Noodzaak tot woningsluiting wegens hennepkwekerij dient concreet te worden onderbouwd.

Rechtbank Noord-Nederland · 7 maart 2022 · Voorlopige voorziening · Bestuursrecht

Woningsluiting. Evenredigheid. Verwijzing naarECLI:NL:RVS:2022:285. Noodzaak tot sluiting onvoldoende onderbouwd. Voorlopige voorziening toegewezen.

Rechtsvraag

De vraag of de burgemeester van Leeuwarden bevoegd was om de woning van verzoeker te sluiten op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Opiumwet, en of deze sluiting in overeenstemming is met het evenredigheidsbeginsel zoals opgenomen in artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Regel

  • art. 13b, eerste lid, aanhef en onder a, Opiumwet (de bevoegdheid van de burgemeester om een woning te sluiten bij aanwezigheid van drugs)
  • art. 3:4 Awb (evenredigheidsbeginsel)

Toepassing

  • art. 13b, eerste lid, aanhef en onder a, Opiumwet (de bevoegdheid van de burgemeester om een woning te sluiten bij aanwezigheid van drugs) De voorzieningenrechter stelt vast dat in de woning van verzoeker een hennepkwekerij met 192 weedplanten is aangetroffen, wat een handelshoeveelheid softdrugs betreft. Daarom is de burgemeester bevoegd om de woning te sluiten op grond van de Opiumwet. Dit is ook niet in geschil tussen partijen.
  • art. 3:4 Awb (evenredigheidsbeginsel) De voorzieningenrechter overweegt dat, hoewel de hennepkwekerij is geruimd, er geen bewijs is van drugshandel vanuit de woning of overlast. De sluiting moet worden beoordeeld op noodzaak en evenredigheid. De rechter verwijst naar de uitspraak van de AbRvS (ECLI:NL:RVS:2022:285), waarbij wordt gekeken of een minder ingrijpende maatregel voldoende zou zijn. Aangezien er geen ‘loop’ naar de woning is en de woning niet bekend staat als drugspand, moet de burgemeester een specifiekere motivering geven waarom sluiting noodzakelijk is en waarom een minder ingrijpende maatregel niet volstaat.

Conclusie

De voorzieningenrechter concludeert dat de burgemeester onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de sluiting van de woning noodzakelijk is en waarom niet met een minder ingrijpende maatregel kan worden volstaan. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en het besluit van 4 februari 2022 geschorst tot twee weken na de beslissing op bezwaar. Verzoeker mag gedurende deze periode gebruik blijven maken van zijn woning.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 04-01-2022 Bij verzoeker thuis wordt een hennepkwekerij aangetroffen met 192 weedplanten. Dit is het resultaat van twee meld misdaad anoniem (MMA) meldingen over een hennepgeur. De kwekerij wordt geruimd.
  2. 04-02-2022 De burgemeester besluit de woning van verzoeker aan [adres] te sluiten voor een periode van drie maanden, met ingang van 17 februari 2022 om 14:00 uur, op basis van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Opiumwet.
  3. Onbekend Verzoeker maakt bezwaar tegen het besluit tot woningsluiting en verzoekt de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
  4. 17-02-2022 De voorzieningenrechter behandelt het verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoeker en zijn gemachtigde zijn aanwezig. De gemachtigde van verweerder is ook aanwezig. De derde-partij is niet verschenen.
  5. 07-03-2022 De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en schorst het besluit van 4 februari 2022 tot twee weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar. Verzoeker mag gedurende de schorsing gebruik blijven maken van zijn woning.
  6. 07-03-2022 De voorzieningenrechter beslist dat verweerder het door verzoeker betaalde griffierecht van € 184,- moet vergoeden en veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.518,00.