Substantiële instroom van leerlingen niet vereist voor bekostiging fusiescholen vóór 2015.

Rechtbank Oost-Brabant · 9 januari 2019 · Eerste aanleg - meervoudig · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht

Wet primair onderwijs. Bijzondere bekostiging in verband met samenvoeging basisscholen. Vastgestelde bekostigingsbedragen zijn ten onrechte gewijzigd. De eis “overgang van substantieel deel van de leerlingen” was ten tijde van de daadwerkelijke fusie niet kenbaar. Vernietiging besluit op bezwaar en herroeping van het primaire besluit.

Rechtsvraag

De centrale juridische vraag is of de manier waarop de scholen Ds. Swildenschool en de Michaëlschool op 1 augustus 2014 zijn samengegaan als De Samenstroom kan worden gekwalificeerd als een samenvoeging van scholen in de zin van artikel 1, onder m, van de WPO, en of de minister daarom de bijzondere bekostiging voor samenvoeging terecht heeft teruggevorderd.

Regel

  • art. 4:49 lid 1 sub a en b, Awb (gronden voor intrekking of wijziging van subsidievaststelling)
  • art. 1, onder m, Regeling bekostiging personeel PO 2014–2015 (definitie samenvoeging van scholen)
  • art. 4:57 lid 1, Awb (terugvordering onverschuldigd betaalde subsidie)

Toepassing

  • art. 4:49 lid 1 sub a en b, Awb (gronden voor intrekking of wijziging van subsidievaststelling) De rechtbank oordeelt dat de minister geen beroep kan doen op artikel 4:49, eerste lid, sub a en b, van de Awb, omdat ten tijde van de fusie niet duidelijk was dat het begrip ‘samenvoeging’ zo moest worden uitgelegd als de minister in deze zaak heeft betoogd. De stichting kon niet weten dat de overgang van een substantieel deel van de leerlingen een vereiste was. De minister had dit duidelijker moeten vermelden in de Regeling 2014. Daarom is het standpunt van de minister dat hij ten tijde van de bekostigingsbeschikkingen niet wist dat er op het moment van de fusie geen leerlingen zijn overgegaan, niet relevant. (Rechtsoverwegingen 8 en 9)
  • art. 1, onder m, Regeling bekostiging personeel PO 2014–2015 (definitie samenvoeging van scholen) De rechtbank constateert dat op het moment van de fusie in 2014 nergens was bepaald dat leerlingen op de fusiedatum moesten overgaan naar de nieuwe school, laat staan dat dit een substantieel deel van de leerlingen moest zijn. In de toelichting op de Regeling 2015 is pas uiteengezet wat onder ‘samenvoeging’ wordt verstaan, en in de Regeling 2017 is dit nader uitgewerkt. De stichting kon er daarom niet van op de hoogte zijn dat de minister de overgang van leerlingen als vereiste zag om van samenvoeging te kunnen spreken. (Rechtsoverweging 8)
  • art. 4:57 lid 1, Awb (terugvordering onverschuldigd betaalde subsidie) De rechtbank oordeelt dat er geen grondslag is voor de terugvordering van de bijzondere bekostiging, omdat de stichting ten tijde van de fusie niet kon weten dat de minister een overgang van een substantieel deel van de leerlingen eiste. Daarom kan artikel 4:57 lid 1 van de Awb niet worden toegepast om de subsidie terug te vorderen. (Rechtsoverweging 9)

Conclusie

Het beroep van de stichting is gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met artikel 4:49 van de Awb en herroept het primaire besluit. De minister wordt opgedragen het door de stichting betaalde griffierecht te vergoeden en de proceskosten te vergoeden.

Partijen en standpunten

  • Eiser: Stichting GOO Onderwijs
  • Gedaagde: Minister voor Basis-en Voortgezet Onderwijs en Media

De stichting stelt dat een substantiële instroom van leerlingen niet vereist was voor bekostiging, en dat de minister dit vereiste niet duidelijk had gemaakt in de relevante regelgeving die gold ten tijde van de fusie.

De minister stelt dat de bekostiging onterecht is verleend omdat geen substantieel deel van de leerlingen van de Ds. Swildenschool overging naar De Samenstroom. De minister baseert de terugvordering op artikel 4:49 van de Awb.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 01-08-2014 De Ds. Swildenschool en Michaëlschool fuseren tot De Samenstroom, gehuisvest in het gebouw van de Michaëlschool.
  2. 22-09-2014 De minister verleent bijzondere bekostiging van € 165.445,23 voor het schooljaar 2014/2015 in verband met de samenvoeging van scholen.
  3. 20-08-2015 De minister verleent bijzondere bekostiging van € 167.335,10 voor het schooljaar 2015/2016 in verband met de samenvoeging van scholen.
  4. 15-04-2016 De minister verleent bijzondere bekostiging van € 167.237,65 voor het schooljaar 2016/2017 in verband met de samenvoeging van scholen.
  5. April 2016 De Onderwijsinspectie start een onderzoek naar de leerlingenaantallen van de Ds. Swildenschool en De Samenstroom in de schooljaren vóór de fusie.
  6. 26-08-2016 De Onderwijsinspectie publiceert een conceptrapport waarin wordt vermeld dat er op 1 augustus 2014 geen leerlingen van de Ds. Swildenschool ingeschreven stonden bij De Samenstroom.
  7. 07-09-2016 De stichting reageert schriftelijk op het conceptrapport en erkent dat er op 1 augustus 2014 geen leerlingen van de Ds. Swildenschool zijn overgegaan naar De Samenstroom.
  8. 10-11-2016 De Onderwijsinspectie publiceert haar definitieve rapport waarin wordt herhaald dat op 1 augustus 2014 geen leerlingen van de Ds. Swildenschool zijn ingeschreven bij De Samenstroom.
  9. 14-04-2017 De minister verleent bijzondere bekostiging van € 178.398,42 voor het schooljaar 2017/2018 in verband met de samenvoeging van scholen.
  10. 25-04-2017 De minister deelt de stichting mee dat hij voornemens is de beschikkingen te herzien en een bedrag van € 559.834,40 terug te vorderen.
  11. 18-05-2017 De stichting geeft haar zienswijze op het voornemen van de minister om de beschikkingen te herzien en het bedrag terug te vorderen.
  12. 10-10-2017 De minister wijzigt de beschikkingen en vordert een bedrag van € 352.475,27 terug van de stichting.