Geen sanctie bij politiegebruik onder vrijstelling RVV 1990.

Rechtbank Overijssel · 2 juni 2016 · Eerste aanleg - enkelvoudig · Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht

Beroep van een politieambtenaar tegen een aan de “Politie” opgelegde sanctie wegens een snelheidsovertreding. Het kenteken stond geregistreerd op naam van de “Politie”. Intern stond de politieambtenaar als gebruiker van het voertuig geregistreerd en de sanctie is van zijn salaris ingehouden. Variant van ECLI:NL:RBOVE:2016:1061, waarbij het een door de politie geleasete auto betrof. De kantonrechter gaat ervanuit dat de politieambtenaar voldoende gemachtigd is. Op grond van de vrijstelling op grond van artikel 147 WVW 1994 mocht geen sanctie worden opgelegd.

Rechtsvraag

Is de opgelegde sanctie voor de overschrijding van de maximumsnelheid door een politievoertuig binnen de bebouwde kom geldig, gezien de vrijstellingen die mogelijk van toepassing zijn op politievoertuigen?

Regel

  • Art. 147, Wegenverkeerswet 1994 (Bepaalt dat de minister vrijstelling kan verlenen voor het gebruik van de weg ten behoeve van openbare diensten.)
  • Beschikking van 21 januari 2013, RWS-2013/3317 (Verleent vrijstelling aan de politie van bepalingen van het RVV 1990 voor de uitvoering van hun taken.)

Toepassing

  • Art. 147, Wegenverkeerswet 1994 (Bepaalt dat de minister vrijstelling kan verlenen voor het gebruik van de weg ten behoeve van openbare diensten.) De kantonrechter stelde vast dat de politie een openbare dienst is zoals bedoeld in artikel 147 van de Wegenverkeerswet 1994. Daarom kan er een vrijstelling van toepassing zijn op politievoertuigen voor overschrijdingen van het RVV 1990, mits deze voertuigen worden gebruikt voor dienstdoeleinden. In deze zaak was het kenteken op naam van de politie geregistreerd en werd het voertuig uitsluitend voor dienstdoeleinden gebruikt.
  • Beschikking van 21 januari 2013, RWS-2013/3317 (Verleent vrijstelling aan de politie van bepalingen van het RVV 1990 voor de uitvoering van hun taken.) De kantonrechter verwees naar de beschikking die de politie vrijstelling verleent van de bepalingen van het RVV 1990. De gemachtigde heeft aangevoerd dat het voertuig uitsluitend voor dienstdoeleinden werd gebruikt. De kantonrechter achtte dit aannemelijk, mede gezien de verklaring dat het voertuig niet voor privédoeleinden werd gebruikt en het kenteken op naam van de politie stond. Hierdoor viel de gedraging onder de vrijstelling, wat betekent dat er geen sanctie had mogen worden opgelegd.

Conclusie

De kantonrechter verklaarde het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigde zowel de beslissing als de opgelegde sanctie. De gestelde zekerheid zal worden terugbetaald aan betrokkene. De sanctie was ongeldig omdat de gedraging onder de vrijstelling viel die van toepassing is op politievoertuigen voor dienstdoeleinden.

Partijen en standpunten

  • Eiser: Politie te Enschede
  • Gedaagde: Officier van Justitie

De eiser betwist de geldigheid van de sanctie omdat de flitscamera niet elke vier weken werd gecontroleerd, zoals vereist.

De officier van justitie verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een machtiging voor de politieambtenaar om op te treden.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 10-07-2015 Betrokkene pleegt een verkeersovertreding door de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom met 6 km/h te overschrijden in de gemeente Enschede.
  2. Onbekend Een sanctie van € 39,-- vermeerderd met € 7,-- administratiekosten wordt opgelegd aan betrokkene voor de overtreding.
  3. Onbekend Betrokkene dient administratief beroep in, stellende dat de flitscamera niet elke vier weken geschouwd is, waardoor de vaststelling ongeldig zou zijn.
  4. Onbekend De officier van justitie vraagt om een machtiging voor de gemachtigde van betrokkene, ontvangt geen reactie en verklaart daarop het beroep niet-ontvankelijk.
  5. Onbekend Betrokkene gaat in beroep tegen de beslissing van de officier van justitie en herhaalt zijn eerdere standpunt over de flitscamera.
  6. Onbekend De officier van justitie voegt foto's van de gedraging toe aan het dossier.
  7. 02-06-2016 De zitting wordt gehouden waar de kantonrechter, betrokkene en de officier van justitie aanwezig zijn. Discussie over gebruik van politievoertuig en machtiging voor vertegenwoordiging.
  8. 02-06-2016 De kantonrechter verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond vanwege voldoende aangetoonde machtiging en vernietigt de sanctie wegens de vrijstelling voor politievoertuigen.
  9. 02-06-2016 De kantonrechter bepaalt dat de zekerheid die door betrokkene is gesteld, wordt terugbetaald en verklaart dat tegen deze beslissing geen rechtsmiddel openstaat.