Ontbinding overeenkomst door sancties EU is rechtsgeldig bij blijvende onmogelijkheid tot nakoming.

Rechtbank Noord-Holland · 31 januari 2024 · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht; Verbintenissenrecht

Eiser vordert terugbetaling van zijn aanbetaling voor een door gedaagde te leveren jacht. Eiser stelt daarvoor dat hij de overeenkomst heeft ontbonden omdat het voor gedaagde onmogelijk was geworden het jacht te leveren. Gedaagde voert als verweer (onder meer) dat de ontbinding niet rechtsgeldig is, omdat de overeenkomst al was geëindigd doordat eiser deze had opgezegd. Gedaagde krijgt hierin ongelijk. De kantonrechter oordeelt dat niet is komen vast te staan dat eiser de overeenkomst heeft opgezegd. Verder vindt de kantonrechter dat eiser de overeenkomst mocht ontbinden, zodat de vordering tot terugbetaling van de aanbetaling wordt toegewezen. Daarop wordt in mindering gebracht een vergoeding voor de werkzaamheden die gedaagde al heeft verricht en die niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden. De tegenvordering van gedaagde moet worden afgewezen, omdat deze is gebaseerd op eerdergenoemde opzegging van de overeenkomst, die niet is komen vast te staan.

Rechtsvraag

De centrale juridische vraag is of de overeenkomst tussen [eiser] en Conyplex op 31 maart 2022 rechtsgeldig is ontbonden en of [eiser] recht heeft op terugbetaling van zijn aanbetaling, minus de kosten die Conyplex heeft moeten maken.

Regel

  • art. 7:764 lid 1 BW (Opzegging van overeenkomst van aanneming van werk)
  • art. 6:265 lid 1 BW (Ontbinding wegens tekortkoming)
  • art. 6:265 lid 2 BW (Ontbinding bij blijvende of tijdelijke onmogelijkheid)
  • art. 6:80 lid 1 sub a BW (Ontbinding bij toekomstige onmogelijkheid)
  • art. 6:271 BW (Gevolgen van ontbinding: ongedaanmakingsverbintenis)
  • art. 6:272 lid 1 BW (Waardevergoeding bij onmogelijkheid van ongedaanmaking)

Toepassing

  • art. 7:764 lid 1 BW (Opzegging van overeenkomst van aanneming van werk) De kantonrechter oordeelt dat de e-mail van [eiser] van 7 december 2021 geen onvoorwaardelijke eenzijdige opzegging was. De e-mail was eerder een voorstel voor uitstel of beëindiging met wederzijds goedvinden. De brief van 25 februari 2022 van de advocaat van [eiser] ondersteunt dit, omdat deze ook spreekt van een wens tot beëindiging met wederzijds goedvinden. Hierdoor is de overeenkomst niet op 7 december 2021 door [eiser] opgezegd.
  • art. 6:265 lid 1 BW (Ontbinding wegens tekortkoming) [eiser] heeft de overeenkomst ontbonden omdat Conyplex door de Europese sanctiemaatregelen niet in staat was het jacht te leveren. De kantonrechter oordeelt dat de sanctiemaatregelen een tekortkoming opleveren die de ontbinding rechtvaardigt.
  • art. 6:265 lid 2 BW (Ontbinding bij blijvende of tijdelijke onmogelijkheid) De sanctiemaatregelen maakten het voor Conyplex tijdelijk onmogelijk om het jacht te leveren. De kantonrechter oordeelt dat deze tijdelijke onmogelijkheid voldoende is om de overeenkomst te ontbinden.
  • art. 6:80 lid 1 sub a BW (Ontbinding bij toekomstige onmogelijkheid) De kantonrechter oordeelt dat op het moment van de ontbinding in voldoende mate zeker was dat Conyplex het jacht in april 2023 niet zou kunnen leveren, waardoor [eiser] de overeenkomst rechtsgeldig kon ontbinden.
  • art. 6:271 BW (Gevolgen van ontbinding: ongedaanmakingsverbintenis) Als gevolg van de ontbinding moet Conyplex de aanbetaling van € 292.000,00 terugbetalen aan [eiser], minus de waarde van de door Conyplex geleverde prestatie (€ 53.400,00).
  • art. 6:272 lid 1 BW (Waardevergoeding bij onmogelijkheid van ongedaanmaking) De door Conyplex verrichte voorbereidende werkzaamheden kunnen niet ongedaan gemaakt worden. De waarde van deze werkzaamheden wordt vastgesteld op € 53.400,00 en in mindering gebracht op het terug te betalen bedrag.

