Arbeidsovereenkomst kan worden ontbonden wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer.
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen werknemer. Grensoverschrijdende/seksueel intimiderende vragen, gedragingen en opmerkingen van zorgcoördinator/loopbaanbegeleider ten aanzien van vrouwelijke studenten.
Rechtsvraag
Moet de arbeidsovereenkomst tussen Stichting voor Educatie en Beroepsonderwijs Zadkine en [verweerder] worden ontbonden vanwege verwijtbaar handelen, een verstoorde arbeidsverhouding, of andere zwaarwegende redenen?
Regel
- art. 7:671b BW (Verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst)
- art. 7:669 lid 1 BW (Redelijke grond voor ontslag)
- art. 7:669 lid 3 sub e BW (Verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer)
- art. 7:669 lid 3 sub g BW (Verstoorde arbeidsverhouding)
- art. 7:669 lid 3 sub h BW (Andere omstandigheden die ontbinding rechtvaardigen)
- art. 7:673 lid 7 sub c BW (Geen transitievergoeding bij ernstig verwijtbaar handelen)
Toepassing
- art. 7:671b BW (Verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst) Zadkine heeft een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ingediend op grond van art. 7:671b BW. De kantonrechter heeft dit verzoek in behandeling genomen en beoordeeld op basis van de aangevoerde gronden en de gepresenteerde feiten.
- art. 7:669 lid 1 BW (Redelijke grond voor ontslag) De kantonrechter heeft onderzocht of er een redelijke grond voor ontslag bestaat. In dit geval is vastgesteld dat [verweerder] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, wat een redelijke grond voor ontslag oplevert.
- art. 7:669 lid 3 sub e BW (Verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer) De kantonrechter heeft geoordeeld dat [verweerder] in zijn functie als zorgcoördinator ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door ongepaste vragen en fysiek contact met studentes, wat niet binnen zijn bevoegdheden viel. Dit gedrag is als grensoverschrijdend en seksueel intimiderend gekwalificeerd.
- art. 7:669 lid 3 sub g BW (Verstoorde arbeidsverhouding) Hoewel de kantonrechter de arbeidsovereenkomst heeft ontbonden op basis van ernstig verwijtbaar handelen, heeft hij ook vastgesteld dat door toedoen van [verweerder] een ernstig verstoorde arbeidsverhouding is ontstaan, waardoor herstel niet meer mogelijk is.
- art. 7:669 lid 3 sub h BW (Andere omstandigheden die ontbinding rechtvaardigen) De kantonrechter heeft deze grond niet expliciet besproken omdat de ontbinding reeds gerechtvaardigd was op basis van ernstig verwijtbaar handelen.
- art. 7:673 lid 7 sub c BW (Geen transitievergoeding bij ernstig verwijtbaar handelen) Omdat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst is gebaseerd op ernstig verwijtbaar handelen van [verweerder], heeft de kantonrechter geoordeeld dat Zadkine geen transitievergoeding aan [verweerder] verschuldigd is.
Conclusie
De kantonrechter heeft beslist dat de arbeidsovereenkomst tussen Stichting voor Educatie en Beroepsonderwijs Zadkine en [verweerder] wordt ontbonden met ingang van 15 februari 2017, zonder toekenning van een transitievergoeding aan [verweerder] vanwege ernstig verwijtbaar handelen. [verweerder] wordt tevens veroordeeld in de proceskosten.
Partijen en standpunten
- Eiser: Stichting voor Educatie en Beroepsonderwijs Zadkine
- Gedaagde: [verweerder]
Zadkine verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst primair op grond van verwijtbaar handelen (art. 7:671b BW jo. art. 7:669 lid 1 en lid 3 sub e BW), subsidiair op grond van een verstoorde arbeidsverhouding (art. 7:671b BW jo. art. 7:669 lid 1 en lid 3 sub g BW), en meer subsidiair op grond van andere omstandigheden (art. 7:669 lid 1 en lid 3 sub h BW). Zadkine stelt dat [verweerder] grensoverschrijdend en seksueel intimiderend gedrag heeft vertoond jegens studentes, wat door een onderzoekscommissie is bevestigd.
[verweerder] betwist het grensoverschrijdend gedrag en stelt dat de klachten uit hun verband zijn gerukt. Hij voert aan dat hij handelde binnen de grenzen van zijn functie als zorgcoördinator en loopbaanbegeleider. [verweerder] stelt dat de verklaringen van de studentes niet onafhankelijk zijn afgelegd en dat hij met toestemming van de studentes handelde. Hij verzoekt, indien ontbinding plaatsvindt, dit te doen zonder ernstige verwijtbaarheid en met toekenning van een transitievergoeding.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 01-01-2016 Drie studentes dienen klachten in over het gedrag van [verweerder], die zij als ongewenst en seksueel getint hebben ervaren.
- 25-01-2016 Gesprek tussen [verweerder], de heer [M.] (teamleider), mevrouw [A.] (directeur) en mevrouw [S.] (bedrijfsjurist) over de klachten. [verweerder] wordt voor 14 dagen geschorst.
- 26-01-2016 Schorsing van [verweerder] wordt schriftelijk bevestigd.
- 29-01-2016 De heer [M.] en mevrouw [S.] spreken met studente [studente 1] en haar moeder over de klacht. Later die dag spreken zij met studente [studente 2].
- 04-02-2016 Mevrouw [T.] (teamleider) en mevrouw [S.] spreken met studente [studente 3] over haar klacht.
- 05-02-2016 Schorsing van [verweerder] wordt verlengd met vier weken en geldt nu ook voor de locatie aan de Aluminiumstraat te Rotterdam.
- 15-02-2016 [verweerder] maakt bezwaar tegen de schorsing.
- 16-02-2016 Zadkine roept [verweerder] op voor een gesprek op 1 maart 2016.
- 01-03-2016 Tijdens het gesprek wordt aangekondigd dat een extern onderzoeksbureau wordt ingeschakeld. Schorsing wordt verlengd tot 26 april 2016.
- 10-03-2016 [verweerder] maakt bezwaar tegen de verlenging van de schorsing.
- 10-03-2016 Zadkine bericht [verweerder] dat het bureau (H)eerlijk werken een verdiepend onderzoek zal verrichten.
- 05-07-2016 Onderzoekscommissie Ongewenst Gedrag brengt adviesrapport uit waarin het gedrag van [verweerder] als grensoverschrijdend/seksueel intimiderend wordt gekwalificeerd.