Openlijke geweldpleging leidt tot taakstraf en gedeeltelijke schadevergoeding.
Openlijke geweldpleging.
Rechtsvraag
De centrale juridische vraag is of de verdachte schuldig is aan het openlijk in vereniging plegen van geweld tegen een persoon, zoals ten laste gelegd.
Regel
- art. 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht (openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen of goederen)
- art. 141 lid 2 Wetboek van Strafrecht (verzwarende omstandigheden bij openlijk geweld)
- art. 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht (eenvoudige mishandeling)
- art. 47 lid 1 Wetboek van Strafrecht (medeplegen van een strafbaar feit)
Toepassing
- art. 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht (openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen of goederen) De rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte op 3 juni 2022 samen met anderen openlijk geweld heeft gepleegd tegen het slachtoffer door hem te slaan en te schoppen, wat voldoet aan de criteria van art. 141 lid 1 Sr. Verdachte heeft toegegeven de aangever meermalen met de vuist te hebben geslagen. Deze handelingen vonden plaats na een eerdere geweldsincident waarbij verdachte niet betrokken was. De rechtbank oordeelt dat het medeplegen van geweld op de oprit met zijn neef en de nieuwe vriend van zijn nicht voldoende is bewezen. (Rechtsoverweging 4.3.2 en 4.4)
- art. 141 lid 2 Wetboek van Strafrecht (verzwarende omstandigheden bij openlijk geweld) De rechtbank heeft overwogen dat de omstandigheden, namelijk dat het geweld plaatsvond naast de woning van het slachtoffer en dat buurtgenoten en jonge kinderen getuige waren, de ernst van het feit vergroten. Dit rechtvaardigt een hogere straf dan door de officier van justitie geëist, hoewel niet specifiek art. 141 lid 2 is toegepast. (Rechtsoverweging 6.3)
- art. 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht (eenvoudige mishandeling) Hoewel de verdediging heeft aangevoerd dat de handelingen van verdachte moeten worden gekwalificeerd als eenvoudige mishandeling, heeft de rechtbank geoordeeld dat de handelingen van verdachte in het kader van openlijk geweld vallen, waarbij art. 141 Sr relevanter is dan art. 300 Sr. (Rechtsoverweging 4.3.2)
- art. 47 lid 1 Wetboek van Strafrecht (medeplegen van een strafbaar feit) De rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte samen met anderen geweld heeft gepleegd, hetgeen medeplegen impliceert. Hoewel verdachte niet bij het eerste incident betrokken was, heeft hij actief deelgenomen aan het tweede incident op de oprit, wat medeplegen van openlijk geweld bevestigt. (Rechtsoverweging 4.3.2)
Conclusie
De rechtbank concludeert dat de verdachte schuldig is aan het primair ten laste gelegde feit van openlijk in vereniging geweld plegen tegen een persoon en veroordeelt hem tot een taakstraf van 100 uren, waarvan 50 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank acht de gevorderde schadevergoeding deels toewijsbaar en legt een schadevergoedingsmaatregel op.
Partijen en standpunten
- Eiser: [slachtoffer]
- Gedaagde: [verdachte]
De eiser vordert een schadevergoeding van € 3.551,64 voor materiële en immateriële schade, veroorzaakt door mishandeling.
De gedaagde stelt dat hij niet betrokken was bij het incident aan de voordeur en dat de tikken op de oprit eenvoudige mishandeling waren.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 03-06-2022 Op 3 juni 2022 heeft de verdachte samen met zijn neef en de nieuwe vriend van zijn nicht openlijk geweld gepleegd tegen het slachtoffer, de ex-partner van zijn nicht, op de oprit van de woning aan de [straat] in de gemeente Rucphen. Tijdens dit incident is het slachtoffer meerdere malen geslagen en geschopt.
- 31-07-2024 Op 31 juli 2024 vond de inhoudelijke behandeling van de strafzaak plaats in de rechtbank te Breda. De officier van justitie, mr. J. Castelein, en de verdediging, vertegenwoordigd door mr. W.B.M. Bos, maakten hun standpunten kenbaar.
- 14-08-2024 De rechtbank Zeeland-West-Brabant te Breda heeft op 14 augustus 2024 uitspraak gedaan in de zaak. De verdachte is veroordeeld voor het plegen van openlijk geweld in vereniging tegen een persoon op 3 juni 2022. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het slachtoffer heeft geslagen en geschopt.
- 14-08-2024 De rechtbank legt de verdachte een taakstraf op van 100 uur, waarvan 50 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Dit is hoger dan de 80 uur die door de officier van justitie was geëist. De rechtbank houdt rekening met het feit dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.
- 14-08-2024 De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling van een schadevergoeding van € 1.701,64 aan de benadeelde partij [slachtoffer], bestaande uit € 701,64 aan materiële schade en € 1.000 aan immateriële schade. De rechtbank legt tevens een schadevergoedingsmaatregel op.