Verlenging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing vereist bij bedreigde ontwikkeling minderjarige.
Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging uithuisplaatsing. Slachtoffer toeslagenaffaire Belastingdienst
Rechtsvraag
Moet de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige worden verlengd voor de duur van een jaar?
Regel
- art. 1:255 BW (ondertoezichtstelling, indien een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd)
- art. 1:260 BW (duur en verlenging van de ondertoezichtstelling)
- art. 1:265c lid 2 BW (machtiging tot uithuisplaatsing, indien noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige)
Toepassing
- art. 1:255 BW (ondertoezichtstelling, indien een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd) De kinderrechter acht de ondertoezichtstelling van de minderjarige nog steeds nodig omdat hij ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Er is sprake van complexe problematiek zoals posttraumatische stressstoornis, een disharmonisch intelligentieprofiel, onveilige hechting en een expressieve taalstoornis. Daarnaast zijn er zorgen over de contactmomenten met zijn moeder, die soms escaleren. De rechter concludeert dat zonder ondertoezichtstelling de bedreigingen in de ontwikkeling niet kunnen worden weggenomen. [Rechtsoverwegingen: Beoordeling verlenging ondertoezichtstelling]
- art. 1:260 BW (duur en verlenging van de ondertoezichtstelling) De kinderrechter heeft de verwachting dat een termijn van een jaar nodig is om aan de gestelde doelen te werken. De samenwerking tussen de moeder en de GI is positief, maar de betrokkenheid van de GI blijft noodzakelijk om de juiste hulpverlening voort te zetten. [Rechtsoverwegingen: Beoordeling verlenging ondertoezichtstelling]
- art. 1:265c lid 2 BW (machtiging tot uithuisplaatsing, indien noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige) De machtiging tot uithuisplaatsing wordt noodzakelijk geacht omdat de minderjarige specialistische begeleiding nodig heeft die hij bij de huidige accommodatie krijgt. De thuissituatie bij de moeder was onhoudbaar door het gedrag van de minderjarige, en het is nog steeds niet mogelijk dat hij bij de moeder woont. De kinderrechter is het eens met de GI en de moeder dat de huidige woonomgeving het beste is voor de minderjarige. [Rechtsoverwegingen: Beoordeling verlenging machtiging tot uithuisplaatsing]
Conclusie
De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige voor de duur van een jaar, met ingang van 8 april 2023 tot 8 april 2024, omdat dit noodzakelijk is gezien de bedreigingen in de ontwikkeling van de minderjarige en zijn behoefte aan specialistische begeleiding.
Partijen en standpunten
- Eiser: Stichting Jeugdbescherming Brabant
- Gedaagde: [naam minderjarige]
De GI verzoekt de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige voor de duur van een jaar.
De moeder en de GI zijn het eens dat een goed plan voor de minderjarige moet worden gemaakt, maar de moeder vraagt zich af of zij zonder de gevolgen van de toeslagenaffaire wel de benodigde structuur en begeleiding had kunnen bieden.
Tijdlijn
- [datum 1] 2016 Het huwelijk tussen de vader en moeder van [minderjarige] is door echtscheiding ontbonden.
- 10-01-2019 Bij beschikking is [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 10 april 2019. Een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing werd verleend voor vier weken, tot 7 februari 2019.
- 21-01-2019 Een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] is verleend van 7 februari 2019 tot 10 april 2019.
- 08-04-2019 De ondertoezichtstelling van [minderjarige] is verlengd voor een jaar tot 8 april 2020. Daarnaast is een machtiging tot uithuisplaatsing verleend tot 8 april 2020. Deze maatregelen zijn daarna telkens verlengd, voor het laatst tot 8 april 2023.
- 18-03-2021 Het ouderlijk gezag van de vader over [minderjarige] en zijn broertje is beΓ«indigd; het gezag komt uitsluitend aan de moeder toe.
- 23-06-2021 De uitoefening van het recht op omgang van de vader met [minderjarige] is geschorst.
- Zomervakantie 2020 [minderjarige] heeft sinds deze periode geen contact meer met zijn vader.
- Juli 2022 [minderjarige] verblijft sinds deze maand bij [accomodatie 2] en heeft in de weekenden contactmomenten met zijn moeder en broertje.
- 09-02-2023 De GI heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend voor verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige].
- 13-02-2023 De rechtbank ontvangt het verzoekschrift van de GI.
- 07-03-2023 De raad verstrekt een advies over de verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing.
- 10-03-2023 De rechtbank ontvangt het advies van de raad.