Retentierecht vereist feitelijke macht over het geheel van de bouwplaats, niet alleen over specifieke gedeelten.
Onderaannemer pretendeert jegens aannemer, met wie hij een onderaannemingsovereenkomst heeft gesloten, een retentierecht te hebben op negen bouwplaatsen waar hij, evenals andere onderaannemers, aannemingswerkzaamheden uitvoert. Het beroep door de onderaannemer op een retentierecht staat vermeld op borden die in opdracht van hem zijn gehangen aan hekken rondom de bouwplaatsen. Tevens heeft hij de bouwplaatsen afgesloten met kettingen. Vraag is of de onderaannemer de feitelijke macht heeft over (gedeeltes van) deze bouwplaatsen.
Rechtsvraag
Heeft Spindler Installatietechniek B.V. een geldig retentierecht op de bouwplaatsen, waardoor zij deze kan afsluiten voor de curator in het faillissement van Schouten Holding B.V.?
Regel
- Art. 6:80 lid 1c BW (retentierecht voor schuldeiser bij niet-nakoming door schuldenaar)
- Art. 60 lid 2 Fw (curator kan onder omstandigheden goederen opeisen ondanks retentierecht)
Toepassing
- Art. 6:80 lid 1c BW (retentierecht voor schuldeiser bij niet-nakoming door schuldenaar) Spindler heeft een opeisbare vordering wegens onbetaald gelaten onderaannemingswerkzaamheden, maar de feitelijke macht over de bouwplaatsen berustte niet bij Spindler, gezien de rol van de uitvoerders van Schouten en de aanwezigheid van andere onderaannemers.
- Art. 60 lid 2 Fw (curator kan onder omstandigheden goederen opeisen ondanks retentierecht) De voorzieningenrechter concludeert dat het retentierecht niet geldig kan worden uitgeoefend wegens gebrek aan feitelijke macht en oordeelt in het voordeel van de curator, waardoor de curator toegang moet krijgen tot de bouwplaatsen.
Conclusie
Spindler heeft geen geldig retentierecht op de bouwplaatsen omdat zij niet de feitelijke macht over deze locaties had. De vorderingen van de curator worden toegewezen, en Spindler moet de toegang tot de bouwplaatsen vrijgeven.
Partijen en standpunten
- Eiser: Bruno Joannes Tideman q.q. in hoedanigheid van curator in het faillissement van Schouten Holding B.V. en Schouten B.V.
- Gedaagde: Spindler Installatietechniek B.V.
De curator vordert dat Spindler haar vermeende retentierecht op de bouwplaatsen staakt en de curator vrije toegang verleent om werkzaamheden voort te zetten.
Spindler stelt een retentierecht te hebben op de bouwplaatsen vanwege onbetaalde vorderingen en heeft de bouwplaatsen afgesloten om dit recht te effectueren.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 04-10-2019 De rechtbank Den Haag verleent voorlopig surseance van betaling aan Schouten Holding B.V.
- 08-10-2019 De rechtbank Den Haag verklaart Schouten Holding B.V. failliet en benoemt Bruno Joannes Tideman tot curator.
- 04-10-2019 De advocaat van Spindler stuurt een brief aan de directie van Schouten, waarin hij namens Spindler een retentierecht inroept op negen bouwlocaties en meldt dat de bouwlocaties zijn afgesloten met kettingen.
- 11-10-2019 De advocaat van de curator stuurt een brief aan de advocaat van Spindler waarin het retentierecht van Spindler wordt betwist.
- 17-10-2019 De curator dient een dagvaarding in bij de rechtbank Rotterdam, waarin hij vordert dat Spindler de blokkade van de bouwplaatsen opheft.
- 20-10-2019 De curator brengt e-mailberichten in het geding die aantonen dat uitvoerders verantwoordelijk zijn voor de bouwplaatsen en niet Spindler.
- 22-10-2019 Een mondelinge behandeling vindt plaats in de rechtbank Rotterdam, waar beide partijen hun pleitnota's presenteren.
- 24-10-2019 De voorzieningenrechter gebiedt Spindler om de bouwplaatsen vrij te geven en veroordeelt Spindler in de proceskosten.