Curator handelt niet onrechtmatig bij verstrekking administratie na faillissement, geen causaal verband met schade.

Rechtbank Rotterdam · 13 november 2024 · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht

Aansprakelijkheid curator in persoon. Maclou-norm. Handelen in hoedanigheid van curator na beëindiging faillissement. Afgifte administratie aan schuldeiser, tevens vereffenaar van de (voormalig) failliete vennootschap. Geen onrechtmatig handelen jegens bestuurders van die vennootschap. Geen causaal verband. Schending van geheimhoudingsbeding in vaststellingsovereenkomst met bestuurders? Vermeerdering van de grondslag van de eis niet conform artikel 130 lid 1 Rv. Geen vernietiging wegens dwaling mogelijk wegens uitsluitend toekomstige omstandigheden.

Rechtsvraag

De centrale juridische vraag is of de gedaagde, als voormalig curator, onrechtmatig heeft gehandeld door de administratie van de failliete vennootschap af te geven aan een schuldeiser, en of hij daardoor persoonlijk aansprakelijk is voor de schade die de eisers hebben geleden.

Regel

  • art. 193, Faillissementswet (Fw) (Verplichting van de curator om administratie af te geven na beëindiging van faillissement)
  • art. 2:23a lid 1, Burgerlijk Wetboek (BW) (Bevoegdheden van de vereffenaar na heropening van vereffening)
  • HR 19 april 1996, ECLI:NL:HR:ZC2047, Maclou (Norm voor persoonlijke aansprakelijkheid van curatoren)
  • HR 16 december 2011, ECLI:NL:HR:BU4204 (Beleidsvrijheid en persoonlijke verwijtbaarheid van curatoren)

Toepassing

  • art. 193, Faillissementswet (Fw) (Verplichting van de curator om administratie af te geven na beëindiging van faillissement) De rechtbank oordeelt dat het enkele tijdsverloop tussen de beëindiging van het faillissement en de afgifte van de administratie niet onrechtmatig is. De verplichting van de curator om de administratie af te geven aan het bestuur van de vennootschap is ingehaald door de heropening van de vereffening en de benoeming van de schuldeiser als vereffenaar. Hierdoor had de vereffenaar recht op afgifte van de administratie. [Rechtsoverwegingen 4.6, 4.7]
  • art. 2:23a lid 1, Burgerlijk Wetboek (BW) (Bevoegdheden van de vereffenaar na heropening van vereffening) De rechtbank stelt dat de vereffenaar in beginsel dezelfde bevoegdheden als een bestuurder heeft en daarom recht had op afgifte van de administratie. Het argument van een tegenstrijdig belang tussen de vereffenaar en de bestuurders is niet relevant, aangezien de bevoegdheden niet verder gaan dan nodig voor de vereffening. [Rechtsoverwegingen 4.7, 4.8]
  • HR 19 april 1996, ECLI:NL:HR:ZC2047, Maclou (Norm voor persoonlijke aansprakelijkheid van curatoren) De rechtbank past de Maclou-norm toe en oordeelt dat de curator niet onrechtmatig heeft gehandeld volgens deze norm. [gedaagde] heeft gehandeld zoals in redelijkheid mag worden verwacht van een curator. [Rechtsoverweging 4.4]
  • HR 16 december 2011, ECLI:NL:HR:BU4204 (Beleidsvrijheid en persoonlijke verwijtbaarheid van curatoren) De rechtbank oordeelt dat er geen persoonlijke verwijtbaarheid is aangezien [gedaagde] handelde binnen zijn beleidsvrijheid en er geen bewijs is dat hij het onjuiste van zijn handelen inzag of had moeten inzien. [Rechtsoverweging 4.4]

Conclusie

De rechtbank concludeert dat [gedaagde] niet onrechtmatig heeft gehandeld en er geen causaal verband is tussen zijn handelen en de door [eisers] gestelde schade. De vorderingen van [eisers] worden afgewezen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [eiser 1], gevestigd te Zwijndrecht en [eiser 2], wonende te Hendrik-Ido-Ambacht
  • Gedaagde: [gedaagde], wonende te Dordrecht

[eisers] stellen dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld door administratie van de failliete vennootschap aan [naam bedrijf 2] te verstrekken en vorderen schadevergoeding. Subsidiair stellen zij wanprestatie door schending van een geheimhoudingsbeding in de vaststellingsovereenkomst.

[gedaagde] voert aan dat zijn handelen als curator niet onrechtmatig was en dat er geen causaal verband is tussen zijn handelen en de gestelde schade. Hij betwist ook aansprakelijkheid voor wanprestatie.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 06-02-2018 [naam bedrijf 1] is failliet verklaard en [gedaagde] werd benoemd als curator.
  2. 31-08-2019 [gedaagde] en [eisers] sloten een vaststellingsovereenkomst, waarbij [eisers] € 14.000,-- aan de boedel betaalden voor finale kwijting. Er was een geheimhoudingsbeding opgenomen.
  3. 05-02-2020 De advocaat van [naam bedrijf 2] vroeg [gedaagde] om inzage in de administratie van [naam bedrijf 1] om een mogelijke vordering op grond van bestuurdersaansprakelijkheid te beoordelen.
  4. 04-03-2020 [gedaagde] verstrekte bankmutaties van [naam bedrijf 1] aan [naam bedrijf 2] zonder [eisers] hierover te informeren.
  5. 20-03-2020 Het faillissement van [naam bedrijf 1] werd beëindigd.
  6. 03-06-2020 Op verzoek van [naam bedrijf 2] heropende de rechtbank de vereffening van [naam bedrijf 1] en benoemde [naam bedrijf 2] tot vereffenaar.
  7. 27-07-2020 [naam bedrijf 2] vroeg [gedaagde] om overdracht van de administratie van [naam bedrijf 1] en [gedaagde] voldeed aan dit verzoek zonder [eisers] te informeren.
  8. 24-12-2021 [naam bedrijf 2] legde conservatoir beslag op het binnenvaartschip van [eisers] ter voorbereiding op een procedure.
  9. 05-01-2022 [naam bedrijf 2] dagvaardde [eisers] op grond van bestuurdersaansprakelijkheid voor een vordering van ruim € 200.000,--.
  10. 24-05-2023 De Toetsingscommissie van INSOLAD verklaarde de klachten van [eisers] over het handelen van [gedaagde] als curator gegrond.
  11. 19-06-2023 [eisers] stelden [gedaagde] aansprakelijk voor de schade door schending van het geheimhoudingsbeding en het verstrekken van de administratie.
  12. 05-04-2024 [eisers] dienden een dagvaarding in tegen [gedaagde] met vorderingen wegens onrechtmatige daad en wanprestatie.