Milieuvergunning vóór 2009 zonder Habitatrichtlijntoets biedt geen vrijstelling natuurvergunning.

Rechtbank Oost-Brabant · 24 maart 2025 · Eerste aanleg - meervoudig · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht

De zaak gaat over een composteringsbedrijf dat direct tegen het Natura 2000-gebied “Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen” ligt en mede daardoor een zeer hoge stikstofdepositie op het gebied veroorzaakt van meer dan 400 mol/ha/jr. Het bedrijf is al jarenlang in werking met de daarvoor verleende milieuvergunningen maar beschikt niet over een natuurvergunning. De vraag is of het bedrijf rechten kan ontlenen aan een milieuvergunning uit 2002. Dat is volgens de rechtbank niet het geval en de rechtbank heeft hiervoor meerdere redenen. Het college zal een nieuw besluit moeten gaan nemen op het handhavingsverzoek.

Rechtsvraag

De centrale juridische vraag is of het composteringsbedrijf in strijd handelt met artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming (Wnb) door te opereren zonder de vereiste natuurvergunning.

Regel

  • art. 2.7, lid 2, Wnb (verbod op projecten zonder vergunning die significante gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden)
  • art. 9.4, lid 8, Wnb (uitzondering op vergunningplicht voor bepaalde projecten voor 1 februari 2009 met inachtneming van de Habitatrichtlijn)
  • art. 6, lid 2, 3 en 4, Habitatrichtlijn (bescherming van Natura 2000-gebieden tegen schadelijke plannen of projecten)

Toepassing

  • art. 2.7, lid 2, Wnb (verbod op projecten zonder vergunning die significante gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden) De rechtbank concludeert dat het bedrijf een natuurvergunning nodig heeft omdat het significante stikstofdepositie veroorzaakt op het Natura 2000-gebied, en dat de uitzondering van artikel 9.4, lid 8, van de Wnb niet van toepassing is. Dit betekent dat de verplichting voor een natuurvergunning blijft gelden.
  • art. 9.4, lid 8, Wnb (uitzondering op vergunningplicht voor bepaalde projecten voor 1 februari 2009 met inachtneming van de Habitatrichtlijn) De rechtbank oordeelt dat de milieuvergunning uit 2002 niet voldoet aan de vereisten van artikel 6, leden 2, 3 en 4 van de Habitatrichtlijn. Er is onvoldoende bewijs dat de milieuvergunning met inachtneming van deze vereisten is verleend. Daarnaast is de vergunning uit 2002 verlopen en kan niet dienen als referentiesituatie voor het huidige project.
  • art. 6, lid 2, 3 en 4, Habitatrichtlijn (bescherming van Natura 2000-gebieden tegen schadelijke plannen of projecten) De rechtbank stelt vast dat de milieuvergunning uit 2002 niet met inachtneming van deze vereisten is verleend, omdat er geen passende beoordeling is gedaan van de stikstofdepositie en de impact op de beschermde gebieden.

Conclusie

Het college heeft het verzoek om handhaving ten onrechte afgewezen aangezien het bedrijf een natuurvergunning nodig heeft en daar niet over beschikt. Het besluit van het college wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.

Tijdlijn

  1. 06-12-1994 Het college verleende een vergunning op grond van de voormalige Afvalstoffenwet voor een composteerinrichting met een capaciteit van 20.000 ton groenafval per jaar.
  2. 29-08-2002 Het college verleende een revisievergunning op grond van de Wet milieubeheer voor het composteren en opslaan van 56.500 ton groenafval per jaar, inclusief andere activiteiten.
  3. 07-12-2004 Het Natura 2000-gebied 'Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen' werd door de Europese Commissie op de lijst van gebieden van communautair belang geplaatst.
  4. 25-04-2013 Het Natura 2000-gebied werd aangewezen als speciale beschermingszone.
  5. 10-01-2012 Het college verleende een revisievergunning voor het composteren en opslaan van maximaal 80.000 ton groenafval per jaar.
  6. 29-01-2019 Derde-partij vroeg een vergunning aan onder artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming.
  7. 29-09-2020 Het college weigerde de vergunning omdat niet kon worden uitgesloten dat de activiteit significante gevolgen kon hebben voor Natura 2000-gebieden.
  8. 10-05-2021 Derde-partij vroeg een veranderingsvergunning aan voor onder andere de bouw van een loods en veranderde compostering.
  9. 05-12-2022 Het college wees het verzoek van derde-partij om de hardheidsclausule toe te passen af, omdat derde-partij al over een natuurtoestemming beschikte.
  10. 10-01-2023 Eiseres vroeg het college om handhavend op te treden tegen derde-partij wegens ontbreken van een natuurvergunning.
  11. 02-06-2023 Het college wees het verzoek van eiseres om handhaving af.
  12. 15-02-2024 Het college bleef bij de afwijzing van de aanvraag van eiseres na bezwaar.