Zorgovereenkomst kan niet worden opgezegd zonder voldoende medische onderbouwing en belangenafweging.

Rechtbank Noord-Holland Ā· 14 juni 2024 Ā· Kort geding Ā· Civiel recht; Verbintenissenrecht

Opzegging zorgovereenkomst door zorginstelling. Patiƫnt wenst niet overgeplaatst te worden naar een andere zorginstelling. Alles overziend is de voorzieningenrechter van oordeel dat de zorginstelling de gewichtige redenen voor opzegging onvoldoende heeft onderbouwd. Verbod om de zorgovereenkomst op te zeggen / te ontbinden tot aan het overlijden van de patiƫnt, althans verbod om een einddatum van de zorgovereenkomst te bepalen.

Rechtsvraag

Is de opzegging van de zorgovereenkomst door de Zorginstelling met de Patiƫnt, die lijdt aan Progressieve Spinale Musculaire Atrofie (PMSA) en afhankelijk is van beademingszorg, gerechtvaardigd op basis van gewichtige redenen zoals bedoeld in artikel 7:460 BW?

Regel

  • art. 7:460 BW (Zorgverlener mag zorgovereenkomst wegens gewichtige redenen opzeggen)
  • Wet langdurige zorg (recht op ononderbroken voortzetting van noodzakelijke en verantwoorde zorg)
  • Jurisprudentie: zorgaanbieder moet zich ervan verzekeren dat zorg elders op kwalitatief aanvaardbare wijze kan worden gecontinueerd en verplaatsing medisch verantwoord is

Toepassing

  • art. 7:460 BW (Zorgverlener mag zorgovereenkomst wegens gewichtige redenen opzeggen) De voorzieningenrechter oordeelde dat de Zorginstelling onvoldoende heeft onderbouwd dat er gewichtige redenen zijn voor de opzegging van de zorgovereenkomst. De Zorginstelling voerde aan dat de personele bezetting onder druk staat en dat de continuĆÆteit van de gehele zorginstelling in gevaar komt, maar de rechter vond deze argumenten onvoldoende onderbouwd. De rechter wees erop dat de Zorginstelling de boel zo kan organiseren dat de zorg van de PatiĆ«nt nog een aantal maanden kan worden gecontinueerd, vooral gezien de beperkte levensverwachting van de PatiĆ«nt. (r.o. 5.11 - 5.17)
  • Wet langdurige zorg (recht op ononderbroken voortzetting van noodzakelijke en verantwoorde zorg) De rechter oordeelde dat de Zorginstelling niet voldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de beoordeling of verplaatsing van de PatiĆ«nt medisch verantwoord is. Er was geen schriftelijk gemotiveerde rapportage van de medisch eindverantwoordelijke functionaris overgelegd en de medische staf was niet voldoende op de hoogte van de casus. Dit betekent dat de continuĆÆteit van de noodzakelijke zorg aan de PatiĆ«nt niet gewaarborgd was. (r.o. 5.4 - 5.6)
  • Jurisprudentie: zorgaanbieder moet zich ervan verzekeren dat zorg elders op kwalitatief aanvaardbare wijze kan worden gecontinueerd en verplaatsing medisch verantwoord is De rechter vond dat de Zorginstelling niet had aangetoond dat verplaatsing van de PatiĆ«nt medisch verantwoord is. De specialist ouderengeneeskunde had aangegeven dat verplaatsing zeer negatief zou zijn voor de PatiĆ«nt en dat de risico’s, inclusief overlijden van de PatiĆ«nt, geaccepteerd moeten worden. De Zorginstelling had geen adequate medische rapportage overgelegd om het tegendeel te bewijzen. (r.o. 5.5 - 5.7)

Conclusie

De voorzieningenrechter concludeerde dat de opzegging van de zorgovereenkomst door de Zorginstelling onvoldoende onderbouwd was en geen stand kan houden. Daarom werd het primair gevorderde verbod om de zorgovereenkomst op te zeggen of te ontbinden toegewezen. De rechter verbood de Zorginstelling de zorgovereenkomst op te zeggen of te ontbinden tot aan het overlijden van de Patiƫnt.

Partijen en standpunten

  • Eiser: de PatiĆ«nt
  • Gedaagde: de Zorginstelling

De Patiƫnt vordert primair een verbod op de opzegging/ontbinding van de zorgovereenkomst tot aan zijn overlijden, en subsidiair een verbod op de opzegging/ontbinding binnen achttien maanden na het vonnis. Hij stelt dat de opzegging niet voldoet aan artikel 7:460 BW omdat gewichtige redenen ontbreken en zijn belang bij voortzetting van de zorg gezien zijn zwakke gezondheid en korte levensverwachting onvoldoende is meegewogen.

De Zorginstelling stelt dat de continuering van de zorgovereenkomst niet langer houdbaar is vanwege personele en budgettaire redenen. Zij voert aan dat zij de kwaliteit van de zorg niet kan blijven garanderen door personeelsproblemen en financiƫle druk. De Zorginstelling heeft daarom besloten de beademingszorg af te stoten.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 24-06-2020 Tussen de Patiƫnt en de Zorginstelling is een zorgovereenkomst tot stand gekomen. De zorg wordt gefinancierd vanuit de Wet langdurige zorg.
  2. 20-11-2023 Het bestuur van de Zorginstelling heeft besloten om op termijn het aanbod van beademingszorg te beƫindigen vanwege strategische overwegingen.
  3. 26-03-2024 De Zorginstelling heeft haar besluit om de beademingszorg te stoppen aan de Patiƫnt kenbaar gemaakt, met de uitleg dat het besluit is genomen vanwege strategische overwegingen en de lange termijn haalbaarheid.
  4. 14-04-2024 In een brief heeft de Zorginstelling haar besluit nader toegelicht en verklaard dat de beademingszorg op dat moment kwalitatief hoogwaardig en veilig is, maar dat het een uitdaging blijft om de zorg rond te krijgen met het juiste personeel.
  5. 24-05-2024 De advocaat van de Zorginstelling heeft het besluit om de beademingszorg te stoppen nader gemotiveerd, onder meer door te wijzen op de personele bezetting en financiƫle druk.
  6. 28-05-2024 Verslag van een gesprek tussen leden van het bestuur en medisch personeel waarin de medische en praktische gevolgen van de overplaatsing van de Patiƫnt zijn besproken.
  7. 06-06-2024 Mondelinge behandeling vond plaats, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Pleitnota's van beide partijen werden besproken.
  8. 14-06-2024 De voorzieningenrechter verbiedt de Zorginstelling de zorgovereenkomst op te zeggen/ontbinden tot aan het overlijden van de Patiƫnt. De Zorginstelling wordt veroordeeld in de proceskosten.