Omgevingsvergunning van rechtswege verleend bij niet-tijdige besluitvorming door bevoegd gezag.
Bij besluit van 30 oktober 2012 heeft het college geweigerd een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een tweede bedrijfswoning nabij [locatie] te Huissen.
Rechtsvraag
Is de aangevraagde omgevingsvergunning voor het bouwen van een tweede bedrijfswoning van rechtswege verleend omdat het college niet binnen de wettelijke termijnen heeft beslist?
Regel
- art. 2.1, eerste lid, Wabo (verbod zonder omgevingsvergunning bouwen en gebruik in strijd met bestemmingsplan)
- art. 2.10, eerste lid, onder c, Wabo (weigering omgevingsvergunning bij strijd met bestemmingsplan)
- art. 2.12, eerste lid, onder a, Wabo (voorwaarden voor vergunningverlening bij strijd bestemmingsplan)
- art. 3.7, eerste lid, Wabo (reguliere voorbereidingsprocedure voor besluiten)
- art. 3.9, eerste en tweede lid, Wabo (beslistermijn omgevingsvergunning en verlenging)
- art. 3.10, eerste lid, onder a, Wabo (toepassing uitgebreide voorbereidingsprocedure bij strijd bestemmingsplan)
- art. 4:20b, eerste lid, Awb (van rechtswege verlening beschikking bij niet tijdig beslissen)
- art. 8.2.1 bestemmingsplan Looveer (bouwvoorschriften agrarisch gebied)
- art. 8.3.1 bestemmingsplan Looveer (vrijstelling voor tweede bedrijfswoning)
Toepassing
- art. 2.1, eerste lid, Wabo (verbod zonder omgevingsvergunning bouwen en gebruik in strijd met bestemmingsplan) De aanvraag betreft het bouwen van een tweede bedrijfswoning, wat volgens de Wabo niet zonder omgevingsvergunning mag. Dit bouwwerk is in strijd met het bestemmingsplan 'Looveer'.
- art. 2.10, eerste lid, onder c, Wabo (weigering omgevingsvergunning bij strijd met bestemmingsplan) De omgevingsvergunning moet worden geweigerd als de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan. Hier was de tweede bedrijfswoning in strijd met het bestemmingsplan.
- art. 2.12, eerste lid, onder a, Wabo (voorwaarden voor vergunningverlening bij strijd bestemmingsplan) De vergunning kan alleen worden verleend als de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en een goede ruimtelijke onderbouwing heeft. Het college heeft de aanvraag mede beoordeeld als een aanvraag om strijdig gebruik te legaliseren, wat binnen de afwijkingsbevoegdheid viel.
- art. 3.7, eerste lid, Wabo (reguliere voorbereidingsprocedure voor besluiten) De reguliere voorbereidingsprocedure is van toepassing omdat de aangevraagde activiteit binnen de afwijkingsbevoegdheid van het bestemmingsplan valt.
- art. 3.9, eerste en tweede lid, Wabo (beslistermijn omgevingsvergunning en verlenging) Het college moet binnen acht weken beslissen, met een mogelijke verlenging van zes weken. Het college heeft niet binnen deze periode beslist, noch duidelijk gemaakt dat ze een negatief standpunt hadden.
- art. 3.10, eerste lid, onder a, Wabo (toepassing uitgebreide voorbereidingsprocedure bij strijd bestemmingsplan) De uitgebreide voorbereidingsprocedure is van toepassing als een vergunning alleen kan worden verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3˚. Dit was hier niet het geval.
Conclusie
De aangevraagde omgevingsvergunning voor het bouwen van een tweede bedrijfswoning is van rechtswege verleend omdat het college niet binnen de wettelijke termijnen heeft beslist. De uitspraak van de rechtbank Arnhem wordt bevestigd en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Partijen en standpunten
- Eiser: College van burgemeester en wethouders van Lingewaard
- Gedaagde: [Wederpartij]
Het college heeft geweigerd een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een tweede bedrijfswoning vanwege strijd met het bestemmingsplan en andere beleidslijnen.
[Wederpartij] betoogt dat de omgevingsvergunning van rechtswege is verleend omdat het college niet tijdig een besluit heeft genomen binnen de reguliere voorbereidingsprocedure.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 29-07-2011 Het college van burgemeester en wethouders van Lingewaard ontvangt een aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen van een tweede bedrijfswoning nabij [locatie] te Huissen.
- 16-09-2011 Het college verlengt de beslistermijn voor de omgevingsvergunning tot 4 oktober 2011 en informeert [wederpartij] hierover.
- 30-09-2011 Het college verlengt de beslistermijn nogmaals, dit keer tot 4 november 2011, en informeert [wederpartij] hierover.
- 23-02-2012 Het college legt een ongedateerd ontwerpbesluit, strekkende tot weigering van de aanvraag, ter inzage.
- 02-04-2012 [Wederpartij] brengt een zienswijze over het ontwerpbesluit naar voren.
- 30-10-2012 Het college weigert de aangevraagde omgevingsvergunning vanwege het feit dat niet is aangetoond dat de tweede bedrijfswoning nodig is voor de agrarische bedrijfsvoering, vanwege strijdigheid met de Beleidslijn grote rivieren en uit een oogpunt van geluid.
- 02-05-2013 De rechtbank Arnhem verklaart het door [wederpartij] ingestelde beroep gegrond en vernietigt het besluit van 30 oktober 2012 van het college.
- Datum onduidelijk Het college stelt hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 2 mei 2013.
- Datum onduidelijk Het college verzoekt de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen.
- 27-06-2013 De voorzitter behandelt het verzoek om een voorlopige voorziening ter zitting, waar het college, vertegenwoordigd door D. Brouwer, en [wederpartij], bijgestaan door mr. W.P.N. Remie, advocaat te Tilburg, aanwezig zijn.
- 18-07-2013 De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank Arnhem en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.