Een bestuurder is aansprakelijk voor selectieve betaling bij gebrek aan betalingsonmacht.

Rechtbank Noord-Holland · 28 juli 2021 · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht

Bestuurdersaansprakelijkheid/loonvordering. Betalingsonmacht niet aannemelijk gemaakt. Bestuurder weigert al een jaar zonder gegronde reden te betalen. Persoonlijk ernstig verwijt. Geen werkelijke proceskosten.

Rechtsvraag

Is [gedaagde] als bestuurder persoonlijk aansprakelijk voor de vordering van [eiseres] tegen [B.V. 1] vanwege het niet betalen van achterstallig loon en andere vergoedingen?

Regel

  • Hoge Raad 3 april 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0564 (Van Waning/Van der Vliet) (bestuurdersaansprakelijkheid bij betalingsonmacht)
  • HR 29 juni 2007, LJN BA3516, NJ 2007/353 (misbruik van procesrecht)
  • art. 6 EVRM (recht op een eerlijk proces)

Toepassing

  • Hoge Raad 3 april 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0564 (Van Waning/Van der Vliet) (bestuurdersaansprakelijkheid bij betalingsonmacht) [gedaagde] heeft niet aannemelijk gemaakt dat [B.V. 1] betalingsonmachtig is. Ondanks het ontvangen van overheidssteun en het betalen van andere schuldeisers, heeft [B.V. 1] nagelaten de vordering van [eiseres] te voldoen. [gedaagde] heeft geen boekhouding overlegd en de stelling dat [B.V. 1] lange tijd niet winstgevend is, is niet onderbouwd. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] onzorgvuldig heeft gehandeld, wat hem een persoonlijk ernstig verwijt maakt. (Rechtsoverwegingen 5.3, 5.4, 5.5)
  • HR 29 juni 2007, LJN BA3516, NJ 2007/353 (misbruik van procesrecht) De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde]'s verweer niet als misbruik van procesrecht kan worden aangemerkt, ondanks het gebrek aan voldoende motivering. Er is geen sprake van evidente ongegrondheid van het verweer. (Rechtsoverweging 5.8)
  • art. 6 EVRM (recht op een eerlijk proces) Bij het aannemen van misbruik van procesrecht past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter. De kantonrechter heeft dit recht in acht genomen bij de beoordeling of er sprake was van misbruik van procesrecht door [gedaagde]. (Rechtsoverweging 5.8)

Conclusie

[gedaagde] wordt als bestuurder persoonlijk aansprakelijk gesteld voor de vordering van [eiseres], omdat hij onzorgvuldig heeft gehandeld door zonder gegronde reden de betaling te weigeren, wat hem een persoonlijk ernstig verwijt maakt. De vordering tot veroordeling van de werkelijke proceskosten wordt afgewezen, aangezien er geen sprake is van misbruik van procesrecht.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [eiseres]
  • Gedaagde: [gedaagde] in zijn hoedanigheid van bestuurder van [B.V. 1]

[eiseres] stelt dat [B.V. 1] weigert het vonnis van 30 juni 2020 uit te voeren en dat [gedaagde] als bestuurder persoonlijk aansprakelijk is voor de niet-nakoming, omdat hij selectief betaald heeft en geen gebruik gemaakt heeft van kredietfaciliteiten. Verder vordert [eiseres] dat [gedaagde] de volledige proceskosten betaalt wegens misbruik van procesrecht.

[gedaagde] voert aan dat [B.V. 1] niet meer winstgevend is en dat er sprake is van betalingsonmacht. Verder stelt hij dat er geen sprake is van een ernstig verwijt en betwist hij het misbruik van procesrecht.

Wetsartikelen

  • art. 6 EVRM

Tijdlijn

  1. 29-07-2019 [eiseres] is in dienst getreden bij [B.V. 1] met een arbeidsovereenkomst die eindigde op 28 februari 2020.
  2. 30-06-2020 [B.V. 1] is door de kantonrechter Amsterdam veroordeeld tot betaling van achterstallig loon en andere vergoedingen aan [eiseres].
  3. 10-07-2020 Het vonnis is betekend aan [B.V. 1], met kosten van € 97,09.
  4. 09-03-2021 [eiseres] heeft een vordering ingesteld tegen [gedaagde] als bestuurder van [B.V. 1].
  5. 21-06-2021 Er vond een zitting plaats waarbij [gedaagde] niet aanwezig was, maar zijn gemachtigde wel. [eiseres] heeft pleitaantekeningen overgelegd.
  6. 21-07-2021 De kantonrechter veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 22.468,70 aan [eiseres] en de proceskosten. De vordering voor betaling van de werkelijke proceskosten wordt afgewezen.