Bijstand ingetrokken bij detentie; terugvordering vereist belangenafweging en motivering.
Participatiewet; intrekking en terugvordering vanwege detentie. Gebonden uitsluitingsbepaling in formele wet; beroep op contra-legemtoepassing van het evenredigheidsbeginsel. Onderscheid algemene en bijzondere bijstand. Evenredigheid van de discretionaire terugvordering. Beroep gegrond.
Rechtsvraag
De centrale juridische vraag is of het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven terecht het recht op algemene en bijzondere bijstand van eiser heeft ingetrokken gedurende zijn detentie en of de terugvordering van de bijzondere bijstand over de periode 7 april 2021 tot 30 april 2021 correct is geweest.
Regel
- art. 13, lid 1, onder a, Participatiewet (Pw) (Geen recht op bijstand tijdens detentie)
- art. 16, lid 1, Participatiewet (Pw) (Bijstandsverlening bij zeer dringende redenen)
- art. 58, lid 2, onder a, Participatiewet (Pw) (Discretionaire bevoegdheid tot terugvordering bijstand)
- art. 3:4, lid 2, Algemene wet bestuursrecht (Awb) (Evenredigheidsbeginsel en belangenafweging)
- art. 7:11, Algemene wet bestuursrecht (Awb) (Volledige heroverweging in bezwaar)
- art. 7:12, Algemene wet bestuursrecht (Awb) (Motiveringsplicht bij besluiten)
Toepassing
- art. 13, lid 1, onder a, Participatiewet (Pw) (Geen recht op bijstand tijdens detentie) De rechtbank stelt vast dat eiser gedurende de gehele periode van 7 april 2021 tot 26 mei 2021 in detentie verbleef, waardoor er volgens de wet geen recht op bijstand bestaat. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State en het College van Beroep voor het bedrijfsleven, die bevestigen dat er geen ruimte is voor toetsing aan het evenredigheidsbeginsel bij dwingende wetsbepalingen. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die de toepassing van deze regel in strijd doen zijn met algemene rechtsbeginselen. (Rechtsoverwegingen 13-16)
- art. 16, lid 1, Participatiewet (Pw) (Bijstandsverlening bij zeer dringende redenen) Verweerder heeft terecht gesteld dat er geen sprake is van een acute noodsituatie die bijstandsverlening onvermijdelijk maakt. Tijdens de detentie werd eiser voorzien in zijn levensonderhoud door het detentiecentrum, en er zijn geen ernstige gevolgen voor de gezondheid van eiser aangevoerd. (Rechtsoverwegingen 29-30)
- art. 58, lid 2, onder a, Participatiewet (Pw) (Discretionaire bevoegdheid tot terugvordering bijstand) Verweerder heeft geen inhoudelijke motivering gegeven voor het gebruik van zijn discretionaire bevoegdheid tot terugvordering van de bijzondere bijstand. Er is geen gedegen belangenafweging gemaakt tussen het belang van eiser en het doel van terugvordering. Het besluit tot terugvordering is daarom vernietigd. (Rechtsoverwegingen 31-39)
- art. 3:4, lid 2, Algemene wet bestuursrecht (Awb) (Evenredigheidsbeginsel en belangenafweging) De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van ernstige onevenwichtigheid door de uitsluiting van bijzondere bijstand gedurende de detentieperiode, waardoor er geen grond is om de dwingende wetsbepaling buiten toepassing te laten. (Rechtsoverwegingen 18-21)
- art. 7:11, Algemene wet bestuursrecht (Awb) (Volledige heroverweging in bezwaar) Verweerder heeft in het bestreden besluit nagelaten om volledig te reageren op de bezwaren van eiser, met name wat betreft de tijdelijke uitsluiting van bijstand en de intrekking zonder onderscheid tussen algemene en bijzondere bijstand. Dit vormt een schending van de verplichting tot volledige heroverweging. (Rechtsoverwegingen 28, 40)
- art. 7:12, Algemene wet bestuursrecht (Awb) (Motiveringsplicht bij besluiten) Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom gebruik is gemaakt van de discretionaire bevoegdheid tot terugvordering. Er is geen adequate belangenafweging gemaakt, waardoor het besluit niet voldoet aan de motiveringsplicht. (Rechtsoverwegingen 34-38)
Conclusie
De rechtbank verklaart het beroep van eiser gegrond wat betreft de terugvordering van de bijzondere bijstand over de periode 7 april 2021 tot 30 april 2021. Het bestreden besluit wordt in zoverre vernietigd, en verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen met een deugdelijke motivering voor de terugvordering. Het besluit tot intrekking van de bijstand blijft in stand, aangezien de dwingende wetsbepalingen correct zijn toegepast en er geen sprake is van zeer dringende redenen voor bijstandsverlening tijdens detentie.
Partijen en standpunten
- Eiser: [Naam van de eiser]
- Gedaagde: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven
Eiser stelt dat de intrekking van bijstand niet evenredig is en onvoldoende gemotiveerd. Hij vindt dat een tijdelijke uitsluiting mogelijk was gezien de tijdelijke detentie, en dat de beleidsregels van de gemeente niet goed zijn toegepast. Het onderscheid tussen algemene en bijzondere bijstand is niet gemaakt, en eiser stelt dat de intrekking van de bijzondere bijstand onevenredig zwaar is gezien de doorlopende kosten van bewindvoering.
Gedaagde stelt dat volgens artikel 13 van de Participatiewet iemand in detentie geen recht heeft op bijstand, en dat er geen dringende redenen zijn om hiervan af te wijken. De intrekking is volgens gedaagde terecht en noodzakelijk gezien de detentie van eiser.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 18-12-2020 Verweerder heeft eiser algemene bijstand toegekend.
- 29-04-2021 Verweerder heeft eiser bijzondere bijstand toegekend voor de maandelijkse kosten van bewindvoering.
- 22-04-2021 De bewindvoerder van eiser heeft verweerder geรฏnformeerd dat eiser in detentie verblijft.
- 28-04-2021 Verweerder heeft eiser om nadere informatie gevraagd over het verblijf in detentie.
- 26-05-2021 Verweerder heeft het besluit genomen om de bijstand van eiser per 7 april 2021 in te trekken en de bijstand van 7 april 2021 tot 21 april 2021 terug te vorderen voor โฌ 123,90.
- 31-10-2022 Verweerder heeft het bezwaar van eiser tegen het besluit van 26 mei 2021 ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.
- 29-06-2023 De rechtbank heeft het beroep op zitting behandeld. De gemachtigden van partijen zijn verschenen.
- 31-08-2023 De rechtbank heeft een brief gestuurd aan verweerder met het verzoek om een reactie.
- 28-09-2023 Verweerder heeft gereageerd en aangegeven dat een minnelijke oplossing niet is gelukt.
- 26-01-2024 De rechtbank heeft aan partijen gevraagd om toestemming om de zaak zonder nadere zitting af te doen.
- 06-02-2024 Eiser heeft aangegeven dat hij geen toestemming geeft en de zaak op een nadere zitting wil bespreken.
- 16-05-2024 De rechtbank heeft de zaak op een nadere zitting behandeld. De gemachtigden van partijen zijn verschenen.