Toestemming vereist voor schuttingplaatsing op andermans erf; bewijsopdracht mogelijk voor disproportionaliteit.

Rechtbank Noord-Holland Β· 28 februari 2024 Β· Tussenuitspraak Β· Civiel recht

Burengeschil; o.a. over de plaats en de kosten van de schutting, schade aan een auto en een recht van overpad.

Rechtsvraag

De centrale juridische vraag is of gedaagden toestemming hebben gekregen van eisers om de schutting op de huidige plaats te zetten, of er sprake is van een recht van overpad voor gedaagden over het parkeerterrein, en de vraag of de camera en bouwlamp onrechtmatig zijn geplaatst.

Regel

  • Art. 5:49 BW (Bepaling over kosten van een gemeenschappelijke schutting)
  • Nederlands eigendomsrecht (verplaatsing schutting en gebruik van terrein)
  • Art. 6:162 BW (Onrechtmatige daad met betrekking tot de camera en bouwlamp)
  • Erfdienstbaarheid door verjaring (burgerlijk recht)

Toepassing

  • Art. 5:49 BW (Bepaling over kosten van een gemeenschappelijke schutting) De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van een overeenkomst tussen partijen over het delen van de kosten van de schutting. Bovendien is de vordering van gedaagden verjaard aangezien de schutting in 2015 is geplaatst en de vordering pas in 2022 is ingesteld.
  • Nederlands eigendomsrecht (verplaatsing schutting en gebruik van terrein) Gedaagden moeten bewijzen dat eisers toestemming hebben gegeven voor de huidige plaatsing van de schutting. Als er geen toestemming is, moeten gedaagden de schutting verplaatsen. Daarnaast mogen gedaagden geen gebruik maken van het parkeerterrein zonder recht van overpad.
  • Art. 6:162 BW (Onrechtmatige daad met betrekking tot de camera en bouwlamp) De rechtbank oordeelt dat de camera een onrechtmatige inbreuk op de privacy van eisers is geweest en dat deze verwijderd moet blijven. De bouwlamp is onrechtmatig omdat deze op het erf van gedaagden schijnt zonder noodzaak en moet worden verwijderd of verplaatst.
  • Erfdienstbaarheid door verjaring (burgerlijk recht) Gedaagden hebben geen recht van overpad door verjaring kunnen bewijzen. Er is geen sprake van een onafgebroken bezit dat het recht van overpad zou kunnen vestigen.

Conclusie

De rechtbank veroordeelt gedaagden om de camera te verwijderen en verwijderd te houden, en eisers om de bouwlamp te verwijderen of te verplaatsen. Gedaagden moeten bewijzen dat zij toestemming hadden voor de plaatsing van de schutting. Het recht van overpad voor gedaagden is niet aangetoond, en de vordering voor de kosten van de schutting is verjaard.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [eiser 1, eiser 2]
  • Gedaagde: [gedaagde 1, gedaagde 2]

Eisers vorderen verwijdering van schutting, schadevergoeding voor autoschade, en verbod op gebruik parkeerterrein door gedaagden.

Gedaagden betwisten schade, stellen toestemming voor schutting, en claimen recht van overpad over parkeerterrein.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 02-2000 [eisers] worden eigenaar van het woonhuis aan de [adres] [huisnummer 1] in [woonplaats 1].
  2. 01-2013 [eisers] worden eigenaar van een garagebox gelegen aan het terrein achter hun woning en mede-eigenaar van het parkeerterrein.
  3. 12-2013 [gedaagden] worden eigenaar van het woonhuis aan de [adres] [huisnummer 2] in [woonplaats 1].
  4. 29-01-2015 [gedaagden] plaatsen een schutting tussen de achtertuinen van partijen. Volgens [gedaagden] met toestemming van [eisers].
  5. 25-05-2022 [eisers] vorderen onder andere schadevergoeding wegens beschadiging van hun auto en onrechtmatige plaatsing van een schutting.
  6. 15-07-2022 [eisers] starten de procedure tegen [gedaagden] met de dagvaarding en bijlagen.
  7. 30-11-2022 De rechtbank wijst een tussenvonnis in de zaak.
  8. 16-01-2023 [gedaagden] dienen een B-formulier in met bijlagen.
  9. 17-01-2023 [eisers] dienen een B-formulier in met bijlagen.
  10. 30-01-2023 De rechtbank deelt aanvullende bespreekpunten voor de gerechtelijke plaatsopneming en mondelinge behandeling.
  11. 01-02-2023 De rechtbank houdt een gerechtelijke plaatsopneming en mondelinge behandeling waarbij partijen en hun advocaten aanwezig zijn.
  12. 13-02-2023 [gedaagden] dienen een B-formulier in.