Bestuurder aansprakelijk voor faillissementsschulden bij kennelijk onbehoorlijk bestuur en schending administratieplicht.
aansprakelijkheid bestuurder wegens het niet uitvoeren van bestuurswerkzaamheden
Rechtsvraag
Heeft [gedaagde] zijn taak als bestuurder van Flex Groep Brabant B.V. onbehoorlijk vervuld, waardoor hij aansprakelijk is voor het faillissement van de vennootschap en de schulden die niet door vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan?
Regel
- art. 2:248 lid 6 BW (Bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement)
- art. 106a Fw (Overtreding van administratieplicht)
- art. 106b lid 5 Fw (Dwangsom bij overtreding bestuursverbod)
Toepassing
- art. 2:248 lid 6 BW (Bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement) De rechtbank oordeelt dat [gedaagde] binnen drie jaar vóór het faillissementsvonnis bestuurder is geweest van de vennootschap en zijn bestuurstaken niet naar behoren heeft uitgevoerd. Dit levert kennelijk onbehoorlijk bestuur op. [gedaagde] heeft geen administratie bijgehouden en heeft geen controle uitgeoefend over de financiële gang van zaken binnen de vennootschap. Dit blijkt uit het gebrek aan administratie en de vele schulden die de curator heeft aangetroffen (Rechtsoverweging 4.1, 4.2).
- art. 106a Fw (Overtreding van administratieplicht) De rechtbank stelt vast dat [gedaagde] zijn verplichting om een deugdelijke administratie te voeren heeft geschonden. Dit blijkt uit het feit dat de curator ondanks verzoeken geen administratie heeft aangetroffen. De overdracht van de administratie aan [B] ontslaat [gedaagde] niet van zijn verantwoordelijkheid als bestuurder (Rechtsoverweging 2.1.e, 4.2.f).
- art. 106b lid 5 Fw (Dwangsom bij overtreding bestuursverbod) De rechtbank legt [gedaagde] een bestuursverbod op voor de duur van vijf jaren vanwege kennelijk onbehoorlijk bestuur en de schending van de administratieplicht. Dit bestuursverbod wordt versterkt met een dwangsom van € 500 per dag, tot een maximum van € 50.000, indien [gedaagde] het verbod overtreedt (Rechtsoverweging 5.3.c).
Conclusie
De rechtbank concludeert dat [gedaagde] zijn taak als bestuurder van Flex Groep Brabant B.V. onbehoorlijk heeft vervuld en dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement van de vennootschap. [gedaagde] is daarom aansprakelijk voor de schulden van de vennootschap voor zover deze niet door vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan. Daarnaast legt de rechtbank een bestuursverbod en een dwangsom op aan [gedaagde].
Partijen en standpunten
- Eiser: mr. Roelof Gerrit Frans Lammers q.q., curator in het faillissement van Flex Groep Brabant B.V.
- Gedaagde: [gedaagde]
De curator beweert dat [gedaagde] zijn taak als bestuurder onbehoorlijk heeft vervuld, wat een belangrijke oorzaak is van het faillissement van de vennootschap. De curator vordert primair aansprakelijkheid van [gedaagde] voor de schulden van de vennootschap en een voorschot van € 50.000. Subsidiair vordert de curator schadevergoeding voor onrechtmatig handelen jegens de crediteuren van de vennootschap. Daarnaast vordert de curator een civielrechtelijk bestuursverbod van vijf jaren en de proceskosten.
[gedaagde] stelt dat hij nooit feitelijk bestuurder was, maar slechts een vriendendienst verleende aan [A], die de onderneming bestuurde. Hij beweert dat [A] toezegde alle betalingen te doen en dat hij de administratie heeft overgedragen aan [B], die de bedrijfsactiviteiten voortzette. [gedaagde] vindt dat de vorderingen moeten worden afgewezen.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 26-02-2019 [gedaagde] koopt aandelen in Flex Groep Brabant B.V. van [A] voor € 10.000,00.
- 02-04-2019 De aandelen worden geleverd aan [gedaagde] en hij wordt ingeschreven als bestuurder bij de Kamer van Koophandel.
- 30-04-2020 [gedaagde] wordt uitgeschreven als bestuurder en [B] wordt ingeschreven als nieuwe bestuurder bij de Kamer van Koophandel.
- 01-2021 De vennootschap Flex Groep Brabant B.V. wordt failliet verklaard en de curator wordt benoemd.
- 01-09-2021 De rechtbank Overijssel legt aan [B] een bestuursverbod op voor de duur van vijf jaar.
- 12-06-2024 De rechtbank Oost-Brabant wijst de vorderingen van de curator toe en verklaart voor recht dat [gedaagde] zijn taak als bestuurder onbehoorlijk heeft vervuld. [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van het gehele faillissementstekort en een voorschot van € 50.000,00. Daarnaast wordt aan [gedaagde] een civielrechtelijk bestuursverbod opgelegd voor de duur van vijf jaren en wordt hij veroordeeld in de proceskosten van € 8.589,04.