Inzage in basale loggings en broncodes uit patiëntendossier niet toewijsbaar op grond van artikel 7:458a BW.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 5 februari 2024 · Kort geding · Civiel recht

Kort geding: vordering inzage in logging gegevens, inclusief broncodes, uit patiëntendossier van overleden echtgenoot op grond van artikel 7:458a sub b en sub c BW afgewezen. Logging gegevens zijn geen onderdeel van patiëntendossier. Broncodes behoren toe aan leverancier van het elektronisch patiëntendossier. Alle gegevens zijn reeds verstrekt, zelfs meer dan waartoe gedaagde is gehouden. Geen 'fishing expedition'.

Rechtsvraag

Heeft [eiser] recht op inzage in de gevorderde gegevens uit het medisch dossier van haar overleden echtgenoot op grond van artikel 7:458a BW?

Regel

  • art. 7:458a sub b BW (inzage in dossier bij mededeling incident)
  • art. 7:458a sub c BW (inzage in dossier bij zwaarwegend belang)
  • art. 10 lid 3 Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (mededeling incident)

Toepassing

  • art. 7:458a sub b BW (inzage in dossier bij mededeling incident) De voorzieningenrechter stelt vast dat [eiser] recht heeft om kennis te nemen van gegevens uit het patiëntendossier van haar overleden echtgenoot die betrekking hebben op de suïcide van haar echtgenoot. Uit het rapport van de onderzoekscommissie blijkt van een incident als bedoeld in artikel 10 lid 3 van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg dat aan [eiser] ter kennis is gebracht. Dit recht op inzage is echter beperkt tot gegevens die betrekking hebben op de zelfdoding en behoren tot het patiëntendossier. De voorzieningenrechter concludeert dat logging gegevens en broncodes geen onderdeel uitmaken van het patiëntendossier, en dat [eiser] daarop dus geen recht heeft. (Rechtsoverwegingen 4.4, 4.7, 4.9)
  • art. 7:458a sub c BW (inzage in dossier bij zwaarwegend belang) De voorzieningenrechter oordeelt dat [eiser] niet voldoende concreet heeft onderbouwd welk zwaarwegend belang zij heeft bij de gevorderde gegevens. Hoewel [eiser] tijdens de mondelinge behandeling aangeeft dat zij de zorgverlening aan haar echtgenoot nader wil onderzoeken, wordt dit niet concreet genoeg gemaakt in de inleidende dagvaarding. Bovendien heeft [gedaagde] betoogd dat alle relevante gegevens die verband houden met de zelfdoding reeds aan [eiser] zijn verstrekt. (Rechtsoverwegingen 4.5, 4.6)

Conclusie

De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van [eiser] af, omdat zij geen recht heeft op de gevorderde logging gegevens en broncodes die geen deel uitmaken van het patiëntendossier. [eiser] wordt veroordeeld in de proceskosten.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [Naam van de eiser(s)]
  • Gedaagde: [Naam van de gedaagde(n)]

[Eiser] vordert inzage in en afgifte van specifieke gegevens uit het medisch dossier van haar overleden echtgenoot, waaronder basale logging gegevens en broncodes, op basis van artikel 7:458a BW en de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg.

[Gedaagde] stelt dat de eiswijziging niet toelaatbaar is en dat alle relevante gegevens reeds zijn verstrekt. Verder betwist [gedaagde] het spoedeisende belang en stelt dat de gevorderde gegevens niet bijdragen aan de opheldering van de toedracht van de zelfdoding.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 05-12-2019 De Poolse huisarts van [echtgenoot] verwijst hem door naar Nederlandse specialistische hulp vanwege ernstige depressieve klachten. Het schriftelijk verwijzingsformulier van [gedaagde] vermeldt dat [echtgenoot] dringend medische behandeling in Nederland nodig heeft.
  2. [2020] Na een intakeprocedure en een vervolg(voor)traject bestaande uit een oriëntatiedag en zes bijeenkomsten in Nederland, wordt [echtgenoot] op een wachtlijst geplaatst voor het hoofdtraject. Ondertussen zijn er maandelijkse telefonische contacten tussen [echtgenoot] en [gedaagde].
  3. [datum] 2021 [echtgenoot] overlijdt als gevolg van suïcide.
  4. 22-09-2021 [gedaagde] meldt de suïcide als mogelijke calamiteit aan de Inspectie Gezondheid en Jeugd (IGJ). Het interne onderzoek van [gedaagde] resulteert in een rapport van de onderzoekscommissie, waarin wordt vastgesteld dat er twee basisoorzaken waren die leidden tot tekortkomingen in de zorg.
  5. 09-12-2021 [eiser] stelt [gedaagde] aansprakelijk voor de vergoeding van affectieschade, gederfd levensonderhoud, kosten lijkbezorging, en buitengerechtelijke kosten.
  6. 12-01-2024 [eiser] dagvaardt [gedaagde] en vordert inzage en afgifte van verschillende gegevens uit het dossier van haar overleden echtgenoot.
  7. 17-01-2024 Mr. De Ridder, advocaat van [gedaagde], stuurt een brief aan de rechtbank met daarbij producties 1 tot en met 10.
  8. 18-01-2024 Mr. Verbrugge, advocaat van [eiser], stuurt een brief met producties 34 tot en met 39.
  9. 18-01-2024 Mr. De Ridder stuurt een aanvullende brief met productie 11.
  10. 19-01-2024 [eiser] dient een brief in met een wijziging van eis en producties 40 tot en met 42, inclusief een aangepast productieoverzicht.
  11. 22-01-2024 Mondelinge behandeling vindt plaats, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waaraan de pleitnota’s van mr. Verbrugge en mr. De Ridder zijn gehecht.
  12. 05-02-2024 De voorzieningenrechter wijst de vordering van [eiser] af en veroordeelt [eiser] in de proceskosten, vastgesteld op € 1.940,00.