Homologatieverzoek afgewezen bij niet-instemming 'in the money' schuldeisers.

Rechtbank Rotterdam Β· 31 mei 2024 Β· Eerste en enige aanleg Β· Civiel recht; Insolventierecht

WHOA-zaak. Verzoek homologatie akkoord niet-ontvankelijk. Het akkoord wijzigt rechten van schuldeisers die in faillissement naar verwachting (deels) worden voldaan terwijl er geen voorstemmende klasse is die bestaat uit (de vorderingen van) deze β€˜in the money’ schuldeisers.

Rechtsvraag

De centrale juridische vraag betreft of de rechtbank het verzoek tot verlenging van de afkoelingsperiode en het verzoek tot homologatie van een onderhands akkoord ex artikel 383 Faillissementswet (Fw) moet toewijzen.

Regel

  • art. 376 lid 5, Fw (Verlenging afkoelingsperiode)
  • art. 383 lid 1, Fw (Homologatie onderhands akkoord)
  • art. 384 lid 2 sub c, Fw (Informatieverplichting en klassenindeling)
  • art. 384 lid 2 sub d, Fw (Onjuist bedrag vordering)

Toepassing

  • art. 376 lid 5, Fw (Verlenging afkoelingsperiode) [verzoekster] heeft bevestigd dat zij na uitspraak op het homologatieverzoek geen belang meer heeft bij verlenging van de afkoelingsperiode. Daarom heeft de rechtbank het verzoek tot verlenging van de op 20 februari 2024 verleende afkoelingsperiode afgewezen.
  • art. 383 lid 1, Fw (Homologatie onderhands akkoord) De rechtbank heeft geoordeeld dat [verzoekster] niet bevoegd is om het homologatieverzoek in te dienen omdat Heineken een pandrecht heeft op de voorraad van [verzoekster], die in faillissement enige waarde vertegenwoordigt. Hierdoor is Heineken een 'in the money' schuldeiser, en aangezien Heineken niet met het akkoord heeft ingestemd, voldoet het akkoord niet aan de vereisten van artikel 383 lid 1 Fw.
  • art. 384 lid 2 sub c, Fw (Informatieverplichting en klassenindeling) De rechtbank heeft vastgesteld dat [verzoekster] onvoldoende informatie heeft verschaft over de liquidatiewaarde en de zekerheden van Heineken en EFM. Hierdoor is niet voldaan aan de informatieverplichtingen genoemd in artikel 375 Fw en de klassenindeling voldoet niet aan de vereisten van artikel 374 Fw.
  • art. 384 lid 2 sub d, Fw (Onjuist bedrag vordering) [verzoekster] heeft de vordering van de Belastingdienst per fixatiedatum voor een onjuist bedrag meegenomen in het akkoord (€ 507.909,81 in plaats van € 528.817,11). Dit betekent dat het verzoek tot homologatie op grond van artikel 384 lid 2 sub d Fw dient te worden afgewezen.

Conclusie

De rechtbank heeft [verzoekster] niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot homologatie van een onderhands akkoord en het verzoek tot verlenging van de afkoelingsperiode afgewezen. Het salaris van de observator is vastgesteld op € 7.500,00 exclusief BTW en deze kosten komen ten laste van [verzoekster].

Partijen en standpunten

  • Eiser: [verzoekster]
  • Gedaagde: Belastingdienst

[verzoekster] verzoekt om verlenging van de afkoelingsperiode tot 20 juni 2024 en homologatie van een onderhands akkoord. Zij stelt dat geen van de schuldeisers 'in the money' zijn en dat de verkoopopbrengst van de activa onvoldoende is om de algemene faillissementskosten en boedelvorderingen te voldoen. [verzoekster] heeft een akkoord aangeboden dat door een klasse van schuldeisers is goedgekeurd en stelt dat zij vanaf de fixatiedatum haar lopende verplichtingen is nagekomen.

De Belastingdienst verzoekt het homologatieverzoek af te wijzen. Zij stelt dat zij geen redelijke termijn heeft gehad om haar stem uit te brengen, onvoldoende informatie heeft ontvangen, en dat haar vordering voor een onjuist bedrag is meegenomen. Verder stelt de Belastingdienst dat [verzoekster] haar lopende verplichtingen niet heeft voldaan, waardoor zij niet in de WHOA-toestand verkeert.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 02-02-2024 De startverklaring ex artikel 370 lid 3 Faillissementswet (Fw) is gedeponeerd door verzoekster.
  2. 20-02-2024 De rechtbank heeft een afkoelingsperiode als bedoeld in artikel 376 Faillissementswet (Fw) gelast.
  3. 28-03-2024 Verzoekster heeft een akkoord aangeboden aan haar schuldeisers en haar enig aandeelhouder, waarbij vijf klassen zijn gehanteerd.
  4. 12-04-2024 De stemming over het aangeboden akkoord liep van 28 maart 2024 tot en met 12 april 2024. Klassen 1 tot en met 3 hebben niet ingestemd; klassen 4 en 5 wel.
  5. 18-04-2024 Het stemverslag met bijlagen ex artikel 382 Faillissementswet (Fw) is gedeponeerd.
  6. 19-04-2024 Het verzoekschrift tot homologatie van een onderhands akkoord met bijlagen 1 t/m 15 ex artikel 383 lid 1 Faillissementswet (Fw) is ingediend.
  7. 22-04-2024 De rechtbank heeft een beschikking dagbepaling behandeling homologatie en aanstelling observator vastgesteld.
  8. 23-04-2024 De rechtbank heeft een tussenbeschikking voorlopige verlenging afkoelingsperiode vastgesteld.
  9. 06-05-2024 Verzoekster heeft bijlagen 16 t/m 27 bij een brief aan de observator gestuurd.
  10. 13-05-2024 De observator, mr. M. Kooiman, heeft haar zienswijze met bijlagen 1 en 2 ingediend.
  11. 14-05-2024 De Belastingdienst heeft haar zienswijze met bijlagen 1 t/m 3 ingediend.
  12. 15-05-2024 De Belastingdienst heeft een e-mail gestuurd.