Evenredigheidsbeginsel vereist bij vaststellings- en terugvorderingsbesluiten kinderopvangtoeslag.
De rechtbank Overijssel oordeelt dat de Staat onrechtmatig handelde tegen twee gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire. De Staat hield bij de vaststellingsbesluiten en de terugvorderingsbesluiten over de jaren 2008 tot en met 2015 geen rekening met het evenredigheidsbeginsel. De Staat is aansprakelijk voor de schade die daardoor voor de twee gedupeerde ouders ontstond. De rechtbank wijst de vordering over 2005 en 2006 af. De twee ouders stelden de Staat aansprakelijk voor schade die zij zouden hebben geleden door vaststellings- en terugvorderingsbesluiten met betrekking tot de kinderopvangtoeslag in de periode 2008 tot en met 2015. De rechtbank is van oordeel dat de twee ouders voldoende hebben onderbouwd dat in die besluitvorming tegen hen onvoldoende rekening is gehouden met de gevolgen die deze besluitvorming voor hen had. Van de Staat had – ten minste – verwacht mogen worden dat hij inzichtelijk had gemaakt op welke wijze hij met de gevolgen van zijn besluitvorming voor de ouders rekening had gehouden. Dit heeft de Staat echter nagelaten. Dit is in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Als gevolg van de rechtspraak van de hoogste bestuursrechter, vond er tot 23 oktober 2019 geen evenredigheidstoets van die besluiten plaats. Er is geen sprake van verjaring nu de ouders pas op zijn vroegst vanaf 23 oktober 2019 hadden kunnen weten dat in deze besluitvorming ten onrechte geen rekening is gehouden met het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank passeert verder de ontvankelijkheidsverweren van de Staat en het verweer dat de ouders geen belang hebben bij hun vordering. Daarbij overweegt de rechtbank onder meer dat de rechtsgang bij de bestuursrechter onvoldoende rechtsbescherming bood, zodat deze ouders bij de civiele rechter alsnog om rechtsbescherming kunnen vragen. De rechtbank wijst de vordering over de jaren 2005 en 2006 af. Volgens de ouders zou de Staat ten onrechte geen besluit hebben genomen op aanvragen voor kinderopvangtoeslag over deze jaren. De rechtbank oordeelt dat het enkele niet (tijdig) nemen van een besluit als zodanig nog geen onrechtmatig handelen oplevert. De ouders hebben daarnaast onvoldoende bijkomende omstandigheden gesteld die het niet tijdig beslissen onrechtmatig zouden kunnen maken.
Rechtsvraag
Is de Staat der Nederlanden aansprakelijk voor onrechtmatig handelen jegens eisers door het nemen van vaststellings- en terugvorderingsbesluiten met betrekking tot kinderopvangtoeslag over de periode 2008 tot en met 2015, en het niet nemen van een besluit over aanvragen voor kinderopvangtoeslag over de jaren 2005 en 2006?
Regel
- art. 3:4, Awb (evenredigheidsbeginsel)
- art. 3:310, BW (verjaringstermijn van vijf jaar)
- art. 1 Eerste Protocol, EVRM (bescherming eigendom)
- art. 8 EVRM (recht op eerbiediging van privé- en gezinsleven)
Toepassing
- art. 3:4, Awb (evenredigheidsbeginsel) De rechtbank oordeelt dat de Staat bij de besluitvorming over de kinderopvangtoeslag niet aan het evenredigheidsbeginsel heeft voldaan. De besluiten zijn genomen zonder rekening te houden met de belangen van de eisers, wat leidde tot disproportionele nadelige gevolgen. Dit werd niet betwist door de Staat, en er is geen bewijs dat er een evenredigheidsafweging heeft plaatsgevonden. Dit maakt de besluiten onrechtmatig. [Rechtsoverwegingen 4.50-4.53]
- art. 3:310, BW (verjaringstermijn van vijf jaar) De rechtbank stelt dat de verjaringstermijn pas is gaan lopen vanaf 23 oktober 2019, toen de ABRvS haar rechtspraak wijzigde en erkende dat de besluiten onevenredig waren. Eisers konden pas vanaf dat moment weten dat de besluiten mogelijk onrechtmatig waren. Daarom zijn de vorderingen van eisers niet verjaard. [Rechtsoverwegingen 4.39]
- art. 1 Eerste Protocol, EVRM (bescherming eigendom) De rechtbank overweegt dat de voorschotten op kinderopvangtoeslag, voor zover besteed aan kinderopvang conform de Wko, als eigendom kunnen worden gezien. Bij terugvorderingen had een evenredigheidsafweging moeten plaatsvinden. Dit zal in een eventuele opvolgende schadeprocedure worden beoordeeld. [Rechtsoverwegingen 4.58]
- art. 8 EVRM (recht op eerbiediging van privé- en gezinsleven) De toepassing van artikel 8 EVRM is niet expliciet beoordeeld in de uitspraak, maar de rechtbank erkent dat de gevolgen van de besluiten voor eisers ernstig waren. Dit aspect zal worden meegenomen in eventuele schadeprocedures. [Rechtsoverwegingen 4.58]
Conclusie
De rechtbank concludeert dat de Staat jegens eisers onrechtmatig heeft gehandeld door bij de vaststellings- en terugvorderingsbesluiten over de jaren 2008 tot en met 2015 geen rekening te houden met het evenredigheidsbeginsel. De Staat is aansprakelijk voor de schade die hierdoor voor eisers is ontstaan. De vordering met betrekking tot de jaren 2005 en 2006 wordt afgewezen omdat er geen bijkomende omstandigheden zijn die het uitblijven van een besluit onrechtmatig maken. De vorderingen van eisers zijn niet verjaard.
Partijen en standpunten
- Eiser: [eiser 1], [eiser 2]
- Gedaagde: De Staat der Nederlanden (Ministerie van Algemene Zaken en het Ministerie van Financiën)
Eisers stellen de Staat aansprakelijk voor onrechtmatige vaststellings- en terugvorderingsbesluiten kinderopvangtoeslag (2008-2015) en het niet beslissen op aanvragen (2005-2006). Zij vorderen een verklaring voor recht dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld.
De Staat betwist de onrechtmatigheid en stelt dat de besluiten formele rechtskracht hebben. Eisers zijn niet-ontvankelijk omdat zij de bestuursrechtelijke procedure hadden kunnen doorlopen en de vorderingen zijn verjaard.
Wetsartikelen
- art. 6 EVRM
- art. 3:4 Awb
- art. 8 EVRM
- art. 3:3:310 lid 1 BW
- art. 3:2 Awb
- art. 6:6:119 BW
Tijdlijn
- 02-02-2022 Eisers stellen de Staat aansprakelijk voor schade door vaststellings- en terugvorderingsbesluiten kinderopvangtoeslag 2008-2015 en niet nemen van beslissingen 2005-2006.
- 07-03-2022 Ministerie van Financiën wijst namens de Staat de aansprakelijkstelling van de eisers af.
- 02-11-2022 Rechtbank Almelo geeft een tussenvonnis in de zaak van de eisers tegen de Staat.
- 22-02-2023 Eisers sturen per e-mail agendapunten voor de zitting.
- 15-03-2023 Tijdens de zitting worden pleitnotities voorgedragen door advocaten van beide partijen en een bijlage door eisers.
- 25-04-2023 Rechtbank verklaart dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld door geen rekening te houden met het evenredigheidsbeginsel bij vaststellings- en terugvorderingsbesluiten over de jaren 2008-2015.
- 26-02-2010 Eisers ontvangen voorschot kinderopvangtoeslag 2008 dat op nihil wordt gesteld.
- 17-08-2011 Het voorschot voor 2008 wordt teruggevorderd.
- 01-04-2011 Voorschot kinderopvangtoeslag 2009 wordt op nihil gesteld.
- 20-04-2011 Het voorschot voor 2009 wordt teruggevorderd.
- 04-12-2009 Voorschot kinderopvangtoeslag 2010 toegekend, later aangevuld.
- 16-04-2014 Kinderopvangtoeslag 2011 vastgesteld, eisers moeten bedrag terugbetalen.