belanghebbende is degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken)

Toepassing

  • Art. 8:1, eerste lid, Awb (Beroep kan uitsluitend door een belanghebbende worden ingesteld) [appellante] moet belanghebbende zijn om beroep te kunnen instellen. De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat zij dit was, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit herzien. [appellante] woont op een afstand van 3,2 kilometer van het festivalterrein en kan afhankelijk van de windrichting geluid horen dat van het terrein afkomstig is. Dit geluid werd door een ambtenaar als niet erg luid beoordeeld. Hierdoor is zij naar het oordeel van de Afdeling niet geraakt in een objectief bepaalbaar belang dat rechtstreeks bij het besluit tot vergunningverlening is betrokken.
  • Art. 1:2, eerste lid, Awb (Een belanghebbende is degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken) De Afdeling concludeert dat [appellante] niet als belanghebbende kan worden aangemerkt omdat zij niet in een objectief bepaalbaar belang wordt geraakt dat rechtstreeks bij het besluit betrokken is. De geluidshinder die zij mogelijk ondervindt, is niet van voldoende betekenis om haar als belanghebbende te beschouwen.

Conclusie

Het hoger beroep van [appellante] is gegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank is vernietigd en het beroep tegen het besluit van de burgemeester is alsnog niet-ontvankelijk verklaard omdat [appellante] niet als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb kan worden beschouwd.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 25-03-2013 De burgemeester van Schijndel verleent een vergunning aan Stichting Paaspop voor het houden van een popfestival op het terrein van manege de Molenheide aan de Heikampen 5 te Schijndel, tijdens het weekend van Pasen.
  2. [DD-MM-YYYY] [appellante] stelt beroep in tegen het besluit van de burgemeester om een vergunning te verlenen voor het popfestival.
  3. 04-02-2014 De rechtbank Oost-Brabant verklaart het beroep van [appellante] tegen de vergunningverlening ongegrond.
  4. [DD-MM-YYYY] [appellante] stelt hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant.
  5. [DD-MM-YYYY] De burgemeester dient een verweerschrift in als reactie op het hoger beroep van [appellante].
  6. [DD-MM-YYYY] De Stichting Paaspop geeft een schriftelijke uiteenzetting in de hoger beroepszaak.
  7. 09-09-2014 De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelt de zaak ter zitting, waar [appellante], de burgemeester en vertegenwoordigers van de Stichting Paaspop verschijnen.
  8. 22-10-2014 De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het hoger beroep van [appellante] gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 4 februari 2014 en verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep niet-ontvankelijk. De griffier van de Raad van State betaalt het door [appellante] betaalde griffierecht terug.