Bewijsvermoeden mijnbouwschade niet weerlegd bij onvoldoende onderbouwde alternatieve schadeoorzaken.

Rechtbank Noord-Nederland ยท 19 april 2024 ยท Eerste aanleg - meervoudig ยท Bestuursrecht

Mijnbouwschade. Weerlegging bewijsvermoeden. Verzakkings- en zettingsschade.

Rechtsvraag

Is het bewijsvermoeden weerlegd dat de schade aan de woning van eiser is veroorzaakt door mijnbouwactiviteiten, en is het besluit van het Instituut om geen volledige schadevergoeding toe te kennen gerechtvaardigd?

Regel

  • art. 6:177a lid 1, BW (bewijsvermoeden schade door bodembeweging door mijnbouw)
  • art. 7:12, Awb (motiveringsbeginsel in het bestuursrecht)

Toepassing

  • art. 6:177a lid 1, BW (bewijsvermoeden schade door bodembeweging door mijnbouw) Het Instituut moet het bewijsvermoeden weerleggen door aan te tonen dat de schade een evidente en autonome oorzaak heeft die bodembeweging als (mede)oorzaak uitsluit. Het Instituut heeft zich gebaseerd op het advies van Nabben, maar de rechtbank oordeelt dat dit advies onvoldoende is onderbouwd. Er is geen concreet bewijs dat de verbouwingen en de inklinking van veen door verlaagde grondwaterstanden de schade hebben veroorzaakt zonder betrokkenheid van mijnbouwactiviteiten. Daarnaast is de trillingsrichtlijn van Van Staalduinen en Everts onjuist toegepast, en de invloed van mijnbouwactiviteiten kan niet met zekerheid worden uitgesloten. (Rechtsoverwegingen 6, 6.1, 6.2, 6.3)
  • art. 7:12, Awb (motiveringsbeginsel in het bestuursrecht) Het Instituut heeft in het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd dat de schade primair is veroorzaakt door de verbouwingen en veenoxidatie. Er is een gebrek aan concreet bewijs en onderbouwing van de oorzaken die het Instituut heeft aangevoerd. Hierdoor is het besluit in strijd met het motiveringsbeginsel. (Rechtsoverwegingen 7.3.1, 7.3.2, 7.3.3)

Conclusie

Het beroep is gegrond. Het Instituut heeft onvoldoende bewijs geleverd om het bewijsvermoeden te weerleggen dat de schade aan de woning van eiser door mijnbouwactiviteiten is veroorzaakt. Het bestreden besluit is in strijd met het motiveringsbeginsel en wordt vernietigd. Het Instituut moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de overwegingen van de rechtbank.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 30-12-2014 De beving van Scharmer vond plaats met een maximale trillingssnelheid van 12.77 mm/s op het adres van eiser.
  2. 22-12-2015 Eiser meldt schade aan zijn woning bij het Centrum Veilig Wonen (CVW).
  3. 28-12-2015 Er vindt een inspectie van de woning van eiser plaats door CVW.
  4. 04-01-2016 B. van der Zwaag rapporteert over de inspectie met vermelding van zetting en verzakking van de betonvloer.
  5. 06-06-2016 J.H. Bove voert een contra-expertise uit, wijzend op scheurvorming door zetting tijdens een beving.
  6. 27-01-2017 A. Hulscher wordt als derde-expert aangewezen voor de schouw.
  7. 14-09-2018 Een schouw wordt gehouden door de Arbiter bodembeweging en een vaststellingsovereenkomst met NAM wordt gesloten.
  8. 17-09-2018 Eiser dient een aanvraag in bij de TCMG voor vergoeding van aardbevingsschade aan zijn woning.
  9. 26-03-2019 Nabben neemt de schade aan de woning van eiser op.
  10. 10-10-2019 Koops & Romeijn verricht geotechnisch onderzoek, met rapportage op 18 oktober 2019.
  11. 29-01-2020 A. Nanninga brengt een rapport uit over de oorzaak van verzakking en zetting van de betonnen vloer.
  12. 25-03-2020 Nabben brengt een adviesrapport uit aan het Instituut over de schades.