Opzegverbod tijdens ziekte geldt niet als werknemer ontslagvoornemen kent vóór ziekmelding.

Rechtbank Rotterdam · 10 mei 2017 · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht

Ontslag statutair bestuurder. Het bewijs dat eiser toen hij zich ziek meldde wist dat het voornemen bestond hem te ontslaan is geleverd. Beroep op artikel 7:670 (oud) BW faalt. Ontslag is rechtsgeldig. Onregelmatige opzegging. Gefixeerde schadevergoeding toegewezen. Ontslag is niet kennelijk onredelijk.

Rechtsvraag

Was het ontslag van [eiser] door Wave International B.V. rechtsgeldig, gezien het opzegverbod tijdens ziekte, en was het ontslag kennelijk onredelijk?

Regel

  • art. 7:670 lid 1 sub b (oud) BW (Opzegverbod tijdens ziekte geldt niet als de ziekmelding heeft plaatsgevonden nadat een ontslagverzoek door het UWV Werkbedrijf is ontvangen)
  • art. 7:681 (oud) BW (Kennelijk onredelijk ontslag wanneer de gevolgen van de opzegging voor de werknemer te ernstig zijn in vergelijking met het belang van de werkgever)
  • art. 7:677 lid 1 (oud) BW (Onregelmatige opzegging bij gebrek aan dringende reden voor ontslag op staande voet)
  • art. 7:680 (oud) BW (Gefixeerde schadevergoeding bij onregelmatige opzegging)
  • art. 7:672 (oud) BW (Opzegtermijnen)
  • art. 6:119 BW (Wettelijke rente)

Toepassing

  • art. 7:670 lid 1 sub b (oud) BW (Opzegverbod tijdens ziekte geldt niet als de ziekmelding heeft plaatsgevonden nadat een ontslagverzoek door het UWV Werkbedrijf is ontvangen) De rechtbank concludeerde dat [eiser] kennis had van het voornemen tot ontslag vóór zijn ziekmelding op 7 april 2011, gebaseerd op de verklaring van [getuige 2 gedaagde] en de geluidsopname van het telefoongesprek op 6 april 2011. Hierdoor was het opzegverbod tijdens ziekte niet van toepassing. [Rechtsoverwegingen 2.4-2.14]
  • art. 7:681 (oud) BW (Kennelijk onredelijk ontslag wanneer de gevolgen van de opzegging voor de werknemer te ernstig zijn in vergelijking met het belang van de werkgever) De rechtbank oordeelde dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was. Wave had groot belang bij het ontslag vanwege het verlies van vertrouwen in [eiser] na de financiële problemen veroorzaakt door de borgstelling. Hoewel de financiële gevolgen voor [eiser] ernstig waren, was er geen onredelijk ontslag omdat [eiser] niet voldoende had aangetoond dat de gevolgen onredelijk waren vergeleken met het belang van Wave. [Rechtsoverwegingen 2.15-2.29]
  • art. 7:677 lid 1 (oud) BW (Onregelmatige opzegging bij gebrek aan dringende reden voor ontslag op staande voet) Wave had geen dringende reden voor ontslag op staande voet aangetoond, waardoor de opzegging onregelmatig was. De rechtbank kende daarom een gefixeerde schadevergoeding toe. [Rechtsoverwegingen 2.23-2.24]
  • art. 7:680 (oud) BW (Gefixeerde schadevergoeding bij onregelmatige opzegging) De rechtbank kende [eiser] een gefixeerde schadevergoeding toe omdat de opzegging onregelmatig was. De schadevergoeding was gelijk aan het loon over de opzegtermijn, namelijk € 64.016,14. [Rechtsoverweging 2.24]
  • art. 7:672 (oud) BW (Opzegtermijnen) De rechtbank stelde vast dat de wettelijke opzegtermijn niet in acht was genomen, waardoor de arbeidsovereenkomst tot 31 december 2011 zou hebben moeten duren. [Rechtsoverweging 2.24]
  • art. 6:119 BW (Wettelijke rente) De rechtbank kende wettelijke rente toe over de gefixeerde schadevergoeding vanaf de datum van het einde van de arbeidsovereenkomst, 8 augustus 2011, tot de dag van volledige betaling. [Rechtsoverweging 3.1]

Conclusie

Het ontslag van [eiser] door Wave was rechtsgeldig omdat het opzegverbod tijdens ziekte niet van toepassing was. Het ontslag was niet kennelijk onredelijk, maar wel onregelmatig vanwege het ontbreken van een dringende reden, waardoor [eiser] recht had op een gefixeerde schadevergoeding van € 64.016,14 met wettelijke rente.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [eiser]
  • Gedaagde: Wave International B.V.

Eiser stelt dat hij ten onrechte ontslagen is tijdens ziekte, en dat het ontslag kennelijk onredelijk is.

Wave beweert dat eiser op de hoogte was van het ontslagvoornemen en dat het ontslag gerechtvaardigd was door verlies van vertrouwen.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 24-03-2011 De advocaat van Wave informeert [eiser] over het instellen van een onderzoek naar de borgstelling van Wave voor verplichtingen van Hairhold Lease.
  2. 31-03-2011 [eiser] stuurt een e-mail waarin hij aangeeft het gevoel te hebben dat mensen op zoek waren naar een persoon om de schuld op af te schuiven.
  3. 06-04-2011 Mr. [getuige 2 gedaagde] van Wave bespreekt telefonisch met [eiser] zijn mogelijke ontslag en de consequenties als hij niet vrijwillig zou terugtreden als bestuurder.
  4. 07-04-2011 [eiser] meldt zich per e-mail ziek om 6:55 uur, voordat hij de oproep voor de algemene vergadering van aandeelhouders had ontvangen.
  5. 08-08-2011 [eiser] wordt rechtsgeldig ontslagen op de algemene vergadering van aandeelhouders.
  6. 11-03-2015 De rechtbank geeft een tussenvonnis waarin een bewijsopdracht aan Wave wordt verstrekt om aan te tonen dat [eiser] op de hoogte was van het ontslagvoornemen bij zijn ziekmelding.
  7. 23-09-2015 [eiser] dient een notitie in met productie 33.
  8. 09-09-2015 Wave dient een akte uitlating in.
  9. 23-09-2015 Een getuigenverhoor vindt plaats.
  10. 11-01-2016 De voortzetting van het getuigenverhoor vindt plaats.
  11. 02-03-2016 Een tweede voortzetting van het getuigenverhoor vindt plaats.
  12. 04-05-2016 Wave dient een conclusie na enquête in.