Bij terugvordering AIO-aanvulling moet verweerder rekening houden met eigen fouten en gevolgen voor betrokkene.
Beroep tegen besluit mbt herziening en terugvordering van AIO-uitkering. Verweerder had voor een deel eerder op de hoogte kunnen zijn van teruggave inkomstenbelasting. Hier is verweerder echter onvoldoende gemotiveerd op ingegaan in het bestreden besluit. Om deze reden is het beroep gegrond.
Rechtsvraag
Kan de Sociale Verzekeringsbank de AIO-aanvulling over de jaren 2020 tot en met 2022 terugvorderen van de eisers, gezien de ontvangen belastingteruggaven en de eventuele aanwezigheid van dringende redenen om van terugvordering af te zien?
Regel
- Artikel 58, tweede lid, aanhef en onder f, ten eerste, van de Participatiewet (Pw) j.o. artikel 47a, tweede lid, van de Pw (regels over het terugvorderen van bijstand indien achteraf middelen beschikbaar komen)
- Artikel 32, eerste lid, van de Pw j.o. artikel 31 van de Pw j.o. artikel 47a, tweede lid, van de Pw (bepaling van middelen die in aanmerking worden genomen bij het verlenen van bijstand)
- Artikel 58, achtste lid, van de Pw j.o. artikel 47a, tweede lid, van de Pw (regeling voor het afzien van terugvordering bij dringende redenen)
- Uitspraak van de Raad van 18 april 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:726 en specifiek met betrekking tot de Pw de uitspraak van de Raad van 10 december 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2194 r.o. 4.7.1 t/m 4.7.9 (ruimere uitleg van dringende redenen om van terugvordering af te zien)
Toepassing
- Artikel 58, tweede lid, aanhef en onder f, ten eerste, van de Participatiewet (Pw) j.o. artikel 47a, tweede lid, van de Pw De rechtbank stelt dat de AIO-aanvulling kan worden teruggevorderd als er achteraf middelen zijn die in aanmerking moeten worden genomen, zoals de belastingteruggaven. De teruggaven voor 2020 zijn door eiseres gemeld, maar verweerder heeft hier niet op gereageerd. Voor de jaren 2021 en 2022 heeft verweerder geen adequate motivering gegeven waarom deze teruggaven, die ook bekend konden zijn bij verweerder via informatie-uitwisseling, niet eerder zijn meegenomen. Dit leidt tot een motiveringsgebrek in het bestreden besluit.
- Artikel 32, eerste lid, van de Pw j.o. artikel 31 van de Pw j.o. artikel 47a, tweede lid, van de Pw De belastingteruggaven over de jaren 2020 tot en met 2022 moeten worden beschouwd als middelen die in aanmerking moeten worden genomen bij het verlenen van bijstand. De rechtbank acht het van belang dat eiseres voor 2020 deze teruggave zelf heeft gemeld, maar dat verweerder dit heeft genegeerd in de besluitvorming.
- Artikel 58, achtste lid, van de Pw j.o. artikel 47a, tweede lid, van de Pw De rechtbank overweegt dat dringende redenen om van terugvordering af te zien ruimer moeten worden uitgelegd, waarbij ook moet worden gekeken naar de oorzaken van de terugvordering en het eigen aandeel van betrokkenen. In deze zaak heeft de rechtbank geconstateerd dat verweerder niet heeft gemotiveerd hoe het handelen en nalaten van zowel verweerder als eisers tot de terugvordering hebben geleid.
- Uitspraak van de Raad van 18 april 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:726 en specifiek met betrekking tot de Pw de uitspraak van de Raad van 10 december 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2194 r.o. 4.7.1 t/m 4.7.9 De rechtbank past de jurisprudentie toe die stelt dat het begrip โdringende redenenโ ruimer moet worden uitgelegd. Hierbij moet niet alleen naar de gevolgen van de terugvordering worden gekeken, maar ook naar de oorzaak van de situatie en het eigen aandeel van de betrokkenen. In dit geval heeft de rechtbank geoordeeld dat verweerder niet voldoende heeft gekeken naar deze aspecten.
Conclusie
De rechtbank verklaart het beroep van de eisers gegrond en vernietigt het bestreden besluit vanwege een motiveringsgebrek. De rechtbank draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak binnen acht weken. Tevens worden de proceskosten en het griffierecht aan de eisers vergoed.
Tijdlijn
- 02-05-2017 Eisers hebben vanaf deze datum diverse periodes AIO-aanvulling ontvangen om hun inkomen aan te vullen tot het voor hen geldende sociaal minimum.
- 16-02-2024 Verweerder heeft met een besluit de AIO-aanvulling herzien over de periode januari 2018 tot en met december 2022 en een bedrag van โฌ 3.899,19 teruggevorderd.
- 19-06-2024 Verweerder verklaart het bezwaar van eisers gegrond voor de jaren 2018 en 2019 en beperkt de herziening tot de periode 2020 tot en met 2022, met een aangepaste terugvordering van โฌ 2.705,21.
- 04-02-2025 De rechtbank behandelt het beroep van eisers tegen het bestreden besluit. De gemachtigde van eisers was aanwezig, maar eisers zelf en de gemachtigde van verweerder niet.
- 29-04-2025 De rechtbank verklaart het beroep van eisers gegrond en vernietigt het bestreden besluit, waarbij verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen acht weken.