Bij schending inlichtingenplicht is boete verplicht tenzij dringende redenen ontbreken.

Rechtbank Noord-Holland · 28 december 2023 · Eerste aanleg - enkelvoudig · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht

Participatiewet. Besluit tot opleggen boete wegens schending inlichtingenplicht: eisers hebben niet elk verblijf in het buitenland opgegeven. Beroep tegen intrekkings-, herzienings- en terugvorderingsbesluit is in uitspraak van 7 sept 2023 al ongegrond verklaard. Beroep op menselijke maat, toekomstige versoepelingen van wet- en regelgeving en proportionaliteitsbeginsel slaagt niet.

Rechtsvraag

Was het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem gerechtigd om een bestuurlijke boete op te leggen aan de eisers vanwege schending van de inlichtingenplicht onder de Participatiewet?

Regel

  • art. 17 lid 1 PW (inlichtingenplicht bijstandsgerechtigden)
  • art. 18a lid 1 PW (oplegging bestuurlijke boete bij schending inlichtingenplicht)
  • art. 2 lid 2-5 Boetebesluit socialezekerheidswetten (vaststelling boetepercentage)
  • art. 2aa lid 1 sub a Boetebesluit (afzien van boete bij laag benadelingsbedrag)
  • art. 5:41 Awb (geen boete bij ontbrekende verwijtbaarheid)
  • art. 5:46 lid 2 Awb (evenredigheid bestuurlijke boete)

Toepassing

  • art. 17 lid 1 PW (inlichtingenplicht bijstandsgerechtigden) De rechtbank oordeelde dat eisers hun inlichtingenplicht hebben geschonden door niet elk verblijf in het buitenland te melden, zoals vereist door de wet. Het college had aangetoond dat het niet melden van buitenlandse verblijven van invloed was op het recht op bijstand. De verwarring over de term 'vakantieverklaring' en de stelling dat eisers niet op de hoogte waren van de meldingsplicht, werden niet als voldoende beschouwd om de schending van de inlichtingenplicht te weerleggen.
  • art. 18a lid 1 PW (oplegging bestuurlijke boete bij schending inlichtingenplicht) Omdat de inlichtingenplicht was geschonden, was het college verplicht een boete op te leggen. De rechtbank vond geen dringende redenen om van de boete af te zien en er waren geen omstandigheden die wezen op een gebrek aan verwijtbaarheid. De menselijke maat en toekomstige versoepelingen in wet- en regelgeving gaven geen grond om de boete te laten vervallen.
  • art. 2 lid 2-5 Boetebesluit socialezekerheidswetten (vaststelling boetepercentage) Het college had de boete vastgesteld op basis van normale verwijtbaarheid, overeenkomend met 50% van het benadelingsbedrag. De rechtbank vond geen reden om van verminderde verwijtbaarheid uit te gaan en bevestigde dat de boete correct was vastgesteld op basis van de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid.
  • art. 5:41 Awb (geen boete bij ontbrekende verwijtbaarheid) De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van het ontbreken van verwijtbaarheid. De eisers wisten of hadden redelijkerwijs moeten weten dat zij hun verblijven in het buitenland moesten melden, ondanks hun beweringen dat ze dit niet wisten.
  • art. 5:46 lid 2 Awb (evenredigheid bestuurlijke boete) De rechtbank vond dat de boete proportioneel was, rekening houdend met de ernst van de overtreding en de financiële draagkracht van eisers. Er was geen aanleiding om van verminderde verwijtbaarheid uit te gaan of de boete verder te verlagen.

Conclusie

De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Het college was gerechtigd om de boete op te leggen omdat de inlichtingenplicht was geschonden en er geen dringende redenen of ontbrekende verwijtbaarheid waren om van de boete af te zien. De opgelegde boete was proportioneel en correct vastgesteld volgens de geldende wet- en regelgeving.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [eiser] e.a.
  • Gedaagde: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem

Eisers stellen dat zij niet voldoende op de hoogte waren van de verplichting om alle buitenlandse verblijven te melden, en dat de verwarring mede door de gemeente is veroorzaakt. Zij vragen om toepassing van de menselijke maat en betogen dat de boete disproportioneel is gezien hun financiële situatie.

Het college stelt dat de inlichtingenplicht is geschonden en dat het verplicht is een boete op te leggen. De boete is proportioneel en afgestemd op de draagkracht van eisers.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 11-12-2001 Eisers ontvangen sinds deze datum bijstand van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem.
  2. 25-08-2022 Het college nodigt eisers uit voor een gesprek in het kader van de Participatiewet. De dochter van eisers belt om aan te geven dat zij niet aanwezig kunnen zijn wegens verblijf in het buitenland.
  3. 09-09-2022 Eisers melden zich bij het college na hun terugkeer in Nederland. Het college controleert hun paspoorten om hun verblijf in het buitenland te verifiëren.
  4. 09-09-2022 Het college herziet de bijstand van eisers vanaf 31 augustus 2022 omdat zij te lang in het buitenland verbleven. Eisers moeten € 48,24 terugbetalen. Eisers maken bezwaar tegen dit besluit.
  5. 23-11-2022 Het college trekt de bijstand van eisers in over meerdere periodes wegens te lang verblijf in het buitenland en herziet het naar een lagere norm. Eisers moeten € 3.202,74 terugbetalen en maken bezwaar.
  6. 21-11-2022 Het college stelt een rapport op waarin wordt aangetoond dat eisers hun inlichtingenplicht hebben geschonden door niet elk verblijf in het buitenland te melden.
  7. 04-01-2023 Het college stuurt eisers een kennisgeving van een boete wegens het niet of onvolledig verstrekken van inlichtingen over hun verblijf in het buitenland.
  8. 25-01-2023 Het college legt eisers een boete op van € 1.024,84 wegens schending van de inlichtingenplicht. Eisers reageren hierop met een zienswijze.
  9. 31-01-2023 Het college handhaaft het besluit van 9 september 2022, onder verbetering van de motivering.
  10. 23-02-2023 Het college handhaaft het besluit van 23 november 2022.
  11. 19-04-2023 Het college verklaart het bezwaar van eisers tegen de boete ongegrond, verwijzend naar een advies van de Adviescommissie voor bezwaarschriften.
  12. 07-09-2023 De rechtbank verklaart het beroep van eisers tegen de besluiten op bezwaar van 31 januari en 23 februari 2023 ongegrond. Eisers gaan in hoger beroep.