Een overeenkomst is niet ontbonden bij gebrek aan bewijs van opzegging of ontbinding door de gedaagde.
De rechtbank verklaart voor recht dat de overeenkomst tussen partijen is ontbonden en veroordeelt de gedaagde tot betaling van een bedrag aan de eiser. Partijen hadden een doorlopend servicecontract. Eiser vorderde betaling van de vergoeding over het jaar 2023.
Rechtsvraag
Heeft [gedaagde] de betalingsverplichting voor het kalenderjaar 2023 geschonden en is de overeenkomst tussen CCV en [gedaagde] geldig ontbonden per 31 december 2023?
Regel
- art. 6:119a BW (Wettelijke handelsrente bij handelsovereenkomsten)
- Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (Regels voor vergoeding van incassokosten)
Toepassing
- art. 6:119a BW (Wettelijke handelsrente bij handelsovereenkomsten) De rechter oordeelt dat de wettelijke handelsrente verschuldigd is vanaf 5 mei 2023, veertien dagen na de aanmaning van 20 april 2023. De rechter vindt dat het feit dat de aanmaning in de spambox van [gedaagde] is terechtgekomen, voor haar risico moet blijven, aangezien zij al 22 jaar diensten van CCV afneemt en bekend is met het jaarlijkse factuurproces.
- Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (Regels voor vergoeding van incassokosten) CCV heeft voldoende aangetoond dat er buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Daarom heeft CCV recht op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 43,02.
Conclusie
De rechter verklaart dat de overeenkomst tussen CCV en [gedaagde] is ontbonden per 31 december 2023. [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van € 286,77 voor de jaarvergoeding 2023, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 5 mei 2023, en € 43,02 aan buitengerechtelijke incassokosten. Daarnaast moet [gedaagde] de proceskosten van € 443,55 betalen.
Partijen en standpunten
- Eiser: CCV GROUP B.V.
- Gedaagde: [gedaagde]
CCV vordert betaling van € 286,77 voor het jaar 2023, vermeerderd met wettelijke handelsrente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Daarnaast vordert CCV de ontbinding van de overeenkomst wegens niet-nakoming van de betalingsverplichting door [gedaagde].
[gedaagde] stelt dat zij de overeenkomst eind 2022 telefonisch heeft opgezegd en dat er sprake is van ontbinding vanwege een prijsverhoging van 10,3%. Verder voert zij aan dat zij de factuur en aanmaning niet heeft ontvangen omdat deze in de spambox terecht zijn gekomen.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 20-04-2023 CCV verstuurt een aanmaning met factuur naar het mailadres van [gedaagde] voor de vergoeding van het jaar 2023 ter hoogte van € 286,77.
- 05-05-2023 [gedaagde] heeft de factuur niet betaald binnen de redelijke termijn van veertien dagen na ontvangst van de aanmaning op 20 april 2023, waardoor verzuim is ingetreden.
- Onbekend [eind 2022] [gedaagde] stelt dat zij eind 2022 telefonisch de overeenkomst met CCV heeft opgezegd. Dit wordt echter betwist door CCV en kan niet worden bewezen door [gedaagde].
- Onbekend [datum niet gespecificeerd] CCV brengt een dagvaarding uit tegen [gedaagde] voor de kantonrechter te Enschede, waarin zij betaling vordert van de openstaande factuur van € 286,77, vermeerderd met wettelijke handelsrente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.
- Onbekend [datum niet gespecificeerd] [gedaagde] dient een conclusie van antwoord in, waarin zij aanvoert dat zij de overeenkomst eind 2022 heeft opgezegd en dat zij de factuur of aanmaning niet heeft ontvangen omdat deze in de spambox terecht is gekomen.
- Onbekend [datum niet gespecificeerd] CCV dient een conclusie van repliek in, waarin zij haar vorderingen handhaaft en betwist dat de overeenkomst is opgezegd of ontbonden.
- Onbekend [datum niet gespecificeerd] [gedaagde] dient een conclusie van dupliek in, waarin zij haar verweer herhaalt dat de overeenkomst is opgezegd en dat de aanmaning niet is ontvangen.
- 12-03-2024 De kantonrechter te Enschede doet uitspraak en wijst de vorderingen van CCV toe. De rechter oordeelt dat [gedaagde] de jaarvergoeding verschuldigd is en veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 286,77, vermeerderd met wettelijke handelsrente vanaf 5 mei 2023, € 43,02 aan buitengerechtelijke incassokosten, en € 443,55 aan proceskosten. De overeenkomst wordt ontbonden per 31 december 2023.