Homologatie van akkoord mogelijk bij voldoende informatie en instemming schuldeiserklasse.
WHOA. Homologatie akkoord. Schending informatieverplichting. Onder omstandigheden dient een aanbieder van een akkoord ook informatie te geven over het vermogen bij groepsvennootschappen.
Rechtsvraag
De centrale rechtsvraag is of de rechtbank het door verzoekster aangeboden akkoord moet homologeren en of toestemming moet worden verleend voor de eenzijdige opzegging van de huurovereenkomsten.
Regel
- Art. 383 lid 1 Faillissementswet (Fw) (Homologatieverzoek vereist ten minste één instemmende klasse van schuldeisers)
- Art. 384 lid 2 Fw (Afwijzingsgronden voor homologatie)
- Art. 373 lid 1 Fw (Eenzijdige opzegging van overeenkomsten in het kader van een WHOA-akkoord)
- Art. 375 lid 1 Fw (Informatievereisten voor een akkoord)
- Art. 384 lid 2 sub a Fw (Verkeert de schuldenaar in de WHOA-toestand?)
- Art. 384 lid 2 sub c Fw (Voldoet het akkoord aan de informatieverplichting?)
Toepassing
- Art. 383 lid 1 Faillissementswet (Fw) (Homologatieverzoek vereist ten minste één instemmende klasse van schuldeisers) [verzoekster] heeft klasse C (Belastingdienst) die met het akkoord heeft ingestemd, waardoor het verzoek ontvankelijk is.
- Art. 384 lid 2 Fw (Afwijzingsgronden voor homologatie) De rechtbank onderzocht de algemene afwijzingsgronden en concludeert dat het akkoord niet kan worden afgewezen op basis van de algemene gronden, omdat de schuldeisers niet beter af zouden zijn in een faillissementssituatie. Er werd ook geen gebruik gemaakt van het indienen van afwijzingsverzoeken door stemgerechtigden.
- Art. 373 lid 1 Fw (Eenzijdige opzegging van overeenkomsten in het kader van een WHOA-akkoord) De rechtbank staat [verzoekster] toe de huurovereenkomsten eenzijdig op te zeggen met een opzegtermijn tot en met 31 maart 2025, omdat alle betrokken verhuurders met het akkoord hebben ingestemd en al langer op de hoogte waren van de voornemens.
- Art. 375 lid 1 Fw (Informatievereisten voor een akkoord) [verzoekster] heeft onvoldoende informatie verstrekt over de waarde van activa van andere concernvennootschappen, maar dit heeft geen invloed gehad op de stemming van de schuldeisers. Er werd voldoende informatie gegeven om een geïnformeerd oordeel te vormen over het akkoord.
- Art. 384 lid 2 sub a Fw (Verkeert de schuldenaar in de WHOA-toestand?) [verzoekster] verkeert in de situatie dat zij zonder akkoord niet kan voortgaan met het betalen van haar schulden, wat blijkt uit de negatieve geldstroom die zonder herstructurering zou ontstaan.
- Art. 384 lid 2 sub c Fw (Voldoet het akkoord aan de informatieverplichting?) Hoewel [verzoekster] niet volledig transparant was over de effecten van een faillissement op de liquidatiewaarde, hebben de schuldeisers geen nadelige stemming uitgebracht op basis van de verstrekte informatie. Hierdoor wordt de tekortkoming niet gezien als grond voor afwijzing.
Conclusie
De rechtbank homologeert het door [verzoekster] aangeboden akkoord en geeft toestemming voor de eenzijdige opzegging van de huurovereenkomsten met een opzegtermijn tot 31 maart 2025. Het verzoek voldoet aan de vereisten en er zijn geen afwijzingsgronden aanwezig die de homologatie in de weg staan.
Partijen en standpunten
- Eiser: [verzoekster] B.V.
- Gedaagde: N.v.t.
[verzoekster] verzoekt om homologatie van een akkoord en toestemming voor de eenzijdige opzegging van huurovereenkomsten om financiële herstructurering te realiseren.
N.v.t.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 28-02-2024 [verzoekster] deponeert de startverklaring ex artikel 370 lid 3 Fw bij de rechtbank.
- 01-03-2024 [verzoekster] heeft ongeveer 1.450 medewerkers en is in financieel zwaar weer gekomen door de coronacrisis en stijgende kosten.
- 29-10-2024 De rechtbank doet een beschikking op grond van artikel 378 Fw, waarin relevante feiten worden vastgesteld.
- 18-11-2024 [verzoekster] biedt een conceptakkoord aan de stemgerechtigde schuldeisers ter consultatie aan.
- 02-12-2024 De termijn voor schuldeisers om bezwaar te maken tegen het conceptakkoord eindigt.
- 06-12-2024 [verzoekster] biedt het definitieve akkoord aan de schuldeisers aan.
- 11-12-2024 [bank] meldt aan [verzoekster] dat zij geen economisch belang heeft bij het akkoord en daarom niet stemt.
- 13-12-2024 Het UWV besluit om tegen het akkoord te stemmen en motiveert dit per brief aan [verzoekster].
- 18-12-2024 Het UWV bevestigt per e-mail dat het besluit om tegen te stemmen van kracht blijft.
- 19-12-2024 Een concurrente schuldeiser met een vordering van circa € 140,00 stemt in met het akkoord.
- 23-12-2024 [verzoekster] dient een verzoekschrift in ex artikel 383 lid 1 Fw en artikel 383 lid 7 BW.
- 24-12-2024 De rechtbank bepaalt de dag voor de behandeling van de homologatie en stelt een observator aan.