Bezitsverkrijging door natrekking of verjaring prevaleert boven een betwiste schenking.
Op 8 juni 1968 is bedoeld een beeldhouwwerk aan de gemeenschap van Boekelo te schenken. Het beeldhouwwerk heeft de schenker op haar eigen perceel geplaatst. Gedaagde is in 2011 eigenaar geworden van het perceel en is van plan het beeldhouwwerk te laten veilen. Gemeente Enschede stelt dat zij eigenaar is van het beeldhouwwerk en vordert afgifte daarvan. De voorzieningenrechter wijst de vordering(en) van Gemeente Enschede af. De voorzieningenrechter is van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat niet Gemeente Enschede, maar gedaagde (inmiddels) โ door natrekking dan wel door verjaring โ eigenaar is van het beeldhouwwerk.
Rechtsvraag
Is Gemeente Enschede op dit moment eigenaar van het beeldhouwwerk 'Le grand couple' en kan zij de teruggave van het beeldhouwwerk vorderen?
Regel
- Art. 5:20 lid 1 sub e BW (Natrekking van onroerende zaken)
- Art. 3:99 BW (Verjaring van roerende zaken)
- Art. 3:118 lid 3 BW (Bezitsdaden voor verjaring)
- Art. 3:99 lid 1 jo art. 3:112 BW jo art. 3:118 BW (Verjaring en goede trouw)
Toepassing
- Art. 5:20 lid 1 sub e BW (Natrekking van onroerende zaken) De voorzieningenrechter acht het voldoende aannemelijk dat [gedaagde] door natrekking eigenaar is geworden van het beeldhouwwerk. Het beeldhouwwerk was verenigd met de grond via een betonnen fundering en stalen wapeningsdraden. Deze duurzame vereniging en het feit dat het beeldhouwwerk sinds 1968 op dezelfde plek heeft gestaan, tonen aan dat het beeldhouwwerk naar aard en inrichting bestemd was om duurzaam ter plaatse te blijven (Rechtsoverweging 6.6-6.7).
- Art. 3:99 BW (Verjaring van roerende zaken) Indien het beeldhouwwerk als roerende zaak wordt beschouwd, is [gedaagde] door verjaring eigenaar geworden. [gedaagde] heeft het perceel met het beeldhouwwerk in 2011 verkregen en heeft sindsdien onderhoud gepleegd, wat als bezitshandelingen wordt aangemerkt. Aangezien [gedaagde] meer dan drie jaar in bezit was en te goeder trouw was, is hij door verjaring eigenaar geworden (Rechtsoverweging 6.9-6.12).
- Art. 3:118 lid 3 BW (Bezitsdaden voor verjaring) De voorzieningenrechter acht het voldoende aannemelijk dat de onderhoudswerkzaamheden door [gedaagde], zoals het schoonmaken en onderhouden van de bestrating rondom het beeldhouwwerk, als bezitshandelingen worden gezien. Deze handelingen ondersteunen de verjaringstermijn vanaf 2011 (Rechtsoverweging 6.11).
- Art. 3:99 lid 1 jo art. 3:112 BW jo art. 3:118 BW (Verjaring en goede trouw) Op grond van de wet wordt [gedaagde] te goeder trouw beschouwd, tenzij het tegendeel wordt bewezen. Gemeente Enschede heeft niet gesteld dat [gedaagde] niet te goeder trouw was, waardoor de verjaringstermijn van drie jaar van toepassing is en [gedaagde] door verjaring eigenaar is geworden (Rechtsoverweging 6.12).
Conclusie
De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van Gemeente Enschede af, omdat het voldoende aannemelijk is dat [gedaagde] door natrekking of verjaring eigenaar is geworden van het beeldhouwwerk. Gemeente Enschede kan daarom de teruggave van het beeldhouwwerk niet vorderen.
Partijen en standpunten
- Eiser: Gemeente Enschede
- Gedaagde: [gedaagde]
Gemeente Enschede vordert de afgifte van het beeldhouwwerk, stellende dat het in 1968 aan de gemeenschap van Boekelo is geschonken en daarmee aan haar.
[gedaagde] betwist de rechtsgeldige schenking aan Gemeente Enschede en stelt dat hij door natrekking, levering of verjaring eigenaar is geworden van het beeldhouwwerk.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 08-06-1968 De Koninklijke Nederlandse Zoutindustrie (KNZ) schenkt een beeldhouwwerk aan de gemeenschap van Boekelo en plaatst het op haar eigen perceel aan de Oude Deldenerweg 203 in Boekelo, gemeente Enschede.
- 2011 [gedaagde] wordt eigenaar van het perceel waarop het beeldhouwwerk staat.
- 23-11-2022 [gedaagde] plant het beeldhouwwerk te veilen bij een veilinghuis in Parijs. De veiling staat open van 23 november 2022 tot 6 december 2022.
- 16-11-2022 De advocaat van Gemeente Enschede stuurt een e-mail met productie 9 en Gemeente Enschede dagvaardt [gedaagde] met producties 1 tot en met 8.
- 16-11-2022 De advocaat van [gedaagde] stuurt een brief met producties 1 tot en met 9.
- 17-11-2022 Er vindt een mondelinge behandeling plaats. Namens Gemeente Enschede zijn de heer [A], mevrouw [B], en de advocaten mr. J. Schutrups en mr. T.B. van Dreumel aanwezig. Namens [gedaagde] zijn [gedaagde] en zijn advocaat mr. F. Kolkman aanwezig. De advocaat van [gedaagde] overlegt pleitaantekeningen.
- 01-12-2022 De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van Gemeente Enschede af. De voorzieningenrechter oordeelt dat het aannemelijk is dat [gedaagde] door natrekking of verjaring eigenaar is geworden van het beeldhouwwerk. Gemeente Enschede wordt veroordeeld in de proceskosten van [gedaagde].