Openbaarmaking persoonsgegevens vereist concrete afweging per geval, niet categorale weigering.
Bij besluit van 29 februari 2012 heeft de korpsbeheerder een verzoek van [appellant] om verstrekking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob) gedeeltelijk ingewilligd en gedeeltelijk afgewezen.
Rechtsvraag
De centrale juridische vraag is of de korpsbeheerder van de politieregio Haaglanden terecht heeft geweigerd om bepaalde informatie openbaar te maken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), met name of de weigering om beeldmateriaal en namen van betrokkenen openbaar te maken gerechtvaardigd is.
Regel
- art. 8:51d, Awb (Mogelijkheid voor bestuursorgaan om gebrek te herstellen)
- art. 1, aanhef en onder a, Wob (Definitie van document)
- art. 3, eerste lid, Wob (Recht om informatieverzoek in te dienen)
- art. 10, tweede lid, aanhef en onder e, Wob (Weigeringsgrond op basis van eerbiediging persoonlijke levenssfeer)
Toepassing
- art. 8:51d, Awb (Mogelijkheid voor bestuursorgaan om gebrek te herstellen) De Afdeling heeft de korpschef opgedragen om de gebreken in het besluit van 8 mei 2012 te herstellen, specifiek door opnieuw te beslissen over de bezwaren van de appellant met betrekking tot de openbaarmaking van namen van medewerkers van het openbaar ministerie en een Kamerlid. Dit gebeurt om een spoedige beΓ«indiging van het geschil te bevorderen.
- art. 1, aanhef en onder a, Wob (Definitie van document) De documenten waar de appellant om verzocht heeft, vallen onder deze definitie omdat zij gegevens bevatten die bij een bestuursorgaan berusten.
- art. 3, eerste lid, Wob (Recht om informatieverzoek in te dienen) De appellant heeft rechtmatig een verzoek ingediend om informatie over bestuurlijke aangelegenheden die in documenten zijn vastgelegd, zoals de genoemde incidenten.
- art. 10, tweede lid, aanhef en onder e, Wob (Weigeringsgrond op basis van eerbiediging persoonlijke levenssfeer) De korpsbeheerder heeft geweigerd om beeldmateriaal en namen openbaar te maken op basis van deze weigeringsgrond. De rechtbank heeft bevestigd dat de korpsbeheerder terecht het belang van de persoonlijke levenssfeer zwaarder heeft laten wegen dan het belang van openbaarmaking. Echter, de Afdeling heeft geoordeeld dat de rechtbank ten onrechte zonder het beeldmateriaal te hebben beoordeeld heeft geoordeeld, en dat de korpsbeheerder niet inzichtelijk genoeg heeft gemaakt waarom de namen van de medewerkers van het openbaar ministerie niet openbaar gemaakt konden worden.
Conclusie
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State concludeert dat de korpschef van politie het besluit op bezwaar dient te herstellen door opnieuw te beslissen over de bezwaren van de appellant met betrekking tot de openbaarmaking van namen van medewerkers van het openbaar ministerie en een Kamerlid. De rechtbank had moeten oordelen dat het besluit op bezwaar onvoldoende gemotiveerd was voor wat betreft de weigering van openbaarmaking van deze namen.
Wetsartikelen
- art. 8:51d Awb
- art. 10 lid 2 Wob
- art. 8:29 lid 5 Awb
- art. 7:12 lid 1 Awb
Tijdlijn
- 29-02-2012 De korpsbeheerder van de politieregio Haaglanden heeft een besluit genomen op het Wob-verzoek van [appellant], waarbij het verzoek gedeeltelijk werd ingewilligd en gedeeltelijk afgewezen.
- 08-05-2012 De korpsbeheerder heeft het bezwaar van [appellant] deels gegrond en deels ongegrond verklaard. Het besluit van 29 februari 2012 werd met aanvullende motivering gehandhaafd.
- 10-04-2013 De rechtbank Den Haag heeft het beroep van [appellant] ongegrond verklaard.
- [tussen 10-04-2013 en 11-03-2014] [appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag.
- 11-03-2014 De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de zaak ter zitting behandeld, waarbij beide partijen vertegenwoordigd waren.
- 25-06-2014 De Afdeling bestuursrechtspraak heeft een tussenuitspraak gedaan, waarbij de korpschef van politie werd opgedragen om de gebreken in het besluit van 8 mei 2012 te herstellen en opnieuw te beslissen op de bezwaren van [appellant] binnen zes weken.