Vervangende toestemming wijziging verblijfplaats minderjarige afgewezen bij ontbreken ernstig risico.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant ยท 20 oktober 2023 ยท Rekestprocedure ยท Civiel recht; Personen- en familierecht

Verzoek GI wijziging verblijfplaats minderjarige - artikel 1:336a BW - afwijzing: pleegouders en minderjarige verzetten zich tegen plaatsing op woonvoorziening met 24-uurs zorg. Dit is te ver weg van woonplaats pleegouders. Zorgen zijn niet dusdanig erg dat direct ingrijpen noodzakelijk is. Minderjarige wordt over een week 18 jaar.

Rechtsvraag

Moet de kinderrechter toestemming verlenen voor de wijziging van de verblijfplaats van de minderjarige [minderjarige] op grond van artikel 1:336a lid 2 BW, ondanks het verzet van zowel de minderjarige als de pleegouders?

Regel

  • art. 1:336a lid 2 BW (vervangende toestemming voor wijziging verblijfplaats minderjarige in belang van de minderjarige)
  • art. 810 Rv (advies van de Raad voor de Kinderbescherming)

Toepassing

  • art. 1:336a lid 2 BW (vervangende toestemming voor wijziging verblijfplaats minderjarige in belang van de minderjarige) De kinderrechter heeft beoordeeld of de wijziging van de verblijfplaats in het belang van de minderjarige noodzakelijk is. De rechtbank overweegt dat zowel de minderjarige als de pleegouders zich verzetten tegen plaatsing bij [hulpverlening] vanwege de afstand en dat de situatie thuis niet dusdanig ernstig is dat onmiddellijke ingreep noodzakelijk is. Daarnaast is er geen bezwaar tegen plaatsing bij Amarant, ondanks de lange wachttijden. De kinderrechter oordeelt dat het in het belang van [minderjarige] is dat zij en de pleegouders achter een plaatsing staan. Daarom wordt het verzoek van de GI afgewezen.
  • art. 810 Rv (advies van de Raad voor de Kinderbescherming) De Raad voor de Kinderbescherming heeft geadviseerd dat de situatie niet houdbaar is als de belangrijke hechtingsfiguren in het leven van [minderjarige] niet achter de plaatsing bij [hulpverlening] staan. De GI heeft geen inhoudelijke bezwaren tegen een plaatsing bij Amarant, hetgeen de minderjarige zelf ook wil. De kinderrechter hecht waarde aan dit advies en concludeert dat er geen noodzaak is voor de wijziging van de verblijfplaats tegen de wil van de minderjarige en de pleegouders.

Conclusie

De kinderrechter wijst het verzoek van de GI af. De kinderrechter acht het in het belang van [minderjarige] noodzakelijk dat de minderjarige en de belangrijke hechtingsfiguren in haar leven allen achter een plaatsing staan, en ziet geen noodzaak om haar tegen haar wil en die van de pleegouders te plaatsen bij [hulpverlening].

Partijen en standpunten

  • Eiser: William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering
  • Gedaagde: [minderjarige], vertegenwoordigd door haar pleegouders

De GI verzocht om toestemming voor wijziging van het verblijf van [minderjarige] op grond van artikel 1:336a lid 2 BW, vanwege zorgen over haar veiligheid en welzijn bij de pleegouders. Zij stelde dat [minderjarige] een verstandelijke beperking, ADHD, ODD en een hechtingsstoornis heeft, en blijvende ondersteuning nodig heeft. De GI vond plaatsing bij [hulpverlening] noodzakelijk vanwege zorgen over de opvoedvaardigheden van de pleegouders en meldingen van grensoverschrijdend gedrag.

[minderjarige] en haar pleegouders verzetten zich tegen plaatsing bij [hulpverlening] vanwege de afstand en gaven aan dat het goed gaat thuis. De pleegouders stelden dat er geen ernstige zorgen zijn en dat [minderjarige] geleerd heeft zich terug te trekken bij spanningen. Zij gaven de voorkeur aan plaatsing bij Amarant.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 22-04-2009 De minderjarige wordt door de rechtbank Rotterdam onder voogdij gesteld van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (GI).
  2. 31-08-2023 De GI dient een verzoek in bij de rechtbank voor toestemming tot wijziging van de verblijfplaats van de minderjarige op grond van artikel 1:336a lid 2 van het Burgerlijk Wetboek.
  3. 20-09-2023 De rechtbank Amsterdam verwijst de zaak naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, nu de minderjarige haar feitelijke woon- en verblijfplaats binnen het arrondissement van deze rechtbank heeft.
  4. 20-10-2023 De kinderrechter behandelt de zaak mondeling met gesloten deuren. Vertegenwoordigers van de GI, de pleegmoeder en een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming zijn aanwezig. De pleegvader is wegens verblijf in het buitenland niet aanwezig.
  5. 20-10-2023 De kinderrechter wijst het verzoek van de GI af, omdat er geen noodzaak is om de minderjarige tegen haar wil en die van de pleegouders te plaatsen bij de hulpverlening. De minderjarige en de pleegouders willen liever een plaatsing bij Amarant, ondanks de wachttijden.
  6. 30-10-2023 De schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van de kinderrechter wordt vastgesteld.