Exoneratiebeding kan aansprakelijkheid voor ondeugdelijk verwerkt materiaal uitsluiten bij zakelijke transacties.

Rechtbank Noord-Nederland ยท 5 juni 2019 ยท Eerste aanleg - enkelvoudig ยท Civiel recht; Verbintenissenrecht

Aannemer heeft een rieten dak aangebracht op de woning van opdrachtgever. Dit dak beantwoordt niet aan wat de opdrachtgever op grond van de overeenkomst mocht verwachten omdat riet is gebruikt afkomstig uit zout water. Uit de rapporten blijkt dat zout in het riet een negatieve invloed heeft op de levensduur van de rieten dakbedekking doordat het riet vanwege het zoutpercentage vocht vasthoudt. Deze tekortkoming (niet betwist) is toerekenbaar. Van de aannemer mocht, gelet op zijn vakbekwaamheid en kundigheid, worden verwacht dat hij nader onderzoek had gedaan naar de herkomst van het riet. De stelling dat de aannemer niet had kunnen weten of het riet zout was omdat die kwestie pas in 2015 opkwam en pas vanaf begin 2017 te onderzoeken was, strookt niet met de informatie uit het aanvullende rapport waarin staat dat sinds jaar en dag bekend is dat riet voor dakbedekking geen zoutwaterriet mag zijn en dat het riet in zoet water moet zijn gegroeid. Volgens het rapport is dit overgeleverde kennis. De aannemer had op zijn minst moeten navragen in welk soort water het riet was gegroeid, zeker omdat hij voor het eerst Russisch riet kocht. Ook dit aspect behoort tot de zorgvuldigheid, deskundigheid en vakmanschap van de aannemer waarop door de opdrachtgever mocht worden vertrouwd. Het beroep op de algemene voorwaarden kan de aannemer niet baten.

Rechtsvraag

De centrale juridische vraag is of [gedaagde in hoofdzaak / eiseres in vrijwaring] tekort is geschoten in haar verplichtingen jegens [eiser in de hoofdzaak] door ondeugdelijk riet te gebruiken voor het dak, en of [gedaagde in hoofdzaak / eiseres in vrijwaring] daarvoor aansprakelijk kan worden gesteld.

Regel

  • art. 3:83, eerste lid, BW (overdraagbaarheid van vorderingen)
  • art. 3:84, eerste lid, BW (vereisten voor de levering van een vordering)
  • art. 3:94 BW (levering van vorderingen door middel van een daartoe bestemde akte en mededeling)
  • art. 6:82, eerste lid, BW (vereisten voor een ingebrekestelling)
  • art. 6:58 BW (schuldeisersverzuim)
  • art. 6:100 BW (voordeelverrekening bij schadevergoeding)
  • art. 6:233, aanhef en onder a, BW (vernietiging van onredelijk bezwarende bedingen in algemene voorwaarden)
  • art. 6:236 sub g BW (zwarte lijst van onredelijk bezwarende bedingen voor consumenten)
  • art. 6:237 sub g BW (grijze lijst van vermoedelijk onredelijk bezwarende bedingen voor consumenten)

Toepassing

  • art. 3:83, eerste lid, BW (overdraagbaarheid van vorderingen) De rechtbank oordeelt dat de vordering van [naam 1] rechtsgeldig is overgedragen aan [eiser in de hoofdzaak], omdat vorderingen overdraagbaar zijn volgens de wet. Er is een cessieakte aanwezig in de koopakte die voldoet aan de wettelijke eisen (6.3).
  • art. 3:84, eerste lid, BW (vereisten voor de levering van een vordering) De levering van de vordering is geschied door middel van een akte (de koopakte) en een mededeling aan [gedaagde in hoofdzaak / eiseres in vrijwaring], waarmee voldaan is aan de vereisten van art. 3:84 BW (6.3).
  • art. 3:94 BW (levering van vorderingen door middel van een daartoe bestemde akte en mededeling) De rechtbank heeft vastgesteld dat de cessie van de vordering aan de eisen voldeed doordat er een akte (koopakte) en een mededeling aan [gedaagde in hoofdzaak / eiseres in vrijwaring] was (6.3).
  • art. 6:82, eerste lid, BW (vereisten voor een ingebrekestelling) De ingebrekestelling door [eiser in de hoofdzaak] aan [gedaagde in hoofdzaak / eiseres in vrijwaring] voldeed aan de wettelijke eisen, doordat er een duidelijke termijn werd gesteld voor herstel (6.12).
  • art. 6:58 BW (schuldeisersverzuim) De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van schuldeisersverzuim, omdat [gedaagde in hoofdzaak / eiseres in vrijwaring] geen concreet aanbod tot herstel heeft gedaan dat door [eiser in de hoofdzaak] is geweigerd (6.13).
  • art. 6:100 BW (voordeelverrekening bij schadevergoeding) De rechtbank overweegt dat bij de schadevergoeding rekening moet worden gehouden met het voordeel voor [eiser in de hoofdzaak] dat hij na vervanging een nieuw dak heeft, en overweegt een 'nieuw voor oud' correctie toe te passen (6.18).

Conclusie

De rechtbank concludeert dat [gedaagde in hoofdzaak / eiseres in vrijwaring] tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst door ondeugdelijk riet te gebruiken, en dat deze tekortkoming toerekenbaar is. [gedaagde in hoofdzaak / eiseres in vrijwaring] is in verzuim en [eiser in de hoofdzaak] heeft recht op vervangende schadevergoeding. Echter, in de vrijwaringszaak is [gedaagde in vrijwaring] niet aansprakelijk vanwege de toepasselijkheid van de exoneratiebedingen in haar algemene voorwaarden. [eiser in de hoofdzaak] moet bewijs leveren dat Nederlands riet was overeengekomen.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [eiser], [eiseres]
  • Gedaagde: RIETDEKKERSBEDRIJF [naam] V.O.F., [gedaagde 2], [gedaagde 3]

[eiser in de hoofdzaak] vordert schadevergoeding wegens ondeugdelijk rietdak, met als kern dat het riet door het hoge zoutgehalte ongeschikt is. Hij baseert zich op een cessie van de vorderingen van de vorige eigenaar.

[gedaagde in hoofdzaak / eiseres in vrijwaring] betwist de tekortkoming en toerekenbaarheid, beroept zich op algemene voorwaarden en stelt dat het riet niet als zodanig herkenbaar was als zijnde ongeschikt.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 01-10-2012 [gedaagde in hoofdzaak / eiseres in vrijwaring] heeft een offerte uitgebracht voor het leggen van een rieten dak op de woning van [naam 1] en mevrouw [naam 2] aan de [adres] te [woonplaats].
  2. 11-05-2013 [gedaagde in vrijwaring] heeft 2.650 bossen riet geleverd aan [gedaagde in hoofdzaak / eiseres in vrijwaring], met een factuur van 17 mei 2013 voor โ‚ฌ 8.176,58.
  3. 03-06-2013 [gedaagde in hoofdzaak / eiseres in vrijwaring] heeft 1.040 bossen Russisch riet besteld bij [gedaagde in vrijwaring], met een factuur van 13 juni 2013 voor โ‚ฌ 5.290,12.
  4. 06-2013 Het rieten dak op de woning werd opgeleverd.
  5. 09-07-2015 [eiser in de hoofdzaak] heeft de woning van [naam 1] gekocht.
  6. 15-09-2015 De woning werd aan [eiser in de hoofdzaak] geleverd.
  7. 22-06-2016 [eiser in de hoofdzaak] heeft een e-mail gestuurd naar [gedaagde in hoofdzaak / eiseres in vrijwaring] over schimmel en vocht in het dak en beroept zich op de garantie.
  8. 08-07-2016 [eiser in de hoofdzaak] heeft samen met [gedaagde in hoofdzaak / eiseres in vrijwaring] een onderzoek laten uitvoeren aan het dak door de Vakfederatie Rietdekkers.
  9. 11-01-2017 [eiser in de hoofdzaak] heeft [gedaagde in hoofdzaak / eiseres in vrijwaring] formeel in gebreke gesteld en gesommeerd om het dak te herstellen.
  10. 13-03-2017 [gedaagde in vrijwaring] heeft Kiwa BDA Dak- en Geveladvies B.V. opdracht gegeven een onderzoek in te stellen naar de kwaliteit van de rieten dakbedekking.
  11. 23-05-2018 De rechtbank heeft een tussenvonnis uitgesproken in zowel de hoofdzaak als de vrijwaringszaak.
  12. 05-06-2019 De rechtbank heeft het eindvonnis uitgesproken, waarin [eiser in de hoofdzaak] bewijs moet leveren dat Nederlands riet is overeengekomen.