Conclusie

De kantonrechter concludeert dat de overeenkomst op 31 maart 2022 rechtsgeldig is ontbonden en dat Conyplex € 238.600,00 aan [eiser] moet terugbetalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2022. De tegenvordering van Conyplex wordt afgewezen.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [eiser]
  • Gedaagde: Conyplex B.V.

Eiser vordert terugbetaling van de aanbetaling van € 292.000,00 voor een jacht, omdat Conyplex door Europese sancties onmogelijk kon leveren. Eiser stelt dat de overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden op 31 maart 2022.

Conyplex stelt dat eiser de overeenkomst op 7 december 2021 heeft opgezegd, waardoor ontbinding niet meer mogelijk was. Conyplex vordert betaling van € 51.909,00 als restant van de aanneemsom na opzegging.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 01-06-2021 Eiser en Conyplex sluiten een overeenkomst waarin Conyplex zich verbindt om in april 2023 een jacht te leveren aan Eiser voor een bedrag van € 1.460.000,00. Eiser betaalt de eerste termijn van € 292.000,00 aan Conyplex.
  2. 07-12-2021 Eiser stuurt een e-mail aan Conyplex waarin hij vanwege de situatie met COVID-19 voorstelt om de bouw van het jacht met twee jaar uit te stellen en vraagt om terugbetaling van de aanbetaling.
  3. 08-12-2021 Conyplex reageert per e-mail op het verzoek van Eiser. Conyplex geeft aan dat de overeenkomst van kracht blijft en dat de aanbetaling geldig blijft, maar dat de leverdatum en prijs aangepast zullen worden.
  4. 21-12-2021 Eiser vraagt per e-mail aan Conyplex om een overzicht van de gemaakte kosten.
  5. 30-12-2021 Conyplex stuurt een e-mail aan Eiser waarin zij aangeeft geen extra kosten te hebben gemaakt en vraagt Eiser om een bevestiging als hij de overeenkomst wil beëindigen.
  6. 25-02-2022 De advocaat van Eiser schrijft een brief aan Conyplex waarin hij de overeenkomst wil beëindigen en vraagt om een gedetailleerd overzicht van de gemaakte kosten.
  7. 09-03-2022 De advocaat van Eiser vraagt nogmaals aan Conyplex om uiterlijk de volgende dag een kostenspecificatie te verstrekken.
  8. 11-03-2022 Conyplex reageert per e-mail dat zij geen reden ziet om een kostenspecificatie op te stellen omdat Eiser niet duidelijk heeft gemaakt dat hij de overeenkomst wil beëindigen.
  9. 31-03-2022 De advocaat van Eiser ontbindt de overeenkomst buitengerechtelijk en vraagt om terugbetaling van de aanbetaling minus de kosten die Conyplex heeft gemaakt voor de uitvoering van de overeenkomst. Dit wordt gedaan omdat de Raad van de Europese Unie op 15 maart 2022 een Besluit heeft vastgesteld waardoor het verboden is luxegoederen aan Rusland te leveren.
  10. 20-02-2023 Eiser stelt een vordering in tegen Conyplex bij dagvaarding.
  11. 27-11-2023 Conyplex stuurt aanvullende stukken toe voorafgaand aan de zitting.
  12. 12-12-2023 Een zitting vindt plaats waarbij beide partijen hun standpunten toelichten. Eiser vermeerdert zijn vordering en Conyplex trekt een deel van haar tegenvordering in.