Retentierecht kan niet jegens derden worden uitgeoefend voor oude vorderingen zonder contractuele relatie.

Rechtbank Rotterdam · 31 juli 2012 · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht

Vervoerder oefent retentierecht uit op de lading van zeecontainers wegens onbetaald gebleven vracht van het betreffende vervoer en wegens oude vrachtschulden. Vervoerder stelt het met haar wederpartij overeengekomen retentierecht ook te kunnen uitoefenen jegens een derde, te weten degene die de inhoud van de containers (olie) heeft aangekocht. Tussen vervoerder en deze derde bestaat geen enkele contractuele relatie. Niet gebleken dat het toepasselijke Turks recht dan wel algemene rechtsbeginselen een retentierecht geven voor de oude vrachtschulden jegens bedoelde derde. Vervoerder wordt veroordeeld tot vrijgave van de inhoud van de containers aan de bedoelde derde na zekerheidstelling voor de vracht van het onderhavig vervoer.

Rechtsvraag

Kan [gedaagde] jegens BPP een retentierecht uitoefenen op de lading van de 13 containers voor zowel de vracht van het specifieke transport als voor oudere openstaande vorderingen op Rekor?

Regel

  • art. 10:162 BW (Toepasselijk recht op rechtsverhoudingen met internationale aspecten)
  • art. 21 Conditions of Carriage (Retentierecht van de vervoerder op goederen voor betaling van vracht en bijkomende kosten)

Toepassing

  • art. 10:162 BW (Toepasselijk recht op rechtsverhoudingen met internationale aspecten) De rechter beoordeelt of [gedaagde] een (wettelijk en/of contractueel) retentierecht tegen BPP kan inroepen en zo ja, voor welke vorderingen, naar Turks recht. Beide partijen zijn het erover eens dat [gedaagde] naar Turks recht een retentierecht op de inhoud van de 13 containers kan uitoefenen voor de vracht en bijkomende kosten verschuldigd voor het vervoer van die 13 containers. Echter, er is onduidelijkheid over de derdenwerking van het contractueel retentierecht voor oudere, openstaande vorderingen. De legal opinions geven hierover geen voldoende duidelijkheid. De rechter concludeert dat vooralsnog niet is gebleken dat [gedaagde] het met Rekor overeengekomen retentierecht naar het toepasselijke Turks recht ook in relatie tot BPP kan uitoefenen (Rechtsoverwegingen 4.3 en 4.4).
  • art. 21 Conditions of Carriage (Retentierecht van de vervoerder op goederen voor betaling van vracht en bijkomende kosten) Artikel 21 van de 'Conditions of Carriage' verleent [gedaagde] een retentierecht op de goederen voor alle vracht, kosten en uitgaven. De rechter acht voorshands aannemelijk dat in de relatie tussen Rekor en [gedaagde] een 'lien' is overeengekomen. Echter, tussen [gedaagde] en BPP bestaat geen contractuele band en het contractuele retentierecht kan niet zonder meer tegen BPP worden ingeroepen. Het enkele feit dat BPP op de hoogte was van de betalingsproblemen van Rekor is onvoldoende om aan te nemen dat [gedaagde] het retentierecht ook jegens BPP kan uitoefenen voor oudere vorderingen. De rechter oordeelt dat [gedaagde] primair zelf verantwoordelijk is voor het oplopen van de vorderingen op Rekor (Rechtsoverwegingen 4.2 en 4.4).

Conclusie

De rechter concludeert dat [gedaagde] geen retentierecht jegens BPP kan uitoefenen voor oudere vorderingen op Rekor. [gedaagde] heeft alleen een retentierecht voor de vracht van het specifieke transport van de 13 containers. [gedaagde] wordt veroordeeld om de inhoud van de 13 containers in Frankrijk vrij te geven aan BPP, na zekerheidstelling door BPP voor de vracht ad € 40.000,- vermeerderd met een opslag voor rente en kosten tot een totaalbedrag van € 52.000,-.

Partijen en standpunten

  • Eiser: BP PETROLLERI A.S.
  • Gedaagde: [gedaagde]

BPP vordert de vrijgave van 13 containers met inhoud in de haven van Gemlik aan BPP, onder dwangsom.

[gedaagde] beroept zich op een retentierecht voor onbetaalde vracht van eerdere verschepingen en betwist de vordering.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 05-2012 Rekor Uluslararasi Nakliyat ve Dis. Ticaret Ltd.Sti (Rekor) is verwikkeld in een Turkse faillissementsprocedure.
  2. 21-05-2012 De 13 tankcontainers met minerale basisoliën in eigendom van BPP, vervoerd door [gedaagde], arriveren in Gemlik, Turkije.
  3. 30-05-2012 [gedaagde] laat de 13 tankcontainers vervoeren van Gemlik naar Fos-sur-Mer, Frankrijk.
  4. 10-06-2012 De 13 tankcontainers arriveren in Fos-sur-Mer, Frankrijk, en worden door [gedaagde] in ontvangst genomen en opgeslagen in de terminal 'Jo Traction International Sarl'.
  5. 12-06-2012 BPP legt naar Frans recht beslag tot afgifte op de 13 containers in Fos-sur-Mer.
  6. 09-07-2012 BPP dient een dagvaarding in tegen [gedaagde] met betrekking tot de 13 tankcontainers.
  7. 16-07-2012 [gedaagde] dient producties in bij de rechtbank.
  8. 17-07-2012 De mondelinge behandeling van het kort geding vindt plaats. Beide partijen verschijnen, bijgestaan door hun advocaten, en overleggen pleitaantekeningen.
  9. 15-07-2012 [gedaagde] start een bodemprocedure tegen Rekor en BPP, waarin zij vordert Rekor te veroordelen tot betaling van € 734.109,10 en verklaard wil hebben dat zij een retentierecht heeft op de 13 containers.
  10. 31-07-2012 De rechtbank Rotterdam wijst vonnis in kort geding. [gedaagde] wordt veroordeeld om de inhoud van de 13 containers in Frankrijk vrij te geven aan BPP, nadat BPP het beslag heeft opgeheven en zekerheid heeft gesteld voor een bedrag van € 52.000,-.