Ontslag van rechtsvervolging voor begunstiging; taakstraf voor nalaten hulpverlening bij levensgevaar.

Rechtbank Rotterdam · 10 oktober 2024 · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van artikel 189 Sr (begunstiging), maar wordt ontslagen van alle rechtsvervolging omdat haar een beroep op het derde lid van artikel 189 Sr toekomt. Daarnaast heeft de verdachte artikel 450 Sr overtreden (nalaten hulp verschaffen). Voor het overtreden van artikel 450 Sr wordt een taakstraf voor de duur van 120 uren met aftrek van voorarrest opgelegd. Hierbij is rekening gehouden met overschrijding van de redelijke termijn.

Rechtsvraag

De centrale rechtsvraag is of de verdachte schuldig is aan het nalaten van hulpverlening aan het slachtoffer, terwijl er geen gevaar voor haarzelf of anderen was, wat leidde tot de dood van het slachtoffer.

Regel

  • art. 450 Sr (nalaten van hulpverlening aan een persoon in levensgevaar zonder gevaar voor zichzelf of anderen te duchten)
  • art. 189 lid 3 Sr (begunstiging, niet van toepassing op dader of deelnemer die handelingen verricht om eigen vervolging te ontgaan)

Toepassing

  • art. 450 Sr (nalaten van hulpverlening aan een persoon in levensgevaar zonder gevaar voor zichzelf of anderen te duchten) De rechtbank stelt vast dat de verdachte aanwezig was toen het slachtoffer in levensgevaar verkeerde en dat zij getuige was van de verslechtering van zijn toestand. Er was geen reëel gevaar voor de verdachte om hulpdiensten in te schakelen, aangezien medeverdachte [medeverdachte 1] zelf ook had aangegeven dat er een ambulance moest komen. De verdachte had de mogelijkheid om medisch personeel te waarschuwen zonder zichzelf in gevaar te brengen, aangezien ze zich vrij door het huis kon bewegen. De rechtbank concludeert dat de verdachte nalatig is geweest in het verlenen van hulp, wat uiteindelijk heeft geleid tot de dood van het slachtoffer. (Rechtsoverwegingen 4.2.2 en 4.2.3)
  • art. 189 lid 3 Sr (begunstiging, niet van toepassing op dader of deelnemer die handelingen verricht om eigen vervolging te ontgaan) De rechtbank overweegt dat de verdachte handelde met de intentie om vervolging voor zichzelf te vermijden. Zij was bang dat zij en [medeverdachte 1] vervolgd zouden worden voor de gebeurtenissen in de woning. De rechtbank erkent dat de verdachte redelijkerwijs kon aannemen dat er een verdenking tegen haar zou ontstaan, en dat zij de handelingen heeft verricht om vervolging te ontgaan, waardoor artikel 189 lid 3 Sr van toepassing is en zij niet strafbaar is voor feit 1. (Rechtsoverweging 6.3)

Conclusie

De rechtbank concludeert dat de verdachte schuldig is aan het nalaten van hulpverlening aan het slachtoffer, wat leidde tot diens dood. Voor feit 1 wordt de verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging wegens toepassing van art. 189 lid 3 Sr. Voor feit 2 wordt zij veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur, rekening houdend met de ernst van het feit en de overschrijding van de redelijke termijn.

Partijen en standpunten

  • Eiser: Openbaar Ministerie
  • Gedaagde: [verdachte]

Het Openbaar Ministerie heeft gevorderd dat de verdachte schuldig wordt bevonden aan beide ten laste gelegde feiten: het medeplegen van het wegmaken van bewijsmateriaal na een misdrijf en het nalaten van het verlenen van hulp aan een persoon in levensgevaar. Voor feit 1 wordt een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 150 uren geëist. Voor feit 2 wordt een taakstraf van 30 uren geëist.

De verdediging betoogde dat de verdachte voor feit 2 moest worden vrijgesproken omdat zij vanwege angst en haar mentale toestand niet in staat was hulp te bieden. Voor feit 1 werd ontslag van alle rechtsvervolging bepleit op grond van artikel 189, derde lid, Sr, omdat de verdachte handelde om vervolging voor zichzelf te vermijden.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 27-09-2021 In de nacht van 27 op 28 september 2021 bevond de verdachte zich met haar partner [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], het slachtoffer, en [medeverdachte 3] in een woning aan [adres 2] te Rotterdam. [medeverdachte 1] sloeg het slachtoffer meerdere malen op het hoofd, waardoor het slachtoffer buiten bewustzijn raakte. De verdachte zag de toestand van het slachtoffer verslechteren.
  2. 28-09-2021 Later die nacht is het slachtoffer overleden. De verdachte heeft nagelaten hulp te verlenen ondanks dat er geen gevaar was voor haarzelf of anderen.
  3. 29-09-2021 De verdachte is als verdachte gehoord bij de politie, waarmee de redelijke termijn voor de procedure is aangevangen.
  4. 26-09-2024 Onderzoek op de terechtzitting vond plaats op 26 september 2024.
  5. 10-10-2024 De rechtbank Rotterdam heeft uitspraak gedaan in de strafzaak tegen de verdachte. De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, maar ontslaat haar van rechtsvervolging voor feit 1 en veroordeelt haar voor feit 2 tot een taakstraf van 120 uren, waarbij eerdere hechtenis in mindering wordt gebracht